Rekenen groep 2: de ultieme gids voor ouders

Heb jij een kleuter in groep 2 die volop bezig is om straks de overgang naar groep 3 te maken? En vraag jij je wel eens af wat hij daar nu precies leert? Lees dan hier alles over de voorbereiding op het rekenen, zodat je kind straks klaar is voor het rekenwerk in groep 3.

Leerlijnen groep 2

In de kleutergroep wordt er al volop gewerkt aan de basis voor het leren rekenen. Dat dat niet altijd zichtbaar is, komt omdat het spelenderwijs gaat. Maar als je kleuter enthousiast thuiskomt en vertelt dat het in de bouwhoek heeft gespeeld, dan heeft hij volop gewerkt aan zijn rekenontwikkeling.

Want hoeveel blokjes zijn er nodig om die hoge toren te maken? En, zijn er meer of minder blokjes nodig om dat huis te bouwen? Is het handig om die schuur voor het huis of naast het huis te bouwen? Behalve leren samenwerken tijdens het bouwen van de mooiste bouwwerken, wordt er dus ook volop gewerkt aan de rekenvoorwaarden.

En die rekenvoorwaarden zijn belangrijk, om in groep 3 de start te maken met het aanvankelijk rekenen.
De juf in de kleutergroepen 1 en 2 werkt aan verschillende rekendoelen. Deze doelen zijn afgestemd op de leerlijnen, zoals ze landelijk zijn vastgesteld (SLO). De leerlijnen voor alle groepen van het basisonderwijs, zijn als volgt onderverdeeld:

In elke groep wordt gewerkt aan de verschillende leerlijnen op eigen niveau. Hier zit dus een opbouw in zodat je kind voor elke overgang naar de volgende groep, klaar is om verder te werken aan zijn eigen ontwikkeling. 

Bekijk ook:

Getallen herkennen groep 2

De leerlijn ‘Getallen’, begint in groep 1 met o.a. het opzeggen van de telrij t/m 10, het kunnen schrijven van de getallen 1 t/m 6, het terug kunnen tellen van 6 naar 0, enz. Zodra een kleuter deze doelen beheerst, kan de volgende stap worden genomen in zijn ontwikkeling. In groep 1 en 2 is dit vaak een ononderbroken ontwikkeling van zo’n twee jaar. Zo maakt je kleuter dus steeds een sprongetje op de leerlijn tot het aan het eind van groep 2 klaar is, om naar groep 3 te gaan.


Een belangrijk leerdoel, is het herkennen van de getallen. Een streven is, om een kleuter aan het eind van de kleuterperiode in groep 2, de cijfersymbolen t/m 12 aan te leren. Als je kleuter veel interesse toont in getallen, dan zul je merken dat hij al snel de cijfersymbolen zal gaan herkennen. Het verschil tussen een cijfer en een getal is overigens dat getallen bestaan uit de 9 cijfers die wij kennen. Dus het getal 12 bestaat uit de cijfers 1 en 2. Als je kleuter wat minder interesse toont in cijfers en getallen, of je merkt dat hij het lastig vindt, dan kun je als ouder heel spelenderwijs gaan oefenen zodat het straks klaar is voor de overgang naar groep 3.

Getallen oefenen groep 2

Als je goed om je heen kijkt, zit de wereld vol getallen. Pak maar eens een simpel pak hagelslag en je kunt precies zien hoeveel gram er in het pak zit, hoeveel suiker of cacao erin zit, enz. Ook op de weg kom je getallen tegen, hoeveel kilometer is het nog naar je bestemming? Bij welk hectometerpaaltje ben je? Dat de wereld vol getallen zit is handig en leuk om samen met je kind te gaan ontdekken.

Stel bijvoorbeeld een cijfer centraal. Laten we de 6 nemen. Vraag je kind eens extra goed op te letten, waar hij een 6 tegenkomt. Vooraf kun je op een kaartje een grote 6 schrijven zodat het cijferbeeld goed is. En nu maar zoeken! Laat hem in tijdschriften de 6 uitknippen, of laat hem zoeken op prijskaartjes in de winkel en vergeet het pak hagelslag op tafel vooral niet. Bij elk gevonden cijfer 6, kun je hem luid complimenteren. Zo kun je variëren met de getallen 0 t/m 12. Elk cijfersymbool dat je kind heeft geoefend, kun je op een kaartje schrijven en ophangen aan een waslijntje op zijn kamer, natuurlijk wel in de juiste volgorde.

Ook het oefenen met aanwijzen en tellen tegelijk is een leuk spelletje. In onderwijstermen noemen we dat ‘synchroon’ tellen. Voor veel jonge kinderen is dat nog niet zo makkelijk. Vaak gaat het tellen sneller dan het aanwijzen. Tel vooral veel samen terwijl je de voorwerpen aanwijst. Een leuke oefening die je kunt doen is, bij het dekken van de tafel samen tellen wat er allemaal staat. “Zullen we eens tellen hoeveel broodbeleg er op tafel staat?” Elk voorwerp raak je aan terwijl je het volgende getal noemt. Zo leert je kind dat er een relatie is tussen de hoeveelheid wat je ziet en het aantal dat je telt. 

Tot slot is ook het schrijven van de cijfers belangrijk. Tegenwoordig bestaan er leuke apps om op een tablet de cijfers te schrijven en zo te oefenen. De richting wordt hierbij goed aangegeven zodat je kind weet waar bijvoorbeeld de 9 begint. De app ‘Letterschool’ is handig voor zowel het aanleren van letters als cijfers.

rekenspel groep 2

Rekenbegrippen groep 2

Onze taal zit vol rekenbegrippen. Als je tegen je kind zegt: “Ik vind twee boterhammen wel genoeg, drie is echt teveel”, dan heb je heel veel rekenbegrippen in één zin gebruikt. De woorden ‘twee’, ‘genoeg’, ‘drie’ en ‘teveel’, zijn allemaal onderdeel van onze rekentaal. Maar ook woorden als; ‘meer’ en ‘minder’ of ‘hoger’ of ‘lager’ zijn rekenbegrippen.

Door bewust gebruik te maken van deze rekentaal, kun je je kind trainen om deze te herkennen. Vraag je kind bijvoorbeeld eens: “wie denk je dat ouder is, opa of oma?” of “hoe komt het dat jij groter bent dan je zusje?” of “wil jij iedereen evenveel limonade inschenken?” Dus door bewust gebruik te maken van rekenbegrippen in je taal, kun je je kind helpen met deze voorwaarde die nodig is voor groep 3. Want bij het maken van de sommen, moet je kind straks wel weten dat 3 en 2 evenveel is als 5. En dat 15 knikkers meer is dan 12. 

Oefeningen ruimtelijk inzicht groep 2

Behalve rekenen op het platte vlak (abstract), is rekenen in de ruimte ook belangrijk. Als de juf met de kleuters aan het gymmen is in de speelzaal, wordt er volop gewerkt aan de ruimtelijke ontwikkeling van je kind. Kleuters leren vooral door te bewegen. Door hun hele lichaam te gebruiken, leren ze bijvoorbeeld ‘positie’ te bepalen. Wat is er boven of onder mij, of wie staat er naast mij? Hoever moet ik naar voren lopen om bij de ander te komen? Behalve positie bepalen leren ze ook ‘richting’ te bepalen. Welke richting moet ik oplopen om bij de juf te komen? Als ik rondom de zandbak loop, kan ik dat emmertje pakken. Ook het bepalen van ‘afstand’ is een belangrijke ruimtelijke ontwikkeling. Hoe snel moet ik rennen om de ander in te halen? De juf staat dichtbij maar mijn vriendje staat veraf.


Samen met je kind, kun je dus prima werken aan de ruimtelijke ontwikkeling. Misschien zit je kind al op gymles, dan wordt er al volop gewerkt aan zijn ruimtelijke ontwikkeling. Maar tijdens het buitenspelen kun je je kind ook bewust maken van ‘positie’, ‘richting’ en ‘afstand’. Zeg bijvoorbeeld: “ik sta achter je, kom eens naast mij staan!” of “gooi dit kleine steentje eens verder dan dat andere steentje”. Door je kind veel buiten te laten spelen is het eigenlijk continu bezig met ruimtelijke ontwikkeling. Behalve gezond dus ook leerzaam. 

Meten en Meetkunde groep 2

Kent je kind de dagen van de week al? Of weet je kind wanneer het ochtend of middag is? Het lijkt zo vanzelfsprekend, maar ook dit is één van de voorwaarden van het rekenen. Wat heeft dat nu met meten of meetkunde te maken, zul je misschien denken. Het kennen van de dagen van de week heeft alles te maken met tijdsbepaling, net als het leren klokkijken, alleen dat komt pas in groep 3/4 aan de orde.

Je begrijpt wel, het leren klokkijken kan pas goed verlopen als je kind beseft dat de wereld met tijd te maken heeft. Dat er 7 dagen in een week zitten en dat elke dag een naam heeft. En dat een dag weer is opgebouwd uit 3 dagdelen; ochtend, middag en avond. Maar ook dat gisteren is geweest, dat het nu vandaag is en dat morgen nog moet komen. De juf gebruikt hiervoor meestal een liedje aan het begin van de dag. Dat is dus niet alleen maar muzikaal bedoeld, maar ook rekenkundig. Dit noemen we ‘Meetkunde’.


Meten heeft te maken met het begrijpen dat een sinaasappel zwaarder is dan een mandarijntje. Dat je een lange route kunt lopen naar het toilet of een korte route. Maar ook dat puzzelstukjes niet zomaar gelegd kunnen worden, dat is passen en meten tot het klopt!
Ook hier kun je dus volop oefenen met je kind; samen koekjes bakken en het meel en de suiker afwegen, 2 appels op de handen van je kind leggen en vragen welke zwaarder is, of elke dag benoemen welke dag het is en wat je die ochtend, middag en avond gaat doen. 

Rekenen groep 2 spelletjes

Als ouder kun je dus heel veel doen met je kleuter in de voorbereiding naar het rekenen in groep 3. Wanneer je als ouder bewust bent van wat je kleuter zou moeten weten aan het eind van groep 2, dan kun je gerichter gaan oefenen. Juist door het spelenderwijs te houden, blijft het leuk voor je kind.

Lees hier meer over: rekenspelletjes groep 2

Ook is het in deze leeftijdsfase nog heel belangrijk dat je kind leert vanuit zijn lichaam. Ervaren hoe zwaar iets is, of hoog het moet klimmen werkt veel beter dan het kind een werkblad geven met abstracte getallen. Laat je kind spelenderwijs helpen in huis, door jou bijvoorbeeld de knijpers aan te geven voor de was terwijl jullie samen tellen. Met een doosje ‘nepgeld’ kun je samen winkeltje spelen. Een spelletjes aan tafel spelen is ook altijd gezellig en heel leerzaam zoals; domino, memory, ganzenbord of mens-erger-je-niet. Alle spelletjes met een dobbelsteen zijn goed voor het herkennen van hoeveelheden en de relatie met de cijfers.

App Rekenen groep 2

Tegenwoordig zijn er ook veel leuke apps te verkrijgen waar je kleuter zo nu en dan even mee kan oefenen:

De apps zijn een leuke manier om je kind leren om te gaan met het werken met een tablet. Ook bijvoorbeeld in de auto kan het een fijne manier zijn om je kind spelenderwijs te laten leren.

rekenspel groep 2

Mocht je twijfelen of je kind zich voldoende ontwikkelt voor de overgang naar groep 3, praat dan met de juf. Zij kan je vertellen hoe je kind ervoor staat. Of hij alle onderdelen van zowel taal als rekenen voldoende beheerst. Als je kind moeite heeft bij een bepaald onderdeel, dan kun je in overleg met de juf thuis gericht gaan oefenen. Houd het speels en praktisch. Ook kan het helpen om je kind te  betrekken bij een leerdoel.

Stel dat hij het synchroon tellen nog lastig vindt, dan kun je samen met hem een plannetje maken hoe hij dat kan gaan leren. Misschien heeft hij zelf wel fantastische ideeën hoe hij dit kan aanpakken. Kinderen zijn vaak heel creatief in het vinden van oplossingen, betrek ze dus vooral in het meedenken. Zo zal je kind ook gemotiveerd zijn om zijn eigen doel te behalen. En als een doel is behaald, hoe klein ook, vier dan gerust een feestje. Kan je kind binnen een week synchroon tellen tot 10? Dan gaan jullie samen voor het weekend die lekkere koekjes bakken. Zo vang je twee vliegen in één klap want je pakt meteen het volgende doel erbij, werken aan het onderdeel meten. Samen het meel en de suiker wegen. Balletjes kneden die even groot moeten worden. Hoeveel rozijntjes moeten er in elke koekje? Hoeveel ruimte is er nog over voor een versiering bovenop? Hoelang moeten de koekjes in de over voor ze gaar zijn? Passen er 5 koekjes naast elkaar op een rij? En als ze klaar zijn, samen genieten van de koekjes met een zelf ingeschonken glas limonade.

Kortom; leren doe je door te doen, en het liefst samen. Hierdoor stimuleer je niet alleen zijn rekenontwikkeling maar verstevig je ook nog eens de band tussen jullie twee. 

Veel rekenplezier!

De informatie en werkbladen voor de andere groepen bekijken?

Vragen en antwoorden

Hoe lang kun je rekenen oefenen?

Een goed uitgangspunt is om in groep 3 kinderen 10 minuten per dag te laten oefenen. Per groep kun je daar steeds 10 minuten bij optellen. Dus bijvoorbeeld een kind in groep 5 zou per dag 30 minuten aan oefenen kunnen besteden (Bron: ‘Wat echt werkt, 27 evidence based strategieën voor het onderwijs, David Mitchell, 2015). Elke dag of om de dag even oefenen is veel effectiever dan in een paar dagen een heel oefenboek doornemen. Zo kan je kind zich goed concentreren en met een blij gevoel stoppen met oefenen.

Waarom is rekenen belangrijk?

Goed kunnen rekenen is belangrijk om je in de maatschappij te kunnen redden. Bijvoorbeeld om in het voortgezet onderwijs goed mee te kunnen komen bij vakken als wiskunde en natuurkunde, maar ook bij vakken als tekenen en economie. Bij haast alle vakken wordt gerekend. Ook vragen vrijwel de meeste beroepen kennis van rekenen. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Een diëtist die moet kunnen uitrekenen hoeveel je van iets mag eten
  • Een makelaar die moet uit kunnen rekenen wat je per maand betaalt aan hypotheek met een hypotheek van €250.000, – en of je dan nog budget hebt om de badkamer te verbouwen
  • Een schilder die verf in de juiste verhoudingen moet kunnen mengen
  • Enzovoort, enzovoort…

Daarnaast is het natuurlijk belangrijk dat je kunt uitrekenen of je niet teveel hebt betaald in de winkel, hoelang je ongeveer onderweg bent als je fietst van Rotterdam naar Rhoon en dat je de juiste hoeveelheden kunt afwegen als je een cake gaat bakken. Je ziet: eigenlijk reken je de hele dag!