Rekenen Groep 1: een overzicht voor ouders

Je kind zit nog maar net op de basisschool en hij krijgt nu al rekenen? Lees hier alles over ‘Rekenen groep 1‘. We leggen je de belangrijkste begrippen uit en je krijgt tips voor leuke spelletjes die je thuis kunt doen.

Rekenen groep 1: informeel rekenen

Dat klinkt bijna alsof je kind met een reken werkboek, zittend aan een tafeltje, leert rekenen… Gelukkig ziet dat er in de praktijk toch een beetje anders uit.

Wat leren kinderen in groep 1, zodat ze zich goed voorbereiden op het toekomstige vak rekenen? En, misschien nog wel belangrijker, wat kan je thuis oefenen?

schrift uitleg

(bron: gratis pictogrammen via www.sclera.be)

De voorbereiding op rekenen, noemen we informeel rekenen. Tijdens het informeel rekenen breidt de leerkracht de rekenvaardigheid van de leerlingen uit zodat zij een goede basis krijgen voor de overgang naar groep 2.

Informeel rekenen gebeurt spelenderwijs. Kinderen leren tijdens vrij spel of door te spelen in een themahoek van de klas. Zo’n themahoek kan bijvoorbeeld een winkel zijn waar kinderen in aanraking komen met betalen van geld en prijzen van de artikelen. Zo’n speelplek kan je thuis natuurlijk ook inrichten! (daarover later in dit artikel meer).

De voorbereiding op rekenen is niet alleen spelen met cijfers, leren tellen (in het begin nog als opzeg versje), getallen herkennen of weten hoeveel jaar je bent, het is ook kennis hebben van rekenbegrippen als: hoog / laag, meer / minder, voor / achter of zwaar / licht. Je kunt je kind met behulp van prentenboeken, voorleesboeken, dagelijkse situaties en spelmateriaal helpen zich voor te bereiden op het vak rekenen.

boekenplank

(bron: gratis pictogrammen via www.sclera.be)

Uitleg van begrippen

Informeel rekenen Voorbereiding op het vak rekenen
 

Themahoek

Een speelplek met een bepaald onderwerp, waarbij kinderen in aanraking komen met getallen.
 

Rekenvaardigheid

De kennis van een kind over begrippen, cijfers en hoeveelheden.
Rekendoelen De leerdoelen die de leerkracht in groep 1 moet aanreiken, zodat een kind een goede basis krijgt om in groep 2 verder te leren. Deze leerdoelen zijn vastgesteld en gelden voor elk kind.
Klassikaal Alle kinderen in groep / klas krijgen op het zelfde

moment instructie van de leerkracht aangeboden.

Vaardigheidsscore De omrekening van een ruwe score op een toets naar een vaardigheidsscore, zodat deze te vergelijken is met een score van een gemiddelde dat door de maker van de toets berekend is.

 

rekenen groep 1

Doelen rekenen groep 1

In opdracht van het ministerie van OCW zijn er afspraken gemaakt over wat een leerling in groep 1 moet leren. Onderstaande doelen gelden voor kinderen die starten in groep 1 (aug.) tot en met november van het schooljaar. In veel gevallen hebben kinderen al een aantal van onderstaande doelen geleerd, je kunt dan natuurlijk gerust verder gaan met het aanbieden van een moeilijkere opdrachten en spelletjes, zolang je ziet dat je kind er plezier in heeft.

rekendoelen

(bron: gratis pictogrammen via www.sclera.be)

Sorteren en ordenen

Getalbegrip

Tijdsbesef

Ruimtelijke oriëntatie

driehoek

(bron: gratis pictogrammen via www.sclera.be)

Meten en wegen

(bron: “Van kerndoel tot leerlijn” (M. v.d. Stap))

Wil je weten wat je kind vanaf ongeveer december tot eind groep 1 aangeboden krijgt en dus gaat leren?

Dan kan je het ‘aanboddoelen van rekenen groep 1-2’ inzien dat op de website van CED te vinden is.

Cito rekenen groep 1

Dit artikel begon met:

“Rekenen in groep 1, dat klinkt bijna alsof je kind met een reken werkboek, zittend aan een tafeltje, leert rekenen… Gelukkig ziet dat er in de praktijk toch een beetje anders uit”.

Toch nemen nog veel basisscholen op die manier vanaf groep 1, 2 x per schooljaar de Cito-toets af. Dit gebeurt in januari / februari en in mei / juni. De cito toets die in januari / februari wordt afgenomen heet de M1 toets. De M staat voor midden (van het schooljaar), de 1 staat voor groep 1. De citotoets die in mei / juni wordt afgenomen heet de E1 toets. De E staat voor eind (van het schooljaar), de 1 staat voor groep 1.

De cito rekentoets van groep 1 bevat vooral plaatjes. De vraag die er bij hoort leest de leerkracht klassikaal voor, je kind kruist het goede antwoord aan op het formulier.

De inhoud van de cito toets is gebaseerd op de leerdoelen rekenen, die voor groep 1 gelden.
Begrippen als kort/lang, meer/minder e.d. komen aan bod (“Wijs het plaatje aan met de meeste eenden)”, ruimtelijk inzicht (“Zoek de goede schaduw”) en tijdsbesef (“Wat doe je al je uit bed komt?”) worden getoetst.

De cito toets checkt de kennis van de cijferrij van 1 t/m 10 en of je kind weet dat een cijfer, een geschreven teken is dat een aantal (van iets) weergeeft en bijvoorbeeld of je kind het goede cijfer bij een plaatje van een aantal voorwerpen kan vinden.

Vanaf 2022 worden de toetsen niet meer afgenomen bij kleuters. De leerkracht kan de ontwikkeling wel op een andere manier volgen. De overheid zegt hierover het volgende:

De kleutertoetsen waren al niet verplicht, maar worden nu helemaal uit de leerlingvolgsystemen gehaald. Tegelijkertijd houdt een school of de leraar wel de ruimte voor leraren om de ontwikkeling van kleuters op een andere manier te volgen. Leraren kunnen bijvoorbeeld aan de hand van observaties, gesprekjes of spelletjes nagaan hoe hun kleuters er nu voor staan. Scholen en leraren mogen zelf bepalen op welke manier ze dit willen doen.

Rekenen groep 1 spelletjes

Speelhoek(en): in de klas zal je de thema- of speelhoeken wel eens gezien hebben. Dit kun je thuis natuurlijk ook maken! Je kunt denken aan een cijferwinkel gebaseerd op het boek:

het cijferwinkeltje

In een cijferwinkel kun je materiaal neerleggen als: cijferstempels, cijfer mallen, papier + kleurpotloden en viltstiften, een rekenmachine, klok, stopwatch, klei om cijfers mee te maken enz. enz.
Je kind kan eindeloos experimenteren met cijfers. Speel af en toe mee, zodat je het spel ongemerkt educatiever maakt. Benoem vooral wat je aan het doen bent en maak daarbij gebruik van begrippen als: meer/minder, kort/lang enz.

(Prenten)boeken: Voorlezen over cijfers, tijd, begrippen of ruimte helpen je kind zich voor te bereiden op het toekomstig rekenen. Een aantal suggesties:
“Het cijferwinkeltje van oma Brom” van Marianne Busser en Ron Schröder.
“Rupsje Nooitgenoeg, Hoe laat is het?” van Eric Carle
“Vijfde zijn” van Ernst Jandl en Norman Junge (over rangtelwoorden)
“Prinses Pien telt tot tien” van Thaïs Vanderheyden
“Wie is de grootste?” van Petr Hoácek (over ruimtelijke begrippen)
Leerzaam is ook wanneer je het verhaal samen naspeelt met poppen, knuffels of speelgoed dieren.

Kalender: De dagen van de week leren, het verschil tussen ochtend, middag of avond en de relatie tussen de tijd van het jaar en het weer…. Alles van tijdsbesef kan aan bod komen als je dagelijks, samen de kalender bespreekt en bijwerkt.

Opzeg versjes en liedjes: Met behulp van YouTube kan je heel veel liedjes vinden over elk gewenst onderwerp. Vooral automatisch leren tellen is heel goed te leren met behulp van liedjes of opzeg versjes.

Schooltelevisie: is niet alleen beschikbaar voor scholen. Ook thuis kan je afleveringen samen bekijken via
YouTube. Via de link https://www.youtube.com/watch?v=OZJ6Ws4s4Wc vind je “Koekeloere”, een educatief school tv serie voor jonge kinderen. Bovenstaande link geeft inzicht in het verkeer waarbij de begrippen rechtdoor, rechts en links worden behandeld. Maar er zijn heel veel afleveringen die je als voorbereiding op rekenen kunt gebruiken.

Vakantieboeken: Je vindt ze in de boekenwinkel en op rommelmarkten. Let er wel op dat je boeken koopt die bij de leeftijd van je kind past. In de boeken staan eenvoudige opdrachten over meer/minder, veel/weinig etc. Ook staan er vaak opdrachten in waarbij bijvoorbeeld een konijntje via een doolhof naar een wortel gebracht moet worden. Niet alle kinderen vinden dit soort boeken leuk, misschien dat het wel als leuk ervaren wordt wanneer je er samen in werkt? Maak er geen strijd van; kinderen van deze leeftijd leren vooral door middel van spel en in dagelijkse situaties!

Cijferspelletjes groep 1

Gezelschapsspelletjes waarbij een dobbelsteen gebruikt wordt: alle spelletjes die je kind leuk vindt en past bij de leeftijd zijn geschikt! Het helpt om kinderen te laten wennen aan ‘herkennen van handige structuren van een klein aantal hoeveelheden’ en ‘verkort tellen’. Ook komt bij elke beurt het tellen (tot 6) aan bod. En tegelijkertijd oefent je kind zich te concentreren, leert het omgaan met beurtgedrag en winnen/verliezen.

spelletjes

(bron: gratis pictogrammen via www.sclera.be)

Turven: een spel waarbij je 4 of 6 dobbelstenen gebruikt. Je kunt het met twee of meerdere personen spelen.
Nodig: 6 dobbelstenen, een potlood voor elke speler en een blaadje waarop voor elke speler het volgende is getekend:

 

cijfer Spel 1 Spel 2 Spel 3
1
2
3
4
5
6

 

Uitleg: Je mag 3 x per beurt met de dobbelstenen gooien. De bedoeling is dat je per ronde een getal uitzoekt dat je gaat ‘turven’. Van te voren spreek je met elkaar af na hoeveel keer gooien het vakje achter het cijfer als vol beschouwd mag worden. Bijvoorbeeld na 5 keer of na 10 keer.
Je gooit met alle dobbelstenen. Je kijkt welke aantallen (ogen) je het meest hebt gegooid (bijv. de stenen met daarop 3 ogen). Die dobbelstenen leg je apart. Vervolgens gooi je nogmaals met de overgebleven dobbelstenen. Je probeert ook daar 3 mee te gooien. Lukt dat bijv. met 1 of meerdere stenen, dan mag je die opnieuw apart leggen. Na de derde poging moet je stoppen en tel je met hoeveel dobbelstenen je 3 hebt kunnen gooien. Zoveel streepjes mag je in het vakje zetten achter het juiste getal. Na vier streepjes zet je de vijfde er dwars doorheen zodat je groepjes van 5 krijgt.
Leerdoelen: zijn dezelfde als bij gezelschapsspelen.

Ik zie, ik zie: Een spelletje dat je in de auto kunt doen. Je zegt: “Ik zie, ik zie wat jij niet ziet en het cijfer is …” Jouw kind mag dan het cijfer opzoeken. Je kunt de cijfers zowel binnen als buiten de auto vinden.
Leerdoel: herkennen van cijfers en benoemen van cijfers.

Telspelletjes: Dit soort spelletjes kun je overal spelen; in de auto, thuis, in de wachtkamer… Je neemt de cijferrij tot bijv. 10 of als je kind daar aan toe is, tot 20 (meestal zijn kinderen in groep 2 hier aan toe).
Je telt eerst zelf van 1 tot en met 5. Daarna mag je kind het proberen.
Je telt zelf van 1 tot en met 10. Daarna mag je kind het proberen.
Je telt van 5 tot en met 1 terug. Daarna mag je kind het proberen
Je telt van 10 tot en met 1 terug. Daarna mag je kind het proberen.
Nog een moeilijkere variant:
Je noemt een getal en van daar af mag je kind verder tellen. Of terug tellen wat natuurlijk nóg moeilijker is.

“Dag meneer / dag mevrouw”
Nodig: losse kaartjes met daarop 1 cijfer, van 1 tot en met 10 of 20.
Je zegt: “Dag meneer, welk cijfer geeft dit kaartje weer?”
Je zoon mag antwoorden door het cijfer te benoemen. Is het antwoord goed, dan krijgt je kind het kaartje. Is het antwoord niet goed dan zeg je het goede antwoord maar gaat het kaartje achter de andere kaartjes zodat deze later nogmaals terugkomt en je kind het opnieuw kan proberen.

Speel je het spel met je dochter dan gaat het rijmpje als volgt:
“Dag mevrouw, zeg het cijfer op mijn kaartje maar gauw!”

Kijk hier voor meer spelletjes:

Spelletjes groep 1 en 2

De informatie en werkbladen voor de andere groepen bekijken?

Vragen en antwoorden

Hoe lang kun je rekenen oefenen?

Een goed uitgangspunt is om in groep 3 kinderen 10 minuten per dag te laten oefenen. Per groep kun je daar steeds 10 minuten bij optellen. Dus bijvoorbeeld een kind in groep 5 zou per dag 30 minuten aan oefenen kunnen besteden (Bron: ‘Wat echt werkt, 27 evidence based strategieën voor het onderwijs, David Mitchell, 2015). Elke dag of om de dag even oefenen is veel effectiever dan in een paar dagen een heel oefenboek doornemen. Zo kan je kind zich goed concentreren en met een blij gevoel stoppen met oefenen.

Waarom is rekenen belangrijk?

Goed kunnen rekenen is belangrijk om je in de maatschappij te kunnen redden. Bijvoorbeeld om in het voortgezet onderwijs goed mee te kunnen komen bij vakken als wiskunde en natuurkunde, maar ook bij vakken als tekenen en economie. Bij haast alle vakken wordt gerekend. Ook vragen vrijwel de meeste beroepen kennis van rekenen. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Een diëtist die moet kunnen uitrekenen hoeveel je van iets mag eten
  • Een makelaar die moet uit kunnen rekenen wat je per maand betaalt aan hypotheek met een hypotheek van €250.000, – en of je dan nog budget hebt om de badkamer te verbouwen
  • Een schilder die verf in de juiste verhoudingen moet kunnen mengen
  • Enzovoort, enzovoort…

Daarnaast is het natuurlijk belangrijk dat je kunt uitrekenen of je niet teveel hebt betaald in de winkel, hoelang je ongeveer onderweg bent als je fietst van Rotterdam naar Rhoon en dat je de juiste hoeveelheden kunt afwegen als je een cake gaat bakken. Je ziet: eigenlijk reken je de hele dag!