Leesstrategieën begrijpend lezen: de 6 leesstrategieën die je moet kennen

Leesstrategieën worden gebruikt bij begrijpend lezen. Begrijpend lezen is op veel scholen een vak, net als rekenen, spelling en technisch lezen. Bij begrijpend lezen gaat het om het lezen én begrijpen van geschreven teksten.

Verhalen uit boeken, teksten vol informatie, kranten, gedichten, dagboeken, reclamefolders en stripboeken zijn allemaal voorbeelden van geschreven teksten. Deze soorten tekst krijgt je kind op school aangeboden, om te leren dat je dit op verschillende manieren aanpakt om het te begrijpen. Deze aanpak noemen we de inzet van de leesstrategieën.

In dit artikel lees je welke leesstrategieën je kind aangeleerd krijgt op school, zodat je kind vaardig wordt in het begrijpend lezen.

Werkbladen Begrijpend Lezen Groep 7-8 (Gratis)

Wat zijn leesstrategieën?

Voorheen leerden we de kinderen op school de teksten te begrijpen, door ze na het lezen vragen te stellen. Tegenwoordig weten we dat het belangrijk is om tijdens het lezen van de tekst alvast handige leesstrategieën toe te passen.

Als je kind een sterke lezer is, dan zal hij de tekst automatisch al lezen met allerlei gedachten die er tijdens het lezen in hem opkomen. Hij voert eigenlijk een innerlijk gesprek met zichzelf tijdens het lezen. Er wordt bijvoorbeeld al voorkennis geactiveerd zodra je kind de titel leest of bij het zien van de plaatjes. Ook het stellen van vragen tijdens het lezen van de informatie in de tekst kan in het hoofd van je kind gebeuren. Hiermee past hij dus automatisch al bepaalde leesstrategieën toe om de tekst zo goed mogelijk te begrijpen.

Als je kind niet zo’n sterke lezer is, dan zal het toepassen van deze strategieën minder snel vanzelf gaan. En daarom is het dus fijn dat er aandacht aan deze leesstrategieën wordt besteed op school. Het aanleren van deze strategieën zorgt er namelijk voor dat je kind de tekst beter zal begrijpen.

Hoe zet je leesstrategieën in?

Om leesstrategieën goed in te kunnen zetten, is een aantal dingen belangrijk:

  • Leesstrategieën kun je vóór, tijdens en na het lezen van de tekst inzetten.
  • Leesstrategieën moet je op alle soorten teksten kunnen toepassen.
  • Leesstrategieën zijn een hulpmiddel om de tekst goed te begrijpen, dus geen doel op zich.
  • Leesstrategieën moeten door de leerkracht hardop voorgedaan worden, zodat je kind begrijpt hoe het moet worden toegepast.

Om goed overzicht te houden is het belangrijk dat er met niet teveel leesstrategieën wordt gelezen. Zeker voor jonge lezers kan het verwarrend werken en overzien ze niet meer goed hoe ze de strategieën moet toepassen.

We gaan hier de 6 belangrijkste leesstrategieën beschrijven.

Bekijk ook de artikelen en video’s over:

Welke leesstrategieën zijn er?

  1. 1. Voorspellen
  2. 2. Vragen stellen
  3. 3. Visualiseren
  4. 4. Verbinden
  5. 5. Afleiden
  6. 6. Samenvatten

1. Voorspellen

De leesstrategie ‘voorspellen’ gebruik je zowel vóór het lezen van een tekst als tijdens het lezen van een tekst. Als je kind de tekst onder ogen krijgt, is het handig om samen eens te kijken naar de titel en de plaatjes. Dezen geven namelijk alvast informatie waar de tekst over zou kunnen gaan. “Wat vertelt de titel van het verhaal? Kun je daarmee alvast weten waar het over zal gaan?” Tijdens het lezen van de tekst kun je zo nu en dan even stilstaan bij het verhaal en vragen naar het verloop. “Hoe denk je dat het nu verder gaat?” Door deze leesstrategie toe te passen, activeer je kennis die al aanwezig is. Hierdoor kan er makkelijker nieuwe kennis worden aangehaakt.

Ook kun je, door deze leesstrategie toe te passen, je kind leren of de tekst geschikt is voor het doel waar hij het voor nodig heeft. Stel je voor dat je een tekst zoekt met informatie over wat je kunt doen in de dierentuin. Je wilt weten welke dieren je gaat zien, welke route je kunt lopen en wat de openingstijden zijn. Dan ben je dus op zoek naar een informatieve tekst. Als je dan een tekst tegenkomt waarbij de titel luidt: “Erik op safari in Afrika”, dan weet je al dat dit niet de tekst is die je nodig hebt voor jouw leesdoel.

leesstrategie voorspellen

2. Vragen stellen

Tijdens het lezen van de tekst zal de leerkracht je kind uitdagen om zelf vragen te stellen. “Hé, wat denk jij wat er nu gaat gebeuren?” of “Waar denk jij dat Erik naar toe gaat?” Vragen stellen over de tekst zorgt ervoor dat je kind beter nadenkt over het verloop. Het zorgt er ook voor dat je kind niet afdwaalt met zijn gedachten, maar bij de tekst blijft. Het maakt nieuwsgierig, je kind zal de tekst beter begrijpen en het zorgt ervoor dat je kind actief aan het lezen is.


Hoe doe je dat nu? Vragen stellen tijdens het lezen van een tekst. Stel we lezen het verhaal met de titel: “Erik op safari in Afrika”. Bij de titel kun je je al afvragen wat voor soort verhaal dit zal zijn. “Zal het spannend zijn? Gaat Erik een avontuur beleven? Wat zal hij allemaal tegenkomen op safari? Waar denk je dat dit verhaal zich afspeelt?” Zo maak je jezelf nieuwsgierig naar de tekst.

Tijdens het lezen van de tekst kun je jezelf nog meer vragen gaan stellen. Als Erik oog in oog staat met een leeuw kun je je afvragen hoe dit gaat aflopen? “Wat zal Erik gaan doen? Wie zou hem kunnen helpen? Waarom denk je dat Erik toch niet bang is geworden?” Allemaal vragen die ervoor zorgen dat je kind actief blijft lezen.

Om je kind te helpen om zelf vragen te bedenken, kun je de vragen laten beginnen met deze woorden:

  • Wie
  • Wat
  • Waar
  • Waarom
  • Wanneer

3. Visualiseren

Visualiseren bij een tekst is in feite gewoon plaatjes maken in je hoofd. Je kind leert tijdens het lezen om de tekst te visualiseren. Dit versterkt het begrijpen van de tekst. Al deze plaatjes zorgen ervoor dat er een soort film in het hoofd van je kind wordt gemaakt waardoor het verhaal gaat ‘leven’. We gaan nog even terug naar de tekst: “Erik op safari in Afrika”. Zodra je kind de titel leest zal er waarschijnlijk al een beeld gevormd worden van een jongen die op safari gaat. Misschien heeft hij bepaalde kleding aan die hoort bij een safari. Of misschien ziet je kind direct allerlei wilde dieren voor zich die Erik misschien wel tegen gaat komen.

Verder in het verhaal zal duidelijk worden wat Erik allemaal beleeft. Hierdoor wordt het voorstellingsvermogen steeds weer aangesproken. Er ontstaat als het ware een film in het hoofd van je kind. Om je kind hierbij te helpen kun je zo nu en dan even tijdens het lezen van een verhaal stoppen. Je denkt dan hardop en zegt bijvoorbeeld: “ die jeep, hoe zou die eruit kunnen zien. Ik denk dat hij groot en donkergroen is met een open dak. Wat denk jij?” Als een tekst wat ingewikkelder is en je kind er niet direct een voorstelling van kan maken, bijvoorbeeld omdat hij geen idee heeft wat een safari is, dan kun je regelmatig even teruglezen om erachter te komen. Je kunt uiteraard ook even op google een plaatje opzoeken om het voorstellingsvermogen te activeren.

leesstrategie visualiseren

4. Verbinden

Bij ‘verbinden’ of ‘verbanden leggen’ gaat je kind eerst het verband leggen met kennis die hij al heeft en daarna verbinding maken met nieuwe kennis uit de tekst. Deze leesstrategie pas je zowel vóór, tijdens als na het lezen van de tekst toe. Het leggen van verbinding en verbanden in de tekst, is eigenlijk heel persoonlijk. Het heeft vooral te maken met de kennis die je kind al heeft over het onderwerp.

Kijken we nogmaals naar de tekst: “Erik op safari in Afrika”, dan zal een kind die ooit zelf al eens in Afrika op safari is geweest, de tekst met hele andere ogen lezen dan het kind dat nog nooit op safari in Afrika is geweest. Het kind dat in de dierentuin eens een safari tochtje heeft mogen maken zal de tekst al met meer voorkennis lezen. Zo zie je dus dat dit een persoonlijke leesstrategie is waarmee je kind een tekst kan lezen en begrijpen. Je kunt verbindingen maken met kennis die je al weet op verschillende manieren. Dat kan door een ervaring die je kind zelf heeft meegemaakt maar het kan ook doordat het eens een film heeft gezien over het onderwerp.

Hoe meer algemene kennis je kind heeft, hoe makkelijker het zal zijn om teksten te begrijpen. Een rijke woordenschat is hierbij ook helpend. Praat dus veel met je kind over verschillende onderwerpen. Zoek er plaatjes of filmpjes bij zodat je kind zijn kennis kan uitbreiden.

5. Afleiden

De leesstrategie ‘afleiden’ pas je meestal toe tijdens het lezen. Het gaat erom dat je kind tijdens het lezen nadenkt over wat iets kan betekenen. Bijvoorbeeld bij de tekst: “Erik op safari in Afrika”. In deze tekst kunnen uitdrukkingen voorkomen die je kind niet direct begrijpt. Wat betekent bijvoorbeeld “hij kon zijn ogen niet geloven dat hij oog in oog stond met een leeuw”. Uit de tekst kan je kind gaan afleiden dat Erik een leeuw zag en dat hij daar erg verbaasd over was.

Bij figuurlijk taalgebruik leert je kind dat je een tekst niet altijd letterlijk moet nemen. Gebruik daarom thuis ook regelmatig figuurlijk taalgebruik. Bijvoorbeeld: “zo zie je maar, boontje komt om zijn loontje” en leg je kind vervolgens uit wat je daarmee bedoelt. Afleiden tijdens het lezen van een tekst kun je ook doen met moeilijke woorden. Als je de betekenis van een woord niet direct weet, dan kun je in de tekst een stukje teruglezen of even doorlezen om alsnog achter de betekenis van het woord te komen.

Om deze leesstrategie toe te passen heb je vaak eigen gedachten, kennis en ervaring nodig. Het heeft te maken welke kennis en ervaring je kind heeft opgedaan, hoe groot zijn woordenschat is en hoe zijn taal is ontwikkeld. Zorg ervoor dat je thuis een rijke taalomgeving biedt. Leg woorden uit, gebruik uitdrukkingen en omzeil geen moeilijke woorden. Leer je kind ook te vragen naar betekenissen of leer hem het zelf op te zoeken.

6. Samenvatten

Een samenvatting is in het kort vertellen waar een tekst of een verhaal over gaat. Als jij je kind vraagt hoe zijn dag is geweest op school en hij vertelt dit in een paar zinnen, dan geeft hij in feite een samenvatting van zijn dag. Dat kun je ook met een tekst of een verhaal doen. Het gaat erom dat je bij een samenvatting de belangrijkste zaken vertelt. Je moet dus hoofd- en bijzaken weten te scheiden. Wat is belangrijk in het verhaal en wat is niet zo belangrijk en kan ik weglaten? Het kunnen samenvatten helpt je kind ook bij het maken van bijvoorbeeld een boekpresentatie.

leesstrategie samenvatten

Hoofdgedachte
De hoofdgedachte is het onderwerp van de tekst + wat de schrijver daarover zegt. In Dit hoeft niet meer dan 1 of 2 zinnen te zijn.
Alleen de hoofdgedachte weergeven in een samenvatting is niet genoeg, daarom wordt deze aangevuld met sleutelwoorden/kernwoorden.

Sleutelwoorden/kernwoorden
Sleutelwoorden en kernwoorden zijn hetzelfde. Het zijn de belangrijkste woorden uit een tekst. Met hulp van deze sleutelwoorden maak je de samenvatting van je tekst. Het is handig om sleutelwoorden in de tekst te kleuren, zodat je snel kunt terugvinden waar iets belangrijks staat.

Aantekeningen
Wanneer je kind een tekst leest met als doel er iets van te leren of te onthouden, is het handig om aantekeningen te maken. Gebruik hierbij viltstiften, kleurpotloden, markeerstiften, pennen, liniaal en potloden en een kladblaadje. Hierdoor kun je makkelijker aangeven in een tekst wat belangrijk is om te onthouden en kernwoorden opschrijven op het kladblaadje.

Nu je als ouder weet welke leesstrategieën belangrijk zijn voor je kind om het begrijpend lezen te stimuleren, kun je nog gerichter met je kind een tekst of een boek lezen. Stel vragen, voorspel waar het verhaal over zal gaan, maak plaatjes door te visualiseren en vat samen. Zo zorg je ervoor dat je kind actief betrokken is bij het verhaal.

Werkbladen Begrijpend Lezen Groep 7-8 (Gratis)

Marja Wouda

Marja (MSEN) is Remedial Teacher, Intern Begeleider, Kindercoach en behaalde een Bachelor of Education (PABO) en een Master SEN.

Gerelateerde artikelen

Reacties

Eén reactie op “Leesstrategieën begrijpend lezen: de 6 leesstrategieën die je moet kennen”

  1. Bij samenvatten: teken een woordspin met op de buik de hoofdgedachte en aan de acht poten de kernwoorden. (mindmap)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *