Beter scoren met de Cito-toetsen in januari?
Gratis oefenbladen (PDF)

Page content

Rekenen groep 7: Checklist voor ouders

Rekenen groep 7: Checklist voor ouders

Bekijk de Rekenen groep 7 ‘Checklist voor ouders’ en download de oefenbladen rekenen groep 7 " target="_blank">Rekenen groep 7 ‘Checklist voor ouders’ en download de oefenbladen rekenen groep 7.

Vaak wordt groep 7 als het moeilijkste rekenjaar beschouwd doordat het rekenen met procenten wordt geïntroduceerd en er verder wordt gegaan met het rekenen met breuken.

En dit kan inderdaad best lastig zijn! Laten we eens bekijken wat er allemaal aan bod komt in groep 7 op het gebied van rekenen.

Rekenen groep 7 – Getallen

In groep 7 gaat gewerkt worden met getallen tot en met 100.000 en later in het jaar tot en met 1.000.000. De volgende onderwerpen en opdrachten die te maken hebben met ‘getallen en bewerkingen’ komen aan bod:

Getallen plaatsen op de getallenlijn:

getallen groep 7 rekenen

Er wordt veel aandacht besteed aan het plaatsen van breuken en decimale getallen op de getallenlijn:

rekenen groep 7 decimale getallen

Vooruit tellen vanaf verschillende beginpunten:

3458 –  3459 – 3460 – …..

89.997 – 89.998 – 89.999 – …..

En ook terug:

2028 – 2027 – 2026 – ……

35.252 – 35.251 – 35.250 – ……

Tellen met sprongen van bijvoorbeeld 100:sprongen van 100

4924 – 5024 – 5124 – 5224

45.379 – 45.479 – 45.579 – 45.679

De kinderen leren hoe een groot getal is opgebouwd:

467.321

HD   TD   D   H   T   E

4        6     7    3     2    1

En ook hoe een getal kleiner dan 1 is opgebouwd:

1,532

Helen    Tienden     Honderdsten     Duizendsten

1                 5                      3                       2

Verder komt in het domein ‘getallen en relaties’ het volgende nog aan bod:

  • Het ordenen van getallen van groot naar klein en andersom.
    Bijvoorbeeld:
    Zet de getallen in de goede volgorde van klein naar groot: 33.532, 67.976, 10.110, 78.543, 90.436
  • De rekentekens < en > (< betekent: kleiner dan, > betekent groter dan)
  • Qoutiënt: de uitkomst van een deling. Het quotiënt van 32 en 8 is 4
Gratis Oefenbladen Groep 7
Vul hieronder je naam en e-mailadres in en ontvang oefenbladen rekenen voor groep 7
Je gegevens zijn 100% veilig

Romeinse cijfers

In het oude Rome werden natuurlijke getallen (0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, enzovoort, enzovoort) weergegeven met Romeinse cijfers. Het talstelsel van de Romeinen was niet zoals ons talstelsel een positietalstelsel waarbij de positie, of de plaats, van het getal de waarde van een getal aangeeft. In het getal 24.297 heeft de eerste twee een waarde van 20.000 en de tweede twee een waarde van 200. Een groot verschil! De plaats van een getal bepaalt de waarde.

Bij de Romeinse cijfers werkt het anders. In het getal CCXX (220) is de waarde van de eerste C hetzelfde als de tweede C, namelijk: 100. De eerste X en de tweede X hebben allebei een waarde van 10. Hier maakt het dus niet uit wáár een getalsymbool staat. Hetzelfde symbool is altijd evenveel waard. Het Romeinse talstelsel is dus geen positietalstelsel, maar wordt een additief talstelsel genoemd.

Bij de Romeinse cijfers is er trouwens geen symbool voor het getal 0 (dit werd later door de Arabieren in de middeleeuwen bedacht).

De symbolen:

romeinse cijfers groep 7

Romeinse cijfers schrijf je van groot naar klein en van links naar rechts. Bijvoorbeeld:

135 = CXXXV

Eerst schrijf je 100: C

Dan 30: drie keer X = dertig

En tot slot 5: V

Ieder teken mag maar drie keer achter elkaar gebruikt worden. Vier schrijf je dus niet zo: IIIIromeinen cijfers

Maar zo: IV

Een kleiner getal voor een groter getal betekent dat je het kleinere getal van het grotere getal af moet halen: IV = 5 -1 = 4.

Met de  Romeinse cijfers kun je niet alle getallen schrijven. Het grootste getal dat je met Romeinse cijfers kunt schrijven is: 4998.

In Romeinse cijfers: MMMDDDCCCLLLXXXVVVIII (3000 + 1500 + 300 + 150 + 30 + 15 + 3)

Elk symbool mag maar drie keer achter elkaar gebruikt worden, dus dan stopt het hier.

Optellen en aftrekken tot 100.000

De manieren die gebruikt worden bij het uitrekenen van optelsommen, aftreksommen, vermenigvuldigingen en delingen in groep 7 zijn dezelfde als die in de lagere groepen. Het verschil is dat de getallen waarmee gerekend wordt groter zijn of decimale getallen ofwel ‘kommagetallen’ zijn.

De kinderen maken optelsommen met getallen tot en met 100.000. Bijvoorbeeld:

7624 + 3564 = 11.188

25.540 + 19.364 = 44.904

67.392 + 83.149 = 150.541

Bekijk hier de video met uitleg:

En minsommen met getallen tot en met 100.000. Bijvoorbeeld:

5352 – 432 = 4920

45.831 – 29.951 = 15.880

97541 – 36.975 = 60.566

En er gaat ook gerekend worden met kommagetallen. Bijvoorbeeld:

3,25                        6,546

1,52                         2,578

——- +                 ——– +

4,77                         9,124

Bekijk onderstaande video voor uitleg van deze sommen:

De kinderen maken ook minsommen met kommagetallen:

4,67                         8,413

1,24                         3,895

——- –                    ——– –

3,43                         4,518

Keersommen groep 7

Vermenigvuldigingen die voorkomen in groep 7 zijn:

Er gaat ook vermenigvuldigd worden met decimale getallen:

3,56 x 0,16 = 0,5696

In deze vermenigvuldiging staan in totaal 4 cijfers achter de komma: 2 in het getal 3,56 en 2 in het getal 0,16. In het antwoord staan er dan ook 4 cijfers achter de komma. Bekijk de video voor uitleg:

 Rekenen groep 7 – delen 

In dit schooljaar worden er ook deelsommen met veel grotere getallen gemaakt. Er worden ook deelsommen met kommagetallen gemaakt.

Je kunt de deelsommen maken met een staartdeling:

33/4158\ 126

      33
     —-
        85
        66
      —-
        198
        198
    ——-
          0

Je kunt dezelfde som ook met de zogenaamde ‘hapmethode‘ oplossen.

Maak dan eerst een handig rijtje op een kladblaadje van een aantal uitkomsten van de tafel van 33.

1 x 33 = 33

5 x 33 = 165

10 x 33 = 330

50 x 33 = 1650

100 x 33 = 3300

4158 : 33 =

….…………….
3300          100 x 33
——— –
  858
  660             20 x 33
——— –
  198
  165                5 x 33
——– –
   33
   33                1 x 33
——– –      ………………
     0              126

Bij de hapmethode neem je steeds happen van – in dit geval – 33. Daarna tel je het aantal happen van 33 bij elkaar op.

Je ziet dat de hapmethode omslachtiger is bij het rekenen met grote getallen. Als je kind moeite heeft met het ‘happen’, kun je er voor kiezen om met staartdelingen aan de slag te gaan. Vraag op school welke methode wordt gebruikt.

Hoofdrekenen

Kennis die je niet regelmatig gebruikt, is steeds moeilijker naar boven te halen. Daarom is het belangrijk om dagelijks de tafels, deelsommen, optel- en aftreksommen even te oefenen.

Het gaat hierbij om sommen die uit het hoofd uitgerekend kunnen worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de tafels tot en met 10, keer- en deelsommen met getallen tot en met 100, optel- en aftreksommen tot en met 1000. Houd hierbij goed het niveau van je kind in de gaten: voor het ene kind is de som 50 x 25 makkelijk en voor het andere kind moeilijk!

Geef altijd oefenstof die aansluit bij het niveau van je kind. Zo voorkom je dat je kind zich gaat vervelen of er niets van begrijpt en zal afhaken.

Gratis Oefenbladen Groep 7
Vul hieronder je naam en e-mailadres in en ontvang oefenbladen rekenen voor groep 7
Je gegevens zijn 100% veilig

Bij moeilijke sommen mag natuurlijk kladpapier gebruikt worden.

Gebruik geen rekenmachine 

Probeer de rekenmachine zo min mogelijk te gebruiken. Oefening baart kunst!

Je kunt wel de antwoorden controleren met de rekenmachine. Bijvoorbeeld als er een keersom met decimale getallen uitgerekend moet worden.

Rekenen groep 7 breuken

De kinderen leren:

  • Helen eruit halen en vereenvoudigen bij moeilijke breuken. Bijvoorbeeld:

20/14 = 10/7 = 1 3/7
25/15 = 5/3 = 1 2/3

Ongelijknamige breuken optellen en aftrekken (door ze eerst gelijknamig te maken).

  • Keersommen met een breuk. Bijvoorbeeld:

5/6 x 30 = 25
5/6 x 30 betekent: 5/6 van 30.
1/6 van 30 is 5, dus 5/6 van 30 is 25.

Nu is bovenstaande som makkelijk omdat je 1/6 van 30 snel kunt uitrekenen.
Dit is natuurlijk niet altijd het geval. Je kunt de keersommen met breuken ook op deze manier benaderen:

  • Tip: Als je vermenigvuldigt met een getal dat kleiner is dan 1, zal de uitkomst kleiner zijn dan het getal dat vermenigvuldigd wordt: 5/6 is kleiner dan 1, de uitkomst is kleiner dan 30, namelijk 25.

Breuken vermenigvuldigen met elkaar. Bijvoorbeeld:

  • Deelsommen met een breuk. Bijvoorbeeld:

2 : 1/3 =
2 : 1/3 betekent: hoeveel keer kan 1/3 in 2? Als je gaat tekenen wordt al snel duidelijk wat er wordt bedoeld.

Hieronder zie je 2 helen:

breuken groep 7 helen

Beide helen gaan we verdelen in drie stukken (zo krijgen we derden):
breuken delen groep7

In 2 helen gaan 6 derden.
2 : 1/3 = 6
(Als je deelt door een getal dat kleiner is dan 1, wordt de uitkomst groter dan het getal dat gedeeld wordt.)

Nog een voorbeeld:
1 ½ : 1/3 =
3/2 : 1/3 =
9/6 : 2/6

1 ½ (of 3/2 of 9/6):

anderhalf-breuk

1 ½ : 2/6 (hoeveel keer gaat 2/6 in 1 ½)? 4½ keer.

breuken delen groep 7

Dus:  1 ½ : 1/3 = 4 ½ .

Je kunt sommen waarbij wordt gedeeld door een breuk ook anders uitrekenen. Dit ‘trucje’ ken je vast nog wel: delen door een breuk is vermenigvuldigen met het omgekeerde.

Bij de som 1 ½ : 1/3 ziet dit er als volgt uit: 1 ½ x 3 = 4 ½. Klopt als een bus!

Dit wetende worden sommen waarbij gedeeld wordt door een breuk opeens een stuk makkelijker.

Maar leg kinderen wel altijd uit wat een som betekent! Het is belangrijk dat ze begrijpen wat er gebeurt. Als je niet berijpt wat je doet en alleen een trucje toepast, snap je niet waarom je iets doet en zal het vroeg of laat fout gaan..

  • Een deel van een hoeveelheid te bepalen. Bijvoorbeeld: 
    ¼ van  60 liter
    3/5 van € 100,00

  • Welk deel van het geheel iets is.
    Bijvoorbeeld:
    €20,00 van de €100,00
    € 100,00 : €20,00 = 5
    € 20,00 is 1/5

De sommen in de Cito-toetsen rekenen en in de Cito Entreetoets groep 7 over breuken worden vaak in de vorm van een verhaaltje aangeboden. Bekijk onze tip over: redactiesommen groep 7.

Rekenen groep 7 procenten

Nieuw dit schooljaar is het rekenen met procenten (een onderdeel van breuken). Maar voordat er echt gerekend kan worden met procenten, moeten er eerst wat dingen worden uitgelegd:

Het rekenteken voor procenten is: %

100% is alles

1% is één honderdste deel, dus: 1/100

Breuken kunnen gekoppeld worden aan procenten en aan kommagetallen. Bijvoorbeeld:

½ = 50% = 0,5

¼ = 25% = 0,25

1/8 = 12,5% = 0,125

Dit is een belangrijk rijtje dat vaak terugkomt. Goed onthouden dus! Het maakt het rekenen met breuken en procenten makkelijker als je weet welk percentage je kunt koppelen aan een breuk.

Sommen met procenten die in groep 7 aan bod komen zijn bijvoorbeeld:

Kleur 50%

helft procent

Kleur 60%

60 procent groep 7

Een T-shirt kost € 30,00. Je krijgt 20% korting. Hoeveel moet je betalen?

Wij zijn fans van de verhoudingstabel, omdat je met een verhoudingstabel haast alles kunt uitrekenen én je ook inzichtelijk kunt maken wat er gebeurt en waarom. Ook bij deze som:

rekenen groep 7 verhoudingstabel

In de video zie je een aantal andere manieren om een korting te berekenen:

  • Tip: laat je kind de korting uitrekenen als jullie kleren (of iets anders) gaan kopen in de uitverkoop.

Ook deze som kun je met een verhoudingstabel uitrekenen:

In de klas zitten 30 kinderen. Hiervan zijn 12 jongens. Welk percentage is dat?

Groep 7 – klokkijken en kalender

In dit schooljaar komen er nog steeds sommen met klokkijken aan bod. Eigenlijk is het meer rekenen met tijd. Bijvoorbeeld:

klokkijken groep 7

In groep 7 leren de kinderen wat een schrikkeljaar is.

De aarde doet er 365 dagen, 5 uren, 48 minuten en 45,1814 seconden over om een rondje (nou ja, rond’je’.. 😉 ) om de zon te maken. Dit betekent dat op oudejaarsavond om 00:00 uur wij al aan en nieuwe dag beginnen, maar de aarde nog bijna 6 uur nodig heeft om zijn ronde af te maken.

Na vier jaar loopt onze tijd dus al bijna een dag voor op de zon. Daarom is de schrikkeldag ingevoerd (door Julius Caesar in 45 voor Christus): één keer in de vier jaar hebben we één dag extra in de kortste maand (februari). Zo kan de zon ons inhalen. Dit klopt niet helemaal, want 5 uren, 48 minuten en 45,1814 seconden is korter dan 6 uur. Dus één hele dag is eigenlijk teveel. Daarom zijn eeuwjaren géén schrikkeljaar, behalve als ze deelbaar zijn door 400. Snap je het nog? 😉

Verder leren de kinderen dat een eeuw 100 jaar is en een millennium 1000 jaar.

Er wordt gerekend met behulp van een kalender. Bijvoorbeeld:

Hoeveel dagen duurt het nog voordat je jarig bent?

Meten in groep 7

In groep 7 komen er maten voor lengte, gewicht en inhoud bij.

De lengtematen waarmee gerekend wordt zijn:

km — hm — dam — m — dm — cm — mm

De kinderen rekenen bijvoorbeeld uit: rekenen groep 7 maten

5000 m = .. km (5)
……… mm = 1 m (1000)

De gewichtsmaten waarmee gerekend wordt zijn:
kg — hg — dag — g — dg — cg — mg

De kinderen rekenen bijvoorbeeld uit:

1 dg = .. g (0,1)
……… mg = 1 g (1000)

De inhoudsmaten waarmee gerekend wordt zijn:
kl — hl — dal — l — dl — cl — ml

Ook komen oppervlaktematen aan bod:
km2 —- hm2 —- dam2 —- m2 —- dm2 —- cm2 —- mm2

En er wordt gerekend met de volgende inhoudsmaten:
m3 —– dm3 —– cm3

Als je kind alle maten goed begrijpt, is dit een handig ezelsbruggetje om vervolgens alles goed te kunnen onthouden:

  • Tip: handig om te onthouden:
    1 cm3 = ml
    1 dm3 = 1 liter
    1 m3 = 1 kl

Rekenen oefenen groep 7

Er is een oefenboek voor de 1e helft van het schooljaar, op het niveau van de Cito-toets in januari (M7), en er is een oefenboek 2e helft schooljaar. Het oefenboek voor de 2e helft van het schooljaar sluit aan op de Cito-toets E7 die in juni wordt afgenomen.

Sommen oefenen groep 7?

 

Oefenboeken rekenen groep 7 bestellen?

rekenen groep 7

Laat je even een reactie achter om te laten weten of je deze informatie nuttig vond. Deel dit artikel ook met andere ouders.

Carola de Koning en Maaike de Boer

Bronnen:
Aandachtvoorrekenen.nl
Schooltv.nl
Onderwijsgek.nl
Zwijsenouders.nl
CEDgroep.nl

Comment Section

15 reacties op “Rekenen groep 7: Checklist voor ouders


Door Caroline Job op 22 april 2015

Ik ontdekte dat mijn kind vijf problemen heeft met rekenen.
Procenten berekenen, inhoud berekenen, staartdeling, vermenigvuldigen onder elkaar en berekening kilometer per uur. Door het oefenen met uw mails hebben we samen al drie opgelost nl. staartdeling, procenten berekenen en vermenigvuldigen onder elkaar. Ik wil u echt bedanken voor uw mails en u kunt zeker van zijn dat wij uw mails zeer waarderen en echt
gebruik van maken.
Mvg. Caroline Job
Curaçao, Dutch Caribbean


Door Lizanne op 5 oktober 2015

Heel erg goed ik ga het ook proberen.


Door Hannie Boerema op 29 maart 2016

De I, X en C mogen vóór een hogere waarde staan om aan te geven dat je die hogere waarde moet verlagen:
De I mag je één keer vóór een V of X zetten om aan te geven dat je die waarde met 1 moet verlagen.
De X mag je één keer vóór een L of C zetten om aan te geven dat je die waarde met 10 moet verlagen.
De C mag je één keer vóór een D of M zetten om aan te geven dat je die waarde met 100 moet verlagen.
Deze info komt van beter rekenen en zou je als aanvulling kunnen gebruiken bij de Romeinse cijfers.


Door Sandra de Haan op 29 maart 2016

Dank je wel voor de checklist. Heel handig om samen met je kind alle sommen te bekijken om er zo achter komen wat nog moeilijk of onduidelijk is.


Door Lizzy op 29 maart 2016

Boek is top! Dochter heeft de sommen snel door. Wel mis ik de sommen m.b.t. meetkunde van bijv. het berekenen van de oppervlakte en omtrek. Of staan deze sommen in het boek voor groep 8?


Door Maaike de Boer op 30 maart 2016

Hi Lizzy, fijn om te horen dat het oefenboek goed bevalt! Oppervlakte berekenen komt op bladzijde 116 en in de ‘alles door elkaar’ verhaaltjessommen in het oefenboek rekenen groep 7 – 2e helft schooljaar aan bod en inderdaad ook in het oefenboek voor groep 8. Het is ook leuk en nuttig om thuis met de tips uit dit artikel van Carola voor het berekenen van oppervlakte en omtrek aan de slag te gaan. Dan maak je het heel inzichtelijk.


Door JeRiMar op 30 maart 2016

Erg handige checklist om de puntjes op de i te kunnen zetten


Door Angelique op 14 juni 2016

Bereiden de oefenboeken ook voor op de Entreetoets in groep 7? Deze valt tussen boek 1 en boek 2, is de stof zoals die in boek 1 staat (dus voor de cito in januari) voldoende voorbereiding voor de Entreetoets?


Door Maaike de Boer op 15 juni 2016

Hi Angelique,
Het oefenboek rekenen groep 7 – 2e helft schooljaar sluit qua niveau goed aan op het onderdeel rekenen in de Entreetoets groep 7 en de Cito E7 (van juni). Het oefenboek rekenen groep 7 – 1e helft schooljaar sluit inderdaad aan op de Cito M7 van januari.


Door Angelique op 20 juni 2016

Hoi Maaike, bedankt voor je reactie. We zouden er dus verstandig aan doen om na boek 7-1e helft meteen door te gaan met boek 7-2e helft, en te proberen deze af te hebben voor de entreetoets. Ik ga ze na de zomervakantie tegelijk aanschaffen 🙂


Door Maaike de Boer op 21 juni 2016

Hi Angelique,
Dat is inderdaad een goed plan :-). De boeken bevatten heel veel pagina’s sommen. Je kunt er uiteraard ook bepaalde sommen overslaan als dit makkelijk gaat en meer de focus leggen op onderdelen waar je kind meer moeite mee heeft.


Door Renate op 20 maart 2017

Zitten er ook antwoorden bij? Ik zit er aan te denken om de boeken te bestellen voor mijn zoon. Hij scoort goed in de klas op toetsen maar de Cito’s vallen tegen. En ik vind dat ze op school het te weinig op de cito manier oefenen, vandaar mijn interesse hierin.


Door Maaike de Boer op 20 maart 2017

Hi Renate,
De antwoorden krijg je er apart bij geleverd in een pdf-bestand. Het oefenboek wordt per pakketpost naar je verzonden. In de oefenboeken zijn veel verhaaltjessommen opgenomen, net zoals in de Cito-toetsen.


Door Ouardia op 20 maart 2017

Super bedankt!!! Ik vind het geweldig 👍👍


Door Olga Vorobieva op 30 maart 2017

Supre handig voor ouders om snel overzicht te hebben wat kinderen al moeten kunnen beheren

Plaats een reactie


*