Wat leert je kind in groep 2?

Klik hier voor de oefenmaterialen voor groep 2

Bekijk hier alle uitleg, tips en spelletjes voor jouw kind.

Vergeet ook niet onderaan deze pagina de tips over woordenschat en rekenen in groep 2 te bekijken!

Werkbladen

Download de werkbladen en ga aan de slag. Je ontvangt de oefenbladen (PDF) per e-mail.

Oefening Rekenen Groep 2 (Gratis)

wanneer kleuter

Wanneer kleuter: het antwoord

Wanneer is je kind een kleuter? En hoe gaat dit op de basisschool met instromen? Vroeger lag de leeftijdsgrens op 1 oktober, tegenwoordig is deze verschoven naar januari. Dat betekent dat kinderen die 4 jaar worden in januari dus langer […]
Bekijk artikel
spelend leren

Spelend leren voor thuis: zo pak je dat aan

Jonge kinderen ontwikkelen zich door spel. Thuis kan dit ook goed gestimuleerd worden, door spelend leren toe te passen. Dit klinkt misschien als een grote happening, maar je zult zien dat situaties gemakkelijk thuis te creëren zijn. En ook dat […]
Bekijk artikel
Dagen van de week leren

Dagen van de week leren (handige tips)

Wie voor 9.00 uur in een willekeurige kleuterklas kijkt, heeft grote kans dat de leerkracht de dagen van de week met de klas oefent. Niet voor niets: de dagen van de week hebben alles te maken met tijdsbegrip leren en […]
Bekijk artikel
hakken plakken

Hakken en plakken in groep 2

Heb je wel eens gehoord van hakken en plakken? Het is een veelgebruikte methode om je kind in groep 2 en 3 te leren lezen en spellen. Misschien heb je je kind het wel eens zien doen, terwijl je niet […]
Bekijk artikel
buurgetallen groep 2

Buurgetallen groep 2: een handige uitleg

In groep 2 leert je kind op een speelse manier rekenen. Er is nog geen vak rekenen, maar de vaardigheden die je kind nodig heeft om een rekenknobbel te ontwikkelen worden dit schooljaar al aangeleerd. Deze vaardigheden heeft hij namelijk […]
Bekijk artikel

Producten

Naar groep 2

In de groepen 1 en 2 wordt de basis gelegd voor het zelfstandig werken. Je kind leert tijdens de werkles en het spelen al omgaan met uitgestelde aandacht. Met behulp van een teken (stoplicht, beer op de stoel o.i.d.) geeft de leerkracht aan dat hij voor een bepaalde tijd niet beschikbaar is. Hij gaat dan bijvoorbeeld met een groepje kinderen in de kleine kring, in een bepaalde hoek of aan een tafel aan het werk. 

Zelfstandigheid wordt versterkt door de mogelijkheid zelf activiteiten te kiezen via het planbord. Er is ruimte voor de leerkracht om bepaalde activiteiten voor verschillende kinderen in te plannen, maar ook een grote vrijheid voor de kinderen om zelf te kiezen en te plannen (weektaak). Je kind leert zo hoe het eigen keuzes moet maken. Dat zorgt uiteindelijk voor meer zelfvertrouwen.

 

Overgang groep 1 naar groep 2

Als je kind in groep 1 5 jaar is geworden, gaat het in de regel na de zomer door naar groep 2. Als je kind tussen 1 oktober en eind december is geboren, is het vrijwel altijd een ‘bespreekgeval’ voor de school.

Vroeger bleven kinderen die na 1 oktober geboren waren, altijd langer in groep 1. Toen moest een kind 6 jaar zijn voordat het naar de ‘grote’ school mocht. Nu wordt meer gekeken naar de ontwikkeling van je kind. De school bekijkt dus of je herfstkind toe is aan groep 2, en als gevolg daarvan ook na een paar maanden in groep 3 pas 6 jaar wordt.

De school kan, in overleg met jou, ook besluiten dat je kind nog niet toe is aan groep 3. Je kind doet dan groep 2 nog een keer. In dat geval wordt gesproken van kleuterverlenging. Verderop in dit artikel bespreken we wat de redenen kunnen zijn voor zo’n kleuterverlenging. 

 

Wat leert je kind in groep 2?

Kinderen ontwikkelen zich allemaal anders. Dat begint al in de babytijd: de ene baby kruipt al snel, terwijl de andere daar wat langer over doet. Sommige kinderen brabbelen al snel. Andere beginnen pas laat te praten, maar produceren dan wel gelijk verstaanbare zinnetjes. Er zijn peuters die leren lopen met vallen en opstaan, maar ook peuters die eerst het kunstje afkijken. Maar dan, op het moment dat ze leren lopen, doorkruisen ze gelijk de hele kamer. 

Dit verschil in tempo, manier van leren en voorkeurinteresses zet zich voort in de kleuterbouw. De ontwikkeling gaat daarbij nooit gelijkmatig: in een bepaalde periode zal je kind vooral bezig zijn met bouwen met grote blokken. En dan, in een andere periode, heeft het opeens volop belangstelling voor tellen. 

Daarnaast kunnen kinderen enorme sprongen maken in hun ontwikkeling. Een kind dat de ene maand nog niet kan rijmen, kan het soms zomaar 3 weken later wel. Het kan zelfs van dag tot dag verschillen, zoals in dit voorbeeld: Janna vraagt oma haar te helpen om op het trapje van de glijbaan te klimmen. Op de opmerking van oma dat ze dat 2 dagen daarvoor zelf kon, zegt Janna: “Ja, maar toen had ik nog spierballen. Die zijn nu weg.” 

Wat je kind in groep 2 leert, is dus niet zo makkelijk te zeggen. Het blijft zich in deze groep gewoon spelend ontwikkelen, in zijn eigen tempo en volgorde. Wel moet je kind aan het eind van groep 2 een bepaald niveau hebben bereikt voordat het naar groep 3 kan. Vroeger werd dat ‘schoolrijpheid’ genoemd. 

Lees ook:

 

Rekenontwikkeling groep 2

Een heel leuke manier om de leerdoelen van rekenen met je kind door te nemen is met het spel Rekenen met je kleuter. Klik hier voor meer informatie.

rekenen kleuter

Getallen

Je kind moet in groep 2 de getalrij tot 20 kunnen opzeggen. De getallen tot 10 moet het ook op papier herkennen en zelf kunnen schrijven. Je kind krijgt in deze groep bijvoorbeeld werkbladen waarop het het aantal bloemen moet tellen en het bijbehorende getalsymbool moet aanwijzen.  

De leerkracht zal ook oefenen met getalbeelden, bijvoorbeeld op de dobbelsteen. Als je vaak spelletjes doet, zal je kind het aantal stippen gaan herkennen zonder te tellen. Maar het is ook goed om te oefenen met de getalbeelden van de vingers, zodat je kind in 1 keer ziet hoeveel het er zijn. 

Leer je kind vanaf het begin aan te tellen van links naar rechts. Zo leert het gelijk dat naar rechts meer is, en naar links minder (net als op de getallenlijn).

Je kind moet begrijpen dat 8 meer is dan 5 en andersom. Ook moet het verder kunnen tellen vanaf een gegeven getal. Het krijgt bijvoorbeeld de opdracht verder te tellen vanaf 3. Er zijn bovendien allerlei rekenkundige begrippen die het moet begrijpen: meer, minder, evenveel, meeste, minste, erbij, eraf, samen en niets. Gebruik deze woorden daarom vaak in het dagelijks leven. 

Verder moet je kind de getallen tot 10 kunnen splitsen, optellen en aftrekken, maar dit gaat allemaal nog tellend. Je kind krijgt bijvoorbeeld een werkblad met bloemen, waarop het steeds een rondje moet zetten om groepjes van 3. Daarna moet het tellen hoeveel het er bij elkaar zijn. 

Oefenen met optellen en aftrekken gebeurt ook met materiaal: de juf stopt 6 knikkers onder een hoed en haalt er 2 weg. Hoeveel liggen er dan nog onder de hoed? Dit is overigens moeilijker dan je zou denken: je kind moet zich een voorstelling maken van iets dat het niet ziet. 

Bekijk ook:

 

Meten in groep 2

Ook woorden als groter, langer, meer, minder, dikker, dunner, lichter en zwaarder leert je kind in groep 2. Bij het onderdeel meten moet je kind opdrachten kunnen uitvoeren als: zet de blokken van klein naar groot. Of: zet blokken die even groot zijn bij elkaar. Je kind moet ook kunnen begrijpen dat je voorwerpen kunt meten, bijvoorbeeld: hoeveel A4’tjes passen er op de tafel? Of: in hoeveel stappen kun je van de ene kant van de klas naar de andere kant lopen? Ook moet het kunnen beredeneren dat een vol pak melk zwaarder is dan een leeg pak. 

Verder moet je kind begrippen rondom tijd begrijpen, zoals op tijd, te laat, toen, nu en later. Ook tijdsbegrip komt aan bod: de dagen van de week en de delen van de dag. Je kind hoeft nog niet te kunnen klokkijken, maar wel snappen dat de klok een manier is om de tijd te meten (als de kleine wijzer op de 6 staat, gaan we eten). 

Omgaan met geld is ook onderdeel van het meten. Je kind moet begrijpen waar geld voor dient, dat je daarmee dingen kunt kopen en dat je die dus betaalt. Ook moet het woorden begrijpen als goedkoper en duurder. 

 

Meetkunde in groep 2

Bij het onderdeel meetkunde gaat het meer over begrippen als voor, achter, naast, tegenover, op, tussen, ver en dichtbij. Je kind moet verder een simpele constructie met blokken kunnen nabouwen van een foto. Of met behulp van simpele plattegronden waarop staat hoeveel blokjes er op die plaats op elkaar moeten.

Het moet ook aanwijzingen kunnen opvolgen als: loop rechtdoor, ga linksaf, doe 3 stappen naar het raam enz. 

Bovendien leert je kind vormen kennen als vierkant, rechthoek, driehoek, cirkel en ruit. Het moet kunnen vouwen en de begrippen daarbij begrijpen: dubbel, hoek, recht, schuin enz. En het moet patronen kunnen herhalen, bijvoorbeeld 1 rode, 2 gele en 3 blauwe kralen, en dan weer 1 rode enz. 

 

Taal: voorbereidend lezen

Er is veel discussie over het wel of niet aanleren van letters in groep 1 en 2. Volgens het SLO (Stichting Leerplanontwikkeling) hoort het aanleren van letters niet tot de leerstof voor groep 2.

In het Protocol Dyslexie wordt wel aangeraden om in groep 1 en 2 al te beginnen met het aanleren van de letters. Dit protocol is ontwikkeld om dyslexie zo snel mogelijk te ontdekken en behandelen.

De meeste kinderen kunnen eind groep 1 wel hun eigen naam schrijven, maar Tom heeft het daarbij wel een stuk makkelijker dan Anouschka. Meestal tekent je kind in deze fase nog de letters, waarbij de volgorde er niet zo toe doet. Ook schrijft je kind waarschijnlijk nog net zo makkelijk van links naar rechts als andersom. 

Veel belangrijker is dat je kind de functie begrijpt van letters, en het verband begrijpt tussen gesproken woorden en het woord op papier. Het SLO formuleert het als volgt:

“Ontdekken dat woorden zijn opgebouwd uit klanken en dat letters met die klanken corresponderen.”  

Je kind moet ook losse woorden in zinnen kunnen onderscheiden en onderscheid kunnen maken tussen de vorm en de betekenis van de woorden. Het moet dus begrijpen dat bij iets dat heel groot is een kort woord kan horen en andersom. Een ‘regenworm’ is veel kleiner dan een ‘kat’.

Verder moet je kind woorden in klankgroepen kunnen verdelen: re-gen-worm. En andersom: als je zegt o-li-fant, moet het die klanken kunnen samenvoegen tot olifant. 

Daarnaast moet je kind in een kort woord als ‘pen’ de verschillende klankeenheden kunnen horen: p-e-n. Rijmen is ook erg belangrijk: lees je kind veel versjes voor waarbij je steeds het laatste woord(stukje) weglaat: “Kijk, ik zie de maan. Het is tijd om naar bed te g…….” 

Er zijn een heleboel apps te vinden waarmee je kind online of op de tablet kan oefenen, zoals de apps van Lola’s trein.  Maar je kunt ook zelf met je kind op zoek gaan: welke voorwerpen beginnen met dezelfde letter? In welke woorden hoor je een -oo-klank? 

Andere taalspelletjes, waarmee je vooral oefent met de auditieve waarneming (het horen van de klanken in woorden): 

 

Motorische ontwikkeling

Het schrijven van de letters is een ander verhaal. De oog-handcoördinatie die daarvoor nodig is, is meestal nog niet voldoende ontwikkeld. Je kind doet wel allerlei (schrijf)oefeningen om de fijne motoriek te stimuleren: tussen de lijntjes kleuren, overtrekken, plaatjes uitknippen of prikken. Op school zijn genoeg materialen, maar thuis kun je natuurlijk lekker aan de gang met allerlei leuke activiteiten.

Bekijk ook:

 

Woordenschat

Taal is natuurlijk veel meer dan het leren van de letters. Je kind leert in groep 2 steeds beter om iets duidelijk te vertellen. Het vertelt bijvoorbeeld in de kring wat het in het weekend gedaan heeft.

Bekijk: Woordenschat groep 2 uitbreiden met spelletjes

Je kind leert redeneren en uitleggen. Maar het leert ook luisteren: opdrachtjes uitvoeren, luisteren naar een verhaal, of het moet voorspellen hoe het af zou kunnen lopen. 

Je kunt je kind prima helpen bij het uitbreiden van de woordenschat: 

Voor al deze oefeningen en spelletjes heeft je kind natuurlijk woorden nodig. Spelenderwijs breidt het zijn woordenschat steeds meer uit.

Je kind kent aan het eind van groep 2 wel 8000 woorden! Een leuk boek om de woordenschat uit te breiden is Mijn Tweede van Dale. Dit is een voorleesboek voor kinderen vanaf 4 jaar. Er staan 1000 abstracte en voor kinderen moeilijk uit te leggen woorden in zoals verliefd, verdrietig en zich aanstellen. Deze woorden zijn verwerkt in voorleesverhaaltjes en zijn bovendien geïllustreerd. 

Breng ook in het dagelijks leven veel variatie aan in woorden: de ene keer loop je op de stoep, de andere keer op het trottoir enz. Gebruik ook niet te makkelijke woorden: kinderen snappen meer dan je denkt!

Neem je kind mee naar uiteenlopende activiteiten: van een bezoekje aan de kinderboerderij leert het weer andere woorden dan van een theatervoorstelling of een rondleiding op Schiphol. 

Het belangrijkste als je de taalontwikkeling van je kind wilt stimuleren? Hou het speels! Kleuters leren het meest door te spelen.

Bekijk ook: