Begrijpend lezen oefenen, hoe doe je dat?

Begrijpend lezen oefenen kun je op een aantal manieren doen. Bij begrijpend lezen gaat het letterlijk om het begrijpen van een tekst.

Een goede manier om begrijpend lezen te oefenen, is door ‘gewoon’ veel te lezen. Je kunt begrijpend lezen oefenen door met je kind met kortere teksten aan de gang te gaan. Hieronder zal ik uitleggen hoe je dit kunt aanpakken. Je kunt hiervoor de gratis oefenbladen gebruiken.

Bekijk ook de artikelen en video’s over:

Tip: Leerkrachten kunnen hier oefenteksten vinden voor de bovenbouw: Begrijpend lezen EXTRA

Download ook de gratis oefenbladen begrijpend lezen:

Begrijpend Lezen Groep 6 Werkbladen (Gratis)

Werkbladen Begrijpend Lezen Groep 7 (Gratis)

Begrijpend Lezen Groep 8 Werkbladen (Gratis)

Lezen of begrijpend lezen?

Je kind gaat naar school en vanaf groep 3 leert het echt lezen. Vrijwel alle kinderen kunnen lezen aan het eind van de basisschool. De één wat sneller dan de ander, maar het streven is dat alle kinderen in staat zijn om allerlei soorten teksten te lezen. Het gaat hierbij dan om het technisch lezen. Dat wil zeggen dat je kind in staat is om de woorden te ‘ontsleutelen’.

Maar begrijpend lezen is minstens zo belangrijk!

Of je kind nu snel of langzaam leest, als het niet begrijpt wát het leest, leert het niets van de tekst en/of begrijpt het niets van het verhaal. Dan gaat de lol er sowieso snel af. Een goed tekstbegrip is ook nuttig als je kind bijvoorbeeld verhaaltjessommen moet oplossen.

Wil je thuis begrijpend lezen oefenen met duidelijke uitleg van alle onderdelen? Gebruik daarvoor onderstaande producten! (LET OP: dit materiaal is niet geschikt voor in de klas. Kijk hier voor materiaal voor op school).

Begrijpend lezen groep 3, wat moet je kind kunnen?

In groep 3 gaat eigenlijk alle aandacht naar het technisch lezen. Je kind ontsleutelt woord na woord. Vergelijk de werkwijze maar met het oplossen van een rebus. Je kind kan daardoor nog weinig aandacht besteden aan de samenhang tussen de woorden en dus de betekenis van de zin. Begrijpend lezen is nog niet echt aan de orde.

Toch besteedt de leerkracht wel aandacht aan de betekenis van de zin. Zo moet je kind bijvoorbeeld lijntjes trekken tussen de zinnen en het bijbehorende plaatje. Thuis kun je, naast veel lezen, ook veel blijven voorlezen en vragen stellen over het verhaal of over de plaatjes.

Onder het kopje Hardop denkend lezen vind je nog meer tips die handig zijn. Tips voor het vergroten van de woordenschat vind je ook op deze plek.

Begrijpend lezen groep 4 en 5

Bij lezen in groep 4 moet je kind eenvoudige teksten kunnen lezen en begrijpen. Dit kunnen verschillende soorten teksten zijn: verhalende en informatieve teksten, teksten die een mening weergeven of de lezer ergens van willen overtuigen, maar bijvoorbeeld ook gebruiksaanwijzingen.

Hierbij moet je kind in staat zijn om te bepalen waar de tekst over gaat (onder andere door gebruik te maken van illustraties, titel, tussenkopjes enzovoort) en zijn eigen kennis over dit onderwerp kunnen activeren. De leerkracht besteedt veel aandacht aan het leggen van verbanden.

Hij oefent bijvoorbeeld veel met verwijswoorden en signaalwoorden. Verwijswoorden zijn woorden die verwijzen naar iets dat in de zinnen daarvoor is genoemd. Bijvoorbeeld:

Ik kocht een rode broek. Dit bleek een vergissing.

Het woordje ‘dit’ is een verwijswoord en verwijst naar de zin ervoor: Ik kocht een rode broek. 

Signaalwoorden zijn woorden die gebruikt worden om aan te geven dat 2 zinnen of 2 delen van zinnen met elkaar te maken hebben. Een aantal voorbeelden van dit soort tekstverbanden zijn:

  • oorzaak-gevolgrelatie
    Hij reed tegen de lantaarnpaal, doordat hij aan het appen was.
  • doel en middel
    Met behulp van het navigatiesysteem vonden we de weg.
  • probleem met een oplossing
    Het probleem van de files lossen we op met extra asfalt.


Je kind moet in staat zijn om conclusies te trekken uit de tekst. Ook moet het voorspellingen kunnen doen over het verdere verloop (zie ook Hardop denkend lezen). Het moet leren hoe het met moeilijke zinnen omgaat. En hoe het de betekenis van een onbekend woord afleidt uit de tekst. 

Daarnaast moet je kind leren om de structuur van een verhaal te herkennen. Zo leert het dat de hoofdpersoon meestal in het begin van het verhaal wordt geïntroduceerd, in het midden van het verhaal de gebeurtenissen beschreven worden en het laatste stuk vaak afrondend is.

Begrijpend lezen in de bovenbouw: wat leert je kind verder nog?

De teksten en de gebruikte woorden worden steeds moeilijker. Er komen steeds meer uitdrukkingen voor in de teksten. Er wordt van je kind verwacht dat het steeds meer de samenhang gaat zien tussen de zinnen en de alinea’s. Ook moet het zelfstandig verbanden kunnen leggen en kritisch kunnen nadenken over de teksten. Verder moet je kind steeds meer ‘tussen de regels door’ kunnen lezen.

Je kind moet bovendien de hoofdgedachte van een tekst kunnen vinden.

Je kind moet in staat zijn om zelf informatie op te zoeken over onderwerpen en deze informatie te ordenen en met elkaar te vergelijken.

In deze fase is het ook belangrijk dat je kind leert om kritisch naar zichzelf te kijken als lezer: heb ik wel met voldoende aandacht gelezen? Snap ik alles wat ik gelezen heb? En zo niet, hoe komt dat en hoe los ik het op?

Wil je meer oefenmateriaal met uitleg ontvangen? Bekijk dan de Spoedcursussen Begrijpend Lezen

Wat kun je als ouder doen?

Maar wat kun je nu thuis doen? Bekijk eerst onze algemene tips voor ouders in de video hieronder:

Als je kind geen goede resultaten haalt voor begrijpend lezen, kan dit een aantal oorzaken hebben.

Een van de oorzaken is dat er nog te veel aandacht gaat naar het lezen zelf.

In groep 3 ligt, zoals gezegd, de focus op het vlot leren lezen.

Met vlot lezen wordt bedoeld dat je kind de (meeste) woorden gelijk herkent, zonder dat het de woorden letter voor letter hoeft te spellen. Goede lezers herkennen bekende woorden in één oogopslag. Als het lezen makkelijk gaat, kan alle aandacht gaan naar het begrijpen van de tekst.

Door veel ‘leeskilometers’ te maken, gaat je kind steeds meer woorden gelijk herkennen en kan het steeds meer begrijpen. Het SLO (expertisecentrum Leerontwikkeling) zegt er het volgende over:

“Voor de leesontwikkeling is het dus van belang dat kinderen ten eerste vlot leren lezen en ten tweede dat ze aan het lezen plezier (blijven) beleven.”

In groep 4 zijn de meeste kinderen in staat om teksten op hun niveau vlot te lezen en meer aandacht te schenken aan het begrijpen van de inhoud. Kinderen die het technisch lezen nog niet goed beheersen, lopen meestal achter met begrijpend lezen.

Als je kind wel vlot leest, kan een onvoldoende woordenschat een oorzaak zijn. Onderstaande video en tips vertellen je wat je daar thuis aan kunt doen:

10 manieren om de woordenschat te vergroten

Door veel (voor) te lezen, wordt de woordenschat groter. Met onderstaande tips vergroot je de woordenschat van je kind:

  • Leg veel uit en benoem wat je tegenkomt. Gebruik daarbij ook de moeilijke varianten van woorden: fauteuil i.p.v. stoel, afbeelding i.p.v. plaatje.
  • Schakel sowieso niet te veel terug in taalniveau als je tegen je kind praat. Het moet nog wel begrijpen wat je zegt, maar een beetje moeite mag het daar wel voor doen.
  • Lees veel verschillende teksten (voor): verhalen, teksten over onderwerpen die je kind interesseren, maar ook het recept van de taart die jullie samen bakken, de folder over de vakantiebestemming enzovoort. Maar denk ook aan knutselboeken! Zo komt je kind in aanraking met minder alledaagse woorden.
  • Kijk samen naar programma’s zoals het Jeugdjournaal of Het Klokhuis en herhaal nieuwe woorden die daarin voorkomen.
  • Lees sowieso veel voor! Zelf lezen is belangrijk voor de technische leesontwikkeling, maar nieuwe woorden zal je kind niet gauw leren uit boekjes voor beginnende lezers. Bekijk ook deze voorleesboeken voor elke leeftijd.
  • Lees een tekst met nieuwe woorden meerdere keren voor. Vooral jonge kinderen zijn dol op herhaling. Nieuwe woorden blijven beter hangen als ze vaker herhaald worden.
  • Ook oudere kinderen, die al prima zelf kunnen lezen, zijn gebaat bij voorlezen. Ten eerste is samen op de bank met een boek gezellig, maar bovendien kunnen jullie samen wat moeilijkere boeken lezen, met een wat ingewikkelder verhaal en weer nieuwe woorden.
  • Kies ook voor wat oudere boeken. Moderne schrijvers zullen niet zo gauw woorden als voortreffelijk, kwelgeest enzovoort gebruiken. Toch zijn dat woorden die je kind moet kennen.
  • Maak er een spelletje van om nieuwe woorden te ontdekken. Je kind wordt een woorddetective. Stimuleer oudere kinderen om onbekende woorden zelf op te zoeken. Bijvoorbeeld in het gratis online woordenboek van Muiswerk.
  • In de onderbouw is de boekenserie

    Mijn eerste (tweede, derde) Van Dale” een absolute aanrader! Het eerste boek is voor kinderen vanaf 2 jaar. Bij ieder woord (het zijn er 1000!) hoort een tekening waarover je met je kind kunt praten. In het tweede boek (vanaf 4 jaar) worden in een verhaaltje woorden (het zijn er wederom 1000) uitgelegd die moeilijk uit te leggen zijn. Denk aan woorden als ‘verliefd’, ‘deftig’ of ‘je aanstellen’. In het derde boek staan (vaak grappige) verhaaltjes waarin meerdere betekenissen van één woord gebruikt worden. Bovendien is dit een echt samenleesboek: de zinnen die je kind zelf kan lezen, staan in een andere kleur.

Begrijpend lezen oefenen met de 4 grote V’s

Stel, je kind kan vlot lezen, zijn woordenschat is op peil, maar het begrijpend lezen blijft toch achter. Hoe komt dat?

Om dat te begrijpen, moet je je eerst bewust worden van alle achtergrondprocessen die tijdens het lezen bij jou meedraaien. Probeer je maar eens bewust te worden van jouw ‘hulpbronnen’ als je deze zin (zorgvuldig) leest:

“Aan de zuidelijke rand van de stad, daar waar de eerste akkers beginnen en de huizen steeds armoediger worden, ligt, verborgen in het bos, het hutje van De Beeldhouwer”.

Begrijpend Lezen

Waarschijnlijk hebben de volgende achtergrondprogramma’s bij jou meegedraaid:

  • Visualiseren: je ziet een grote stad voor je en je hebt een beeld van waar het zuiden is. Verder zie je om de stad akkers liggen en een armoedig hutje in het bos.
  • Voorkennis gebruiken: waarschijnlijk heb je je onbewust gerealiseerd dat dit verhaal zich niet in deze tijd of in dit land afspeelt (hutjes komen in Nederland niet voor en huizen worden niet armoediger naarmate ze verder van de stad liggen).
  • Vragen stellen: na het eerste deel van de zin ontstaat waarschijnlijk nieuwsgierigheid: wat is er dan op die plek, waar gaat deze zin heen?
  • Voorspellen: uit het feit dat De Beeldhouwer met hoofdletters staat geschreven, heb je waarschijnlijk afgeleid dat dat niet alleen maar zijn beroep is, maar ook zijn bijnaam. Er wordt veel aandacht besteed aan deze man en de plaats van zijn hutje. Kennelijk is hij een belangrijke figuur in het verhaal. Door de beschrijving verwacht je dat het verhaal over een wat zonderlinge man zal gaan.

De dik gedrukte V-woorden zijn de belangrijkste hulpbronnen (leesstrategieën) bij het begrijpen van een tekst: voorkennis gebruiken, visualiseren, vragen stellen en voorspellen.

Als je kind uitvalt op begrijpend lezen, maakt het mogelijk te weinig gebruik van deze hulpbronnen. Vergelijk het met lezen terwijl je er met je hoofd niet bij bent. Dan realiseer je je aan het eind van de bladzijde dat je eigenlijk helemaal niet weet wat je net gelezen hebt.

Op school wordt met iedere strategie afzonderlijk geoefend, maar dat hoef je thuis niet te doen. Wat dan wel?

Begrijpend lezen oefenen met ‘hardop denkend lezen’

Lees samen veel. Verwoord daarbij ook jouw gedachten tijdens het lezen. Bij bovenstaande zin pauzeer je bijvoorbeeld even na de tweede komma en zeg je: “Hmm, ik zie het voor me, zo’n stad met boerderijen eromheen, en daaromheen dan weer bos. Het lijkt wel op ….(visualiseren, voorkennis). Maar armoedige hutjes zie je bij ons niet. Ik verwacht (voorspellen) dat het verhaal zich niet in Nederland afspeelt, of misschien in een andere tijd.”

Aan het eind van de zin kun je dan nog vragen: “Waarom zou die naam met een hoofdletter staan? Zou het een bijnaam zijn? Zou hij zichzelf ook zo noemen? Het lijkt me typisch een naam die andere mensen hebben bedacht omdat ze zijn echte naam niet weten. Ik verwacht dat het een eenzame, aparte figuur is (voorspellen). Wat zou er met deze man aan de hand zijn (vragen)?”

Het lijkt misschien wat geforceerd om zo voor te lezen. In het begin is het ook heel lastig om je bewust te worden van die achtergrondprocessen. Toch zul je merken dat het steeds makkelijker gaat en dat je kind op deze manier meer betrokken raakt bij het verhaal.

Veel kinderen beseffen niet dat een schrijver het meeste niet vertelt. Hij wil juist dat je het verhaal voor je ziet, dat je je eigen ervaringen en gevoel ermee verbindt. De meeste informatie staat tussen de regels.

Door het voorspellen en vragen stellen wordt je kind nieuwsgierig naar het vervolg. Visualiseren vergroot de betrokkenheid en het begrip. Uiteraard is het de bedoeling dat je kind de 4 V’s zelf steeds meer gaat toepassen. Stimuleer het om je kind geleidelijk aan steeds meer hardop mee te laten denken. Uiteindelijk zal je kind deze techniek automatisch gaan toepassen. Daarmee wordt hij vanzelf een gemotiveerde en betrokken lezer.

Uit onderzoek van de Universiteit Leiden blijkt dat een vraag- en antwoordgesprek tijdens het lezen van een tekst leidt tot een beter begrip van de tekst.

En dan zijn er nog de uitdrukkingen.

In teksten, met name verhaalteksten, worden vaak uitdrukkingen gebruikt die de lezer totaal op het verkeerde been kunnen zetten als je de uitdrukking niet begrijpt. Als je bijvoorbeeld bij de uitdrukking ‘iets met een korreltje zout nemen’ denkt aan iemand die een lekker gekookt eitje eet, begrijp je weinig van het vervolg van de tekst. Wat kun je hier zelf aan doen?

Maak er een wedstrijdje van. Zoek in het woordenboek bijvoorbeeld onder ‘hart’ naar de vijf meest gebruikte uitdrukkingen met hart. Bespreek de betekenis met je kind en geef voorbeelden. De rest van de week gaan jullie op zoek naar situaties/personen waarbij deze uitdrukkingen van toepassing zijn. Wie de uitdrukking op het goede moment gebruikt, krijgt een punt. De week daarop kies je weer andere uitdrukkingen, bijvoorbeeld met ‘huis’, ‘hoofd’ of ‘boom’.

Cito begrijpend lezen: een stappenplan

Bij Cito begrijpend lezen krijgt je kind een tekst voorgeschoteld, waar hij vervolgens vragen over moet beantwoorden. Het is de bedoeling dat je kind niet alleen de tekst, maar ook de vragen en de bijbehorende antwoorden goed leest. Ook zal hij stukken van de tekst opnieuw moeten lezen om antwoord te vinden op de vragen. Vaak lijken 2 antwoorden op elkaar en moet je kind kiezen voor het beste (meest complete) antwoord.

Voor veel kinderen is dit een enorme opgave, omdat ze er het geduld niet voor hebben of, bij toetsen, last hebben van tijdsdruk.

Ze lezen de tekst dan oppervlakkig, lezen de vraag niet goed of proberen het antwoord uit hun geheugen te halen. Sommige kinderen kiezen gewoon het antwoord dat hun het meest logisch lijkt. Met name beelddenkers maken er vaak hun eigen verhaal van.

Het toetsresultaat zegt dan niet zoveel over hun begrip van de tekst, maar meer over hun taakaanpak. Je ziet die taakaanpak dan ook bij andere vakken terug. Het gaat om de kinderen die geen spellingsregels of werkwoordschema toepassen, bij ontleden geen gebruik maken van de hulpvragen en bij verhaalsommen uitvallen omdat ze de opgave niet goed lezen, maar gelijk aan het rekenen slaan.

Kinderen kunnen hun aandacht beter bij de tekst houden met een vraag in hun achterhoofd (doelgericht lezen). Van dat gegeven kun je gebruikmaken. De vragen bij een toets staan meestal in de volgorde van de tekst. Het stappenplannetje voor deze kinderen wordt dan:

  • Kijk waar de tekst over gaat. Kijk naar afbeeldingen en lees de titel en tussenkopjes. Bedenk wat voor soort tekst het is.
  • Lees alle vragen: zo kom je erachter wat belangrijk is in de tekst en weet je al een beetje wat je kunt verwachten. Dat helpt om de aandacht erbij te houden.
  • Lees de hele tekst snel door met die vragen in je achterhoofd.
  • Lees de eerste vraag en herhaal hem in je eigen woorden, zodat je goed weet waar je naar zoekt.
  • Lees de tekst totdat je een antwoord op de vraag gevonden hebt (vanaf het begin, dus niet alleen de zin waar de vraag over gaat). Zoek het antwoord dat het beste past.
  • Lees de volgende vraag, enzovoort.

De laatste vragen zijn vaak vragen die over de hele tekst gaan. Zo wordt er bijvoorbeeld gevraagd wat de schrijver met de tekst duidelijk wil maken, wat zijn mening is of hoe het verhaal verder zal gaan. Op dat moment is het goed om de hele tekst nog eens te lezen, met deze vraag in het achterhoofd.

Bovenstaand stappenplan is ook geschikt voor kinderen met een concentratieprobleem, de zwakke en dyslectische lezers en kinderen met een slecht werkend kortetermijngeheugen.

De laatste twee groepen hebben vaak moeite om verbanden te leggen, omdat ze aan het eind van de alinea kwijt zijn wat er in het begin stond. Lezen met een vraag in het achterhoofd helpt ze om de aandacht erbij te houden en de informatie in hun hoofd te ordenen tijdens het lezen.

Zoals je ziet, kunnen mindere resultaten bij begrijpend lezen veel verschillende oorzaken hebben. Door veel met je kind te praten over de gelezen teksten en je kind te observeren als hij vragen bij een tekst maakt, kun je erachter komen waar bij jouw kind het grootste probleem zit.

Begrijpend lezen oefenen (bekijk de video)

Begrijpend lezen oefenen: tips

De tips die in dit artikel staan voor begrijpend lezen oefenen, zijn bedoeld voor kinderen in groep 7 en groep 8. Begrijpend lezen oefenen is ook voor sommige kinderen in groep 6 leuk en nuttig om te doen.

Zoek daarvoor eerst een korte tekst of een artikel. De kinderkrant Kidsweek is hiervoor zeer geschikt.

Deze krant is bij veel boekwinkels los verkrijgbaar. Je kind kan de krant lezen en zelf een artikel uitzoeken waarmee het aan de slag wil gaan. Het gaat dan in ieder geval over een actueel onderwerp dat jouw kind interessant vindt. Dat maakt de opdracht meteen heel wat leuker. Als je kind boeken lezen niet zo leuk vindt, is een kinderkrant sowieso een leuk alternatief. Wellicht spreken de korte, actuele artikelen meer aan!

Je kind heeft nu een artikel uitgekozen. Je vraagt je kind het artikel rustig door te lezen. Vervolgens maakt je kind de volgende opdrachten:

  1. Schrijf de sleutelwoorden op. Sleutelwoorden zijn de belangrijkste woorden uit een verhaal. Je kunt ze gebruiken om een verhaal kort na te vertellen.
  2. Maak een samenvatting van het artikel en gebruik hierbij de sleutelwoorden. Maak wel goede zinnen.
  3. Stel de volgende vragen: wie, wat, waar, waarom, waardoor? Schrijf de antwoorden op. Of maak een samenvatting zoals in onderstaande video wordt uitgelegd.

Neem de antwoorden samen met je kind door. Hierna heb je een keuze: ófwel beëindig je de oefening, ófwel betrek je het verbeteren van de woordenschat bij de activiteit. Begrijpend lezen hangt namelijk nauw samen met woordenschat. Als je heel veel woorden uit een tekst niet begrijpt, is het niet mogelijk om de betekenis van de tekst te doorgronden. Oefenen met de woordenschat doe je zo:

  • Schrijf de moeilijke woorden uit het artikel op en zoek ze op in het woordenboek.
  • Schrijf het synoniem van het woord op.
  • Schrijf de tegenstelling van het woord op.

Al met al is het altijd goed om regelmatig met je kind aandacht te besteden aan verschillende soorten teksten. Houd het leuk, ontspannen en afwisselend, zodat je kind de lol van deze activiteiten in blijft zien. Zoek je oefenmateriaal voor begrijpend lezen? Kijk dan eens naar de producten hieronder!

Mirjam Schumacher

Mirjam behaalde een Bachelor of Education (PABO) en een Master SEN. Ze werkte als leerkracht en journaliste en heeft een eigen praktijk voor Remedial Teaching

Gerelateerde artikelen

Reacties

65 reacties op “Begrijpend lezen oefenen, hoe doe je dat?”
  1. Mijn tips voor begrijpend lezen:
    Kijk waar het inzit.
    Sommige kinderen lezen over de punten heen en halen adem aan het einde van de regel of wanneer de adem op is. Probeer zelf maar eens zonder leestekens te lezen, dan begrijp je vast niet wat je leest.

    Begrijp waarom je kind voor een antwoord kiest. Selecteert hij een paar woorden uit de tekst en maakt dan het antwoord. Is de kans groot dat hij het belangrijkste deel mist en is controle belangrijk. Zoekt het kind wel naar antwoorden of denkt hij het naar 1 keer gelezen te hebben wel te weten. Kiest jouw kind voor het antwoord dat letterlijk in de tekst staat, maar niet juist is. Controleren is zo belangrijk, aangezien er vaak 2 antwoorden zijn die het weleens zouden kunnen zijn.

    Begrijpt je kind de vraag. Controleer of je kind weet waar het naar moet zoeken, anders is het logisch dat je met verkeerde antwoorden komt.

    Kijk naar de denkwijze van je kind en probeer dat om te buigen naar de aanpak die werkt.
    Veel blijven lezen, voorlezen, samenleven blijft ook erg belangrijk.

    • Fijn om te horen Barbara! We hebben helaas nog geen oefenbladen begrijpend lezen voor groep 5.
      Hartelijke groet,
      Carola

  2. Ik heb een vraag. Mijn dochter heeft alle spelling al gehad voor de basisschool en zit in groep 7 . Hoe kan ik haar op dat gebied nog wat leren?

    • Beste Janneke,
      Zijn er dingen waar je dochter moeite mee heeft? Dan zou je die nog eens met haar door kunnen nemen.
      En snapt ze alles van werkwoordspelling goed? Veel kinderen vinden dit lastig en kunnen wat extra oefening goed gebruiken.
      Je kunt ook aan de leerkracht vragen of hij/zij verdiepings- en/of verrijkingsmateriaal heeft. Iedere methode heeft vaak extra oefenbladen voor de kinderen die alle behandelde stof beheersen.

      Succes!

      Hartelijke groet,
      Carola

  3. Volgens mij is het niet meer van deze tijd om te publiceren ‘kinderen van allochtone afkomst’. Dat moet zijn: ‘kinderen van buitenlandse afkomst’. Het is in het verleden discriminerend geweest om bijvoorbeeld iemand van Aruba of Marokko een allochtoon (want afkomstig uit een land waar veel immigranten vandaan komen) te noemen en bijvoorbeeld iemand uit Mexico, Groenland of Thailand niet.

  4. Hartelijk dank voor deze informatie. Deze site is mij niet eerder opgevallen. Met deze informatie kan ik mijn zoon verder helpen. Hij zit in groep 8 en heeft moeite met begrijpend lezen. De andere vakken doet hij goed.

  5. Super handig zo’n opfrisser voor mij als ouder wat begrijpend lezen betreft. Op deze manier weet je tenminste hoe je je kind op een effectieve manier kunt helpen. Vaak is het immers zo dat je wel supergraag wilt helpen ,maar dat je niet (meer) weet waar je moet beginnen omdat bepaalde zaken voor jou als ouder een vanzelfsprekendheid zijn geworden en dat je het daarom niet kan uitleggen aan je kind. Nogmaals : super goede tips die ook voor het kind begrijpelijk zijn , bedankt daarvoor!

    • Hallo Nia, je kunt het beste even aan de leerkracht van je zoon of dochter vragen welk AVI niveau en welk CLIB niveau hij/zij heeft. Dan kun je een boek uitzoeken wat goed past bij het leesniveau van je kind.

      Hartelijke groet,
      Carola de Koning

  6. Dochter kan goed lezen maar volgens juf niet begrijpend lezen. Thuis leest ze eigenlijk elke dag paar bladzijdes. Als ik na lezen vraag waar het overging kan ze goed vertellen wie de hoofdpersoon was, waar het verhaal afspeelde en wat er gebeurde in de juiste volgorde.
    Maar op school werken ze met plaatjes. Bij tekst koppelen bij plaatje en daar gaat het regelmatig fout.
    De plaatje ziet ze anders dan gemiddeld kind.
    Hoe kan ik dat oefenen?

    • Hi Evelien, we hebben daar helaas geen oefenbladen voor. Misschien kun je op school navragen of ze van de methode voor begrijpend lezen waar ze mee werken extra oefenmateriaal hebben.

  7. De stappen die aangeven hoe je te werk moet gaan, zijn heel duidelijk en voor het kind makkelijk te volgen. Zo leert een kind gericht te werken.

  8. Van een bijlesklantje kreeg ik de Kidsweek met opdrachtenboekje via zijn school. Ik ben er met hem mee aan de slag gegaan. Vond het zeer prettig. Ik heb nu zelf een proefabonnement genomen en ben er met een andere bijlesklant mee aan de slag gegaan. Bevalt ook goed.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.