Rekenen groep 6: Checklist voor ouders

In groep 6 krijgen de kinderen bijna 6 uur per week rekenles. Iets meer dan een uur per dag. Wat leren ze dan? Bekijk de Rekenen groep 6 ‘Checklist voor ouders’ en download de oefenbladen rekenen groep 6.

Oefenbladen rekenen groep 6 (PDF)

Rekenen oefenen met de gratis werkbladen. Download de oefenbladen!

Werkbladen Groep 6 Rekenen (Gratis)

Groep 6 rekenen: video met een overzicht

Bekijk de rekenen oefenen ‘Checklist voor ouders’ voor groep 6.

 

In groep 6 komen diverse rekenonderdelen aan bod. Met de meeste onderwerpen hebben de kinderen al kennisgemaakt in groep 5. Uiteraard worden de sommen in groep 6 moeilijker. De kinderen gaan met grotere getallen werken en er wordt een begin gemaakt met breuken.

Groep 6 rekenen: Getallen

Tellen, doortellen, terugtellen t/m 10.000. In groep 6 leren de kinderen vooruit te tellen en terug te tellen vanaf verschillende beginpunten met sprongen van 1, 10 en 100 en ook met andere sprongen zoals bijvoorbeeld 7.

Tellen met een sprong van 1: 7683 > 7684 > 7685 > 7686 Tellen met sprongen van 10: 3246 > 3256 > 3266> 3276 Tellen met sprongen van 100: 4273 > 4373 > 4473 > 4573 Tellen met andere sprongen, bijvoorbeeld met sprongen van 7: 9127 > 9134 > 9141 > 9148

rekenen groep6 school

Ook leren de kinderen terug te tellen met bovengenoemde sprongen. De kinderen kunnen de getallen verdelen in: duizendtallen, honderdtallen, tientallen en eenheden (D + H + T + E). In groep 6 wordt gewerkt met een getallenlijn tot en met 11.000. Voorbeeldopgave rekenen groep 6:rekenen groep 6 getallenlijn

Tips:

Sommen ‘tussen haakjes’

De kinderen leren dat de som tussen de haakjes ‘voorrang’ heeft en als eerste moet worden uitgerekend. Bijvoorbeeld: (7 x 3) + (5 x 5) = 21 + 25 = 46 (8 x 2) + 6 x 7) = 16 + 42 = 58 (8 x 8) – (8 : 2) = 64 – 4 = 60

Diagonaal

Het begrip ‘diagonaal’ wordt geïntroduceerd. Een diagonaal is een schuine lijn die van bijvoorbeeld de linker onderhoek van een rechthoek of vierkant naar de rechter bovenhoek van dezelfde rechthoek of hetzelfde vierkant loopt. Bijvoorbeeld:

diagonaal

Sommen groep 6 over het duizendtal

In groep 6 gaan de kinderen rekenen ‘over het duizendtal’. Dit betekent dat de uitkomst van een som groter is dan 1000. Bijvoorbeeld: 700 + 500 Een som over het duizendtal kan ook beteken dat het eerste getal van de som groter is dan 1000 en de uitkomst kleiner is dan 1000. Ook hier wordt het duizendtal als het ware ‘gepasseerd.’ Bijvoorbeeld: 1500 – 600. In groep 6 komt het ‘schattend rekenen’ aanbod. Zie voor meer informatie hierover het artikel ‘redactiesommen groep 6‘.

Het rekenen met grote getallen wordt vaak cijferend of kolomsgewijs gedaan. Veel scholen kiezen voor het aanleren van kolomsgewijs optellen en -aftrekken omdat hiermee het inzicht wordt vergroot. Bij het kolomsgewijs rekenen wordt van links naar rechts gewerkt. Hieronder zie je twee uitgewerkte voorbeeldsommen.

 

Kolomsgewijs optellen:

kolomsgewijs optellen

 

Kolomsgewijs aftrekken:

kolomsgewijs aftrekken

 

Op de meeste scholen gaat men na het kolomsgewijs over op het cijferend rekenen. Bij het cijferend rekenen werk je van rechts naar links. Wanneer de getallen nog groter worden, moeten er bij het kolomsgewijs rekenen veel tussenberekeningen worden gemaakt, hetgeen de kans op fouten vergroot. Cijferend rekenen biedt dan meer zekerheid. Hieronder twee video’s met uitleg over cijferend rekenen (optellen en aftrekken).

Cijferend optellen:

 

Cijferend aftrekken:

 

 

Rekenen groep 6 Vermenigvuldigen

In groep 6 worden de getallen bij onder elkaar vermenigvuldigen groter.

Rekenen groep 6 vermenigvuldigen voorbeeld kolomsgewijs vermenigvuldigen:kolomsgewijs vermenigvuldigen

Ook bij vermenigvuldigen kan er gekozen worden voor cijferend vermenigvuldigen:

 

Verder komen de tafels van 20, 30, 40, 50, 60, 70, 80, 90 aan de orde.

 

Deelsommen oefenen groep 6

Ook de getallen waarmee de kinderen delen zijn groter. Een deelsom met grote getallen reken je uit met behulp van een staartdeling of met behulp van de ‘hapmethode’.

‘Hapmethode’

Bij de hapmethode neem je iedere keer een hap van het te delen getal. Deze hap haal je van het deeltal af en je neemt weer een hap van het overgebleven getal. Dit klinkt best ingewikkeld, maar het geeft de kinderen inzicht in de som. Ze zien wat ze doen en met de hapmethode is het voor ieder kind mogelijk, ondanks zijn/haar rekenniveau, een moeilijke deelsom (een deelsom met grote getallen) te maken. De hapmethode maakt het mogelijk om in kleine en grote stappen en dus op verschillende niveaus de som op te lossen. We beginnen met een makkelijke som: 72 : 6. Omdat er gedeeld gaat worden door 6, gaan we happen nemen van 6. Het is dus belangrijk dat de tafel van 6 goed geautomatiseerd is.

 

kolomsgewijs-vermenigvuldigenDus: 72 : 6 = 12

Nu met een iets groter getal:

 

hapmethode

In groep 7 gaat er gedeeld worden met grote getallen (> 1000) en dan wordt het niveauverschil goed zichtbaar: de kinderen die het makkelijk vinden, zullen grotere happen nemen dan de kinderen die het lastig vinden. Maar.. dit is geen probleem, want een deelsom kan met behulp van de hapmethode op verschillende manieren worden opgelost! Voor de kinderen die moeite hebben met de hapmethode is er altijd nog de staartdeling.

Rekenen groep 6: Staartdeling

 

 

 

Met maten leren rekenen groep 6: omtrek en oppervlakte

Sommige kinderen vinden het verschil tussen de omtrek en de oppervlakte best lastig. Het verschil tussen omtrek en oppervlakte kun je goed uitleggen door op een ruitjesblaadje een rechthoek te tekenen. De omtrek van de rechthoek kun je aanwijzen met een potlood. Je kunt erbij vertellen dat je er omheen gaat.

 

leren rekenen groep 6 hectometer

 

Nu de oppervlakte: een oppervlakte kun je bedekken. Er kan iets op. Knip uit een (gekleurd) stuk papier een even grote rechthoek als je hebt getekend en leg deze op de getekende rechthoek.

 

meten groep 6

 

De omtrek reken je uit door de lengte van alle zijden bij elkaar op te tellen: 2 x de lengte (L) + 2x de breedte (B). In sommige methodes leren de kinderen ook al hoe ze de oppervlakte uit moeten rekenen: de lengte keer de breedte. Er komt een 2 schuin boven de m (of de cm of de km, enzovoort): dit betekent dat het om vierkante meters, centimeters, enzovoort gaat. Geen gewone centimeters, meters, enzovoort maar een centimeter in het vierkant.

 

 

Schaal

De kinderen leren op schaal te tekenen. Als iets op schaal is getekend zegt dit iets over de verhouding met de werkelijkheid. Bijvoorbeeld: een schaal van 1 : 100 (spreek uit als 1 op 100) betekent dat iets in het echt 100 keer groter is dan op de kaart. Maar dit wil niet automatisch zeggen dat het over centimeters gaat! Het kan ook over millimeters, decimeters, meters, enzovoort gaan. Op de kaart of plattegrond staat altijd aangegeven met welke maat er gemeten moet worden. Bijvoorbeeld: Schaal 1 : 100 en daarnaast een lijntje waarbij bijvoorbeeld staat 100 cm |<——->| à dit stukje op de kaart is in het echt 100 cm. Tip: kijk op een kaart uit de omgeving wat de schaal is, meet op de kaart met een liniaal de afstand van bijvoorbeeld het winkelcentrum naar huis. Of van huis naar school. Hoe ver is dit in het echt? Als er toevallig een schaalmodel van iets in huis is (bijvoorbeeld van een auto), kun je hier ook mooi mee oefenen! Hoe lang is 1 cm van het model in het echt?

Rekenopdrachten groep 6 met breuken

Een nieuw rekenonderdeel in groep 6 zijn de breuken. Om te kunnen rekenen met breuken is het belangrijk dat de kinderen goed kunnen vermenigvuldigen en kunnen delen. Bijvoorbeeld voor een som als: hoeveel kwarten gaan er in één hele (4 x een kwart). De volgende begrippen komen aan bod:

 

Om voor de kinderen inzichtelijk te maken wat een breuk nu eigenlijk, gaan ze breuken kleuren. Bijvoorbeeld: kleur de helft van de cirkel blauw of kleur een kwart van de cirkel oranje. Ze leren helen verdelen in breuken:

Ze leren breuken schrijven en uitspreken: Een halve = ½ (één van de twee delen) Een kwart = ¼ (één van de vier delen) Noemer Het getal onder de streep is de noemer en geeft aan in hoeveel stukjes iets is verdeeld. Bijvoorbeeld 2/4: de taart (of iets anders) is verdeeld in vier stukken. Teller De twee geeft aan dat ik twee van die vier stukken taart krijg (lekker veel dus;-) ). Het getal boven de streep is de teller: je telt hoeveel stukken je krijgt.

Rekenoefeningen groep 6 met breuken

Er wordt gerekend met gelijknamige breuken. Dit betekent dat de breuken in een som dezelfde ‘naam’ (of noemer) hebben. Ze komen uit dezelfde ‘familie’. Bijvoorbeeld: 1/6 + 2/6 of 3/5 – 1/5 Helen en breuken worden bij elkaar opgeteld. Bijvoorbeeld: 7 + 2/3 of 6 – 3/5 Er worden sommen gemaakt met samengestelde gelijknamige breuken. Bijvoorbeeld: 2 1/3 + 3 1/3 of 4 4/5 – 1 2/5 En ook: 3 3/5 + 4 4/5 en 7 ¼ – 1 2/4 (hierbij wordt ‘over’ de hele heengegaan) Verder leren de kinderen vermenigvuldigen en delen met eenvoudige breuken. Bijvoorbeeld: 6 x ½, 2 ½ x 1 1/2 , ¾ x ¼, ¾: 3 = ¼

Bij breuken is het belangrijk om te laten zien wat een breuk nu eigenlijk is en wat er gebeurt als je ermee rekent. Teken dus zoveel mogelijk! Als je een cirkel verdeelt in kwarten is het veel makkelijker te zien wat er bedoeld wordt met de som ¾ : 3 en zie je eigenlijk direct dat het antwoord ¼ is. We gaan verder.. De kinderen leren: aanvullen tot helen: 2/5 + …. = 1 de helen eruit te halen: 2/3 + 2/3 = 1 1/3 vereenvoudigen: 4/8 = 2/4 = ½

brueken pizza rekenen groep 6

 

 

Hieronder een aantal voorbeelden van redactiesommen groep 6.

Sanne eet 6 aardbeien. Dit is een kwart van alle aardbeien in de doos. Hoeveel aardbeien zaten er eerst in de doos? …………………… aardbeien Oma heeft 15 repen chocolade. 2/3 van de repen chocolade stopt ze in een kastje. Hoeveel repen chocolade stopt oma in een kastje? ………………… repen chocolade

Klokkijken groep 6

De kinderen leren eerst digitaal klokkijken tot 12 uur en later tot 24 uur in uren, minuten en seconden: 16 : 45: 27. De begrippen AM en PM komen aan bod. AM is een Latijnse afkorting: Ante Meridiem en betekent ‘Voor de middag’. PM staat voor Post Meridiem en betekent ‘Na de middag’. Bijvoorbeeld: 9:00 PM betekent 9:00 uur ’s avonds. Om de betekenis van de afkortingen AM en PM te onthouden, zijn er een aantal ezelsbruggetjes bedacht:

Rekenen groep 6 oefenen

Het voordeel van deze oefenboeken rekenen groep 6 is dat de sommen per somsoort worden aangeboden. Je kunt dus eerst een bepaalde som oefenen tot je kind die soort som helemaal beheerst. In de oefenboeken worden per somsoort eerst de kale sommen aangeboden en dan in de vorm van verhaaltjes. Juist deze verhaaltjessommen komen veel voor in de cito toetsen en in de toetsen van de rekenmethodes op school.

Rekenen groep 6 oefenen (video)

 

Er is een rekenboek groep 6 voor de eerste helft van het schooljaar beschikbaar, afgestemd op de cito toets groep 6 rekenen in januari. Ook is er een oefenboek voor de tweede helft van het schooljaar, gericht op de cito-toets rekenen groep 6 die in mei/juni wordt afgenomen. Bestel de oefenboeken rekenen.

jongen groep 7

Redactiesommen groep 6

Voor veel kinderen zijn de redactiesommen groep 6 (ofwel verhaaltjessommen) uit de cito-toetsen groep 6 lastig. Soms lukt het prima met de ‘kale sommen’, maar zodra eenzelfde soort som in de vorm van een verhaaltje wordt aangeboden, treedt er verwarring op.  
Bekijk artikel
meisje in de klas

Hoe bereken je het gemiddelde?

Voor veel kinderen geeft het berekenen van een gemiddelde problemen. Dat hoeft niets te maken te hebben met rekenen op zich. Maar ‘het gemiddelde’ is een abstract begrip en als het een poosje niet langs is gekomen in de rekenmethode, […]
Bekijk artikel

Video's met uitleg en leuke spelletjes

Bekijk de video-uitleg over sommen en de leukste spelletjes met rekenen:

Vragen en antwoorden

Hoe lang kun je rekenen oefenen?

Een goed uitgangspunt is om in groep 3 kinderen 10 minuten per dag te laten oefenen. Per groep kun je daar steeds 10 minuten bij optellen. Dus bijvoorbeeld een kind in groep 5 zou per dag 30 minuten aan oefenen kunnen besteden (Bron: ‘Wat echt werkt, 27 evidence based strategieën voor het onderwijs, David Mitchell, 2015). Elke dag of om de dag even oefenen is veel effectiever dan in een paar dagen een heel oefenboek doornemen. Zo kan je kind zich goed concentreren en met een blij gevoel stoppen met oefenen.

Waarom is rekenen belangrijk?

Goed kunnen rekenen is belangrijk om je in de maatschappij te kunnen redden. Bijvoorbeeld om in het voortgezet onderwijs goed mee te kunnen komen bij vakken als wiskunde en natuurkunde, maar ook bij vakken als tekenen en economie. Bij haast alle vakken wordt gerekend. Ook vragen vrijwel de meeste beroepen kennis van rekenen. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Een diëtist die moet kunnen uitrekenen hoeveel je van iets mag eten
  • Een makelaar die moet uit kunnen rekenen wat je per maand betaalt aan hypotheek met een hypotheek van €250.000, – en of je dan nog budget hebt om de badkamer te verbouwen
  • Een schilder die verf in de juiste verhoudingen moet kunnen mengen
  • Enzovoort, enzovoort…

Daarnaast is het natuurlijk belangrijk dat je kunt uitrekenen of je niet teveel hebt betaald in de winkel, hoelang je ongeveer onderweg bent als je fietst van Rotterdam naar Rhoon en dat je de juiste hoeveelheden kunt afwegen als je een cake gaat bakken. Je ziet: eigenlijk reken je de hele dag!