Begrijpend lezen: alle uitleg en oefenmaterialen

Oefenbladen begrijpend lezen gratis downloaden (PDF)

Oefenbladen Begrijpend lezen Groep 4 (Gratis)

Oefenbladen Begrijpend lezen Groep 5 (Gratis)

Oefenbladen Begrijpend lezen Groep 6 (Gratis)

Oefenbladen Begrijpend lezen Groep 7 (Gratis)

Oefenbladen Begrijpend lezen Groep 8 (Gratis)

Video's begrijpend lezen

Bekijk de video’s met uitleg over begrijpend lezen.

voorlopig advies groep 7

Lezen groep 7: een overzicht voor ouders

Het lezen van een boek is niet voor elk kind een vanzelfsprekende bezigheid. Dat het belangrijk is om regelmatig te lezen weten we heel goed. Technisch lezen is namelijk de basis voor heel veel andere zaken. Nu je kind in […]
Bekijk artikel
leesboek groep 4

Meer weten over lezen in groep 5?

Je hoort de leerkracht van je kind vast wel eens zeggen: “Laat je kind vaak en veel lezen!” Lezen is namelijk de basis van alles. Heb jij een kind dat boeken verslindt en elke dag uren in een hoekje op […]
Bekijk artikel

Producten

Begrijpend lezen, hoe doe je dat?

Begrijpend lezen oefenen kun je op een aantal manieren doen. Bijbegrijpend lezen gaat het letterlijk om het begrijpen van een tekst.

Een goede manier om begrijpend lezen te oefenen, is door ‘gewoon’ veel te lezen. Je kunt begrijpend lezen oefenen door met je kind met kortere teksten aan de gang te gaan.

Hieronder eerst een aantal tips voor jou als ouder.

Lezen of begrijpend lezen?

Je kind gaat naar school en vanaf groep 3 leert het echt lezen. Vrijwel alle kinderen kunnen lezen aan het eind van de basisschool. De één wat sneller dan de ander, maar het streven is dat alle kinderen in staat zijn om allerlei soorten teksten te lezen. Het gaat hierbij dan om het technisch lezen. Dat wil zeggen dat je kind in staat is om de woorden te ‘ontsleutelen’.

Maar begrijpend lezen is minstens zo belangrijk!

Of je kind nu snel of langzaam leest, als het niet begrijpt wát het leest, leert het niets van de tekst en/of begrijpt het niets van het verhaal. Dan gaat de lol er sowieso snel af. Een goed tekstbegrip is ook nuttig als je kind bijvoorbeeld verhaaltjessommen moet oplossen.

Begrijpend lezen groep 3, wat moet je kind kunnen?

In groep 3 gaat eigenlijk alle aandacht naar het technisch lezen. Je kind ontsleutelt woord na woord. Vergelijk de werkwijze maar met het oplossen van een rebus. Je kind kan daardoor nog weinig aandacht besteden aan de samenhang tussen de woorden en dus de betekenis van de zin. Begrijpend lezen is nog niet echt aan de orde.

Toch besteedt de leerkracht wel aandacht aan de betekenis van de zin. Zo moet je kind bijvoorbeeld lijntjes trekken tussen de zinnen en het bijbehorende plaatje. Thuis kun je, naast veel lezen, ook veel blijven voorlezen en vragen stellen over het verhaal of over de plaatjes.

Onder het kopje Hardop denkend lezen vind je nog meer tips die handig zijn. Tips voor het vergroten van de woordenschat vind je ook op deze plek.

Bij lezen in groep 4 moet je kind eenvoudige teksten kunnen lezen en begrijpen. Dit kunnen verschillende soorten teksten zijn: verhalende en informatieve teksten, teksten die een mening weergeven of de lezer ergens van willen overtuigen, maar bijvoorbeeld ook gebruiksaanwijzingen.

Begrijpend lezen groep 4 en 5

Hierbij moet je kind in staat zijn om te bepalen waar de tekst over gaat (onder andere door gebruik te maken van illustraties, titel, tussenkopjes enzovoort) en zijn eigen kennis over dit onderwerp kunnen activeren. De leerkracht besteedt veel aandacht aan het leggen van verbanden.

Hij oefent bijvoorbeeld veel met verwijswoorden en signaalwoorden. Verwijswoorden zijn woorden die verwijzen naar iets dat in de zinnen daarvoor is genoemd. Bijvoorbeeld:

Ik kocht een rode broek. Dit bleek een vergissing.

Het woordje ‘dit’ is een verwijswoord en verwijst naar de zin ervoor: Ik kocht een rode broek. 

Signaalwoorden zijn woorden die gebruikt worden om aan te geven dat 2 zinnen of 2 delen van zinnen met elkaar te maken hebben. Een aantal voorbeelden van dit soort tekstverbanden zijn:


Je kind moet in staat zijn om conclusies te trekken uit de tekst. Ook moet het voorspellingen kunnen doen over het verdere verloop (zie ook Hardop denkend lezen). Het moet leren hoe het met moeilijke zinnen omgaat. En hoe het de betekenis van een onbekend woord afleidt uit de tekst.

Daarnaast moet je kind leren om de structuur van een verhaal te herkennen. Zo leert het dat de hoofdpersoon meestal in het begin van het verhaal wordt geïntroduceerd, in het midden van het verhaal de gebeurtenissen beschreven worden en het laatste stuk vaak afrondend is.

Begrijpend lezen in de bovenbouw: wat leert je kind verder nog?

De teksten en de gebruikte woorden worden steeds moeilijker. Er komen steeds meer uitdrukkingen voor in de teksten. Er wordt van je kind verwacht dat het steeds meer de samenhang gaat zien tussen de zinnen en de alinea’s. Ook moet het zelfstandig verbanden kunnen leggen en kritisch kunnen nadenken over de teksten. Verder moet je kind steeds meer ‘tussen de regels door’ kunnen lezen.

Je kind moet bovendien de hoofdgedachte van een tekst kunnen vinden.

Je kind moet in staat zijn om zelf informatie op te zoeken over onderwerpen en deze informatie te ordenen en met elkaar te vergelijken.

In deze fase is het ook belangrijk dat je kind leert om kritisch naar zichzelf te kijken als lezer: heb ik wel met voldoende aandacht gelezen? Snap ik alles wat ik gelezen heb? En zo niet, hoe komt dat en hoe los ik het op?

Wil je meer oefenmateriaal met uitleg ontvangen? Bekijk dan de Spoedcursussen Begrijpend Lezen

Wat kun je als ouder doen?

Maar wat kun je nu thuis doen? Als je kind geen goede resultaten haalt voor begrijpend lezen, kan dit een aantal oorzaken hebben.

Een van de oorzaken is dat er nog te veel aandacht gaat naar het lezen zelf.

In groep 3 ligt, zoals gezegd, de focus op het vlot leren lezen.

Met vlot lezen wordt bedoeld dat je kind de (meeste) woorden gelijk herkent, zonder dat het de woorden letter voor letter hoeft te spellen. Goede lezers herkennen bekende woorden in één oogopslag. Als het lezen makkelijk gaat, kan alle aandacht gaan naar het begrijpen van de tekst.

Door veel ‘leeskilometers’ te maken, gaat je kind steeds meer woorden gelijk herkennen en kan het steeds meer begrijpen. Het SLO (expertisecentrum Leerontwikkeling) zegt er het volgende over:

“Voor de leesontwikkeling is het dus van belang dat kinderen ten eerste vlot leren lezen en ten tweede dat ze aan het lezen plezier (blijven) beleven.”

In groep 4 zijn de meeste kinderen in staat om teksten op hun niveau vlot te lezen en meer aandacht te schenken aan het begrijpen van de inhoud. Kinderen die het technisch lezen nog niet goed beheersen, lopen meestal achter met begrijpend lezen.

Als je kind wel vlot leest, kan een onvoldoende woordenschat een oorzaak zijn. Onderstaande video en tips vertellen je wat je daar thuis aan kunt doen:

10 manieren om de woordenschat te vergroten

Door veel (voor) te lezen, wordt de woordenschat groter. Met onderstaande tips vergroot je de woordenschat van je kind:

In de onderbouw is de boekenserie “Mijn eerste (tweede, derde) Van Dale” een absolute aanrader! Het eerste boek is voor kinderen vanaf 2 jaar. Bij ieder woord (het zijn er 1000!) hoort een tekening waarover je met je kind kunt praten. In het tweede boek (vanaf 4 jaar) worden in een verhaaltje woorden (het zijn er wederom 1000) uitgelegd die moeilijk uit te leggen zijn. Denk aan woorden als ‘verliefd’, ‘deftig’ of ‘je aanstellen’. In het derde boek staan (vaak grappige) verhaaltjes waarin meerdere betekenissen van één woord gebruikt worden. Bovendien is dit een echt samenleesboek: de zinnen die je kind zelf kan lezen, staan in een andere kleur.

Begrijpend lezen oefenen met de 4 grote V’s

Stel, je kind kan vlot lezen, zijn woordenschat is op peil, maar het begrijpend lezen blijft toch achter. Hoe komt dat?

Om dat te begrijpen, moet je je eerst bewust worden van alle achtergrondprocessen die tijdens het lezen bij jou meedraaien. Probeer je maar eens bewust te worden van jouw ‘hulpbronnen’ als je deze zin (zorgvuldig) leest:

“Aan de zuidelijke rand van de stad, daar waar de eerste akkers beginnen en de huizen steeds armoediger worden, ligt, verborgen in het bos, het hutje van De Beeldhouwer”.

Begrijpend lezen oefenen

Waarschijnlijk hebben de volgende achtergrondprogramma’s bij jou meegedraaid:

De dik gedrukte V-woorden zijn de belangrijkste hulpbronnen (leesstrategieën) bij het begrijpen van een tekst: voorkennis gebruiken, visualiseren, vragen stellen en voorspellen.

Als je kind uitvalt op begrijpend lezen, maakt het mogelijk te weinig gebruik van deze hulpbronnen. Vergelijk het met lezen terwijl je er met je hoofd niet bij bent. Dan realiseer je je aan het eind van de bladzijde dat je eigenlijk helemaal niet weet wat je net gelezen hebt.

Op school wordt met iedere strategie afzonderlijk geoefend, maar dat hoef je thuis niet te doen. Wat dan wel?

Begrijpend lezen oefenen met ‘hardop denkend lezen’

Lees samen veel. Verwoord daarbij ook jouw gedachten tijdens het lezen. Bij bovenstaande zin pauzeer je bijvoorbeeld even na de tweede komma en zeg je: “Hmm, ik zie het voor me, zo’n stad met boerderijen eromheen, en daaromheen dan weer bos. Het lijkt wel op ….(visualiseren, voorkennis). Maar armoedige hutjes zie je bij ons niet. Ik verwacht (voorspellen) dat het verhaal zich niet in Nederland afspeelt, of misschien in een andere tijd.”

Aan het eind van de zin kun je dan nog vragen: “Waarom zou die naam met een hoofdletter staan? Zou het een bijnaam zijn? Zou hij zichzelf ook zo noemen? Het lijkt me typisch een naam die andere mensen hebben bedacht omdat ze zijn echte naam niet weten. Ik verwacht dat het een eenzame, aparte figuur is (voorspellen). Wat zou er met deze man aan de hand zijn (vragen)?”

Het lijkt misschien wat geforceerd om zo voor te lezen. In het begin is het ook heel lastig om je bewust te worden van die achtergrondprocessen. Toch zul je merken dat het steeds makkelijker gaat en dat je kind op deze manier meer betrokken raakt bij het verhaal.

Veel kinderen beseffen niet dat een schrijver het meeste niet vertelt. Hij wil juist dat je het verhaal voor je ziet, dat je je eigen ervaringen en gevoel ermee verbindt. De meeste informatie staat tussen de regels.

Door het voorspellen en vragen stellen wordt je kind nieuwsgierig naar het vervolg. Visualiseren vergroot de betrokkenheid en het begrip. Uiteraard is het de bedoeling dat je kind de 4 V’s zelf steeds meer gaat toepassen. Stimuleer het om je kind geleidelijk aan steeds meer hardop mee te laten denken. Uiteindelijk zal je kind deze techniek automatisch gaan toepassen. Daarmee wordt hij vanzelf een gemotiveerde en betrokken lezer.

Uit onderzoek van de Universiteit Leiden blijkt dat een vraag- en antwoordgesprek tijdens het lezen van een tekst leidt tot een beter begrip van de tekst.

En dan zijn er nog de uitdrukkingen.

In teksten, met name verhaalteksten, worden vaak uitdrukkingen gebruikt die de lezer totaal op het verkeerde been kunnen zetten als je de uitdrukking niet begrijpt. Als je bijvoorbeeld bij de uitdrukking ‘iets met een korreltje zout nemen’ denkt aan iemand die een lekker gekookt eitje eet, begrijp je weinig van het vervolg van de tekst. Wat kun je hier zelf aan doen?

Maak er een wedstrijdje van. Zoek in het woordenboek bijvoorbeeld onder ‘hart’ naar de vijf meest gebruikte uitdrukkingen met hart. Bespreek de betekenis met je kind en geef voorbeelden. De rest van de week gaan jullie op zoek naar situaties/personen waarbij deze uitdrukkingen van toepassing zijn. Wie de uitdrukking op het goede moment gebruikt, krijgt een punt. De week daarop kies je weer andere uitdrukkingen, bijvoorbeeld met ‘huis’, ‘hoofd’ of ‘boom’.

Cito begrijpend lezen: een stappenplan

Bij Cito begrijpend lezen krijgt je kind een tekst voorgeschoteld, waar hij vervolgens vragen over moet beantwoorden. Het is de bedoeling dat je kind niet alleen de tekst, maar ook de vragen en de bijbehorende antwoorden goed leest. Ook zal hij stukken van de tekst opnieuw moeten lezen om antwoord te vinden op de vragen. Vaak lijken 2 antwoorden op elkaar en moet je kind kiezen voor het beste (meest complete) antwoord.

Voor veel kinderen is dit een enorme opgave, omdat ze er het geduld niet voor hebben of, bij toetsen, last hebben van tijdsdruk.

Ze lezen de tekst dan oppervlakkig, lezen de vraag niet goed of proberen het antwoord uit hun geheugen te halen. Sommige kinderen kiezen gewoon het antwoord dat hun het meest logisch lijkt. Met name beelddenkers maken er vaak hun eigen verhaal van.

Het toetsresultaat zegt dan niet zoveel over hun begrip van de tekst, maar meer over hun taakaanpak. Je ziet die taakaanpak dan ook bij andere vakken terug. Het gaat om de kinderen die geen spellingsregels of werkwoordschema toepassen, bij ontleden geen gebruik maken van de hulpvragen en bij verhaalsommen uitvallen omdat ze de opgave niet goed lezen, maar gelijk aan het rekenen slaan.

Kinderen kunnen hun aandacht beter bij de tekst houden met een vraag in hun achterhoofd (doelgericht lezen). Van dat gegeven kun je gebruikmaken. De vragen bij een toets staan meestal in de volgorde van de tekst. Het stappenplannetje voor deze kinderen wordt dan:

Kijk waar de tekst over gaat. Kijk naar afbeeldingen en lees de titel en tussenkopjes. Bedenk wat voor soort tekst het is.

De laatste vragen zijn vaak vragen die over de hele tekst gaan. Zo wordt er bijvoorbeeld gevraagd wat de schrijver met de tekst duidelijk wil maken, wat zijn mening is of hoe het verhaal verder zal gaan. Op dat moment is het goed om de hele tekst nog eens te lezen, met deze vraag in het achterhoofd.

Bovenstaand stappenplan is ook geschikt voor kinderen met een concentratieprobleem, de zwakke en dyslectische lezers en kinderen met een slecht werkend kortetermijngeheugen.

De laatste twee groepen hebben vaak moeite om verbanden te leggen, omdat ze aan het eind van de alinea kwijt zijn wat er in het begin stond. Lezen met een vraag in het achterhoofd helpt ze om de aandacht erbij te houden en de informatie in hun hoofd te ordenen tijdens het lezen.

Zoals je ziet, kunnen mindere resultaten bij begrijpend lezen veel verschillende oorzaken hebben. Door veel met je kind te praten over de gelezen teksten en je kind te observeren als hij vragen bij een tekst maakt, kun je erachter komen waar bij jouw kind het grootste probleem zit.

Bekijk ook de artikelen en video’s over: