Romeinse Cijfers: lees hier de uitleg over hoe het nu precies zit!

Heel lang geleden, zo rond 500 voor Christus, leefden de Romeinen. En deze Romeinen bedachten een telsysteem dat toen in die tijd heel handig was.

Als ze namelijk gingen handelen, dan kerfden ze streepjes in een stok of een steen om te kunnen tellen. Deze streepjes maakten ze zo, dat ze heel snel konden zien hoeveel het was. Ze rekenden in die tijd dus niet met de cijfers die wij zijn gewend. Dat kwam pas vele jaren later!

Je hebt deze Romeinse cijfers vast wel eens gezien, want ze worden nog steeds gebruikt. Vooral op klokken komen ze nog vaak voor of op hele oude gebouwen. Wist je dat de Romeinen het cijfer 0 niet gebruikten? Ze vonden het namelijk veel makkelijker om alleen maar streepjes te gebruiken in plaats van ook nog rondjes. Daarom begonnen ze te tellen vanaf 1.

De cijfers die wij gebruiken noemen we de Westerse cijfers. Deze zijn ontstaan rond de 14e eeuw. Die cijfers bestaan uit 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9. Wist je trouwens dat deze cijfers ook wel de Arabische cijfers worden genoemd, maar dat ze oorspronkelijk uit India komen? Best ingewikkeld, vind je niet?  Hoe dan ook, wij weten niet beter dan dat we rekenen met onze cijfers. Maar hoe zit het nu precies met de Romeinse cijfers? Hoe zag dat telsysteem er nu precies uit? Hoe rekenden ze in die tijd? En hoe kun jij onze getallen omzetten naar Romeinse cijfers en andersom? Laten we eerst eens beginnen met het herkennen van al die streepjes.

Romeinse cijfers 1 t/m 10

Zoals we al weten, gebruikten de Romeinen het cijfer 0 niet. Dus begon hun telsysteem bij 1.

romeinse cijfers 1 tm 10

Wat valt je op als je de cijfers met elkaar vergelijkt? Kijk eerst eens naar de 1, de 5 en de 10. Dan zie je dat daar 3 verschillende symbolen voor zijn bedacht waarmee ze steeds weer andere cijfers maken. Zo is het cijfer 2/II gewoon 2 streepjes naast elkaar. Bij de 3/III komt er een streepje bij, maar wat gebeurt er nu bij de 4? Hierbij zie je dat ze het cijfer 5/V gebruiken met een streepje ervóór IV. Als het kleinste getal vóór het grootste getal staat, dan moet je het eraf halen. Dus eigenlijk staat er dan 5-1=4, V-I=IV. Zo simpel is het! Bij de 6/VI zie je het streepje ná de 5/V. Dus dat betekent 5+1=6, V+I=VI. Bij 7/VII en bij 8/VIII zie je dit ook maar bij 9/IX zie je dat het streepje weer vóór het nieuwe symbool staat, dus moet je het eraf halen; 10-1=9, X-I=IX.

Romeinse cijfers 10 t/m 20

Nu ken je de cijfersymbolen van I t/m X. Dat maakt het rekenen met Romeinse cijfers al een stuk makkelijker. Want als we nu verder gaan kijken naar wat er gebeurt als we gaan doortellen t/m 20, dan zul je ontdekken dat het helemaal niet zo ingewikkeld is als je in eerste instantie denkt.

Romeinse-cijfers-10-tm-20

Wat valt je op als je nu naar deze getallen kijkt? We hebben het vanaf nu trouwens niet meer alleen over cijfers maar ook over getallen. Want getallen zijn namelijk een combinatie van cijfers.

Bij de getallen 11 t/m 20 zie je dat de Romeinse cijfers I t/m 10 gelijk zijn gebleven maar dat er steeds een 10/X vóór staat. Het getal 18 is dus eigenlijk bij elkaar opgeteld X+V+III=XVIII. Bij ons is dat net zo, kijk maar: 10+5+3=18. De Romeinen deden dus eigenlijk al wat wij nu ook doen, tientallen en lossen bij elkaar optellen. Het getal 19 schreven de Romeinen als volgt; X+IX dus 10+9. Je ziet dat het belangrijk is dat je de Romeinse cijfersymbolen 1 t/m 10 oftewel I t/m X goed moet weten, want dan kun je namelijk de grotere getallen ook herkennen.

Romeinse cijfers 10 t/m 100

Nu we de Romeinse cijfers en getallen I t/m XX kennen, is het ook interessant om te weten hoe je door kunt tellen t/m 100! Misschien kun je zelf alvast bedenken hoe bijvoorbeeld het getal 25 eruit zal zien. Juist! Dat is natuurlijk 20+5 en dat schrijf je in Romeinse cijfers als XX+V=XXV. Om nu verder te tellen t/m 100 is het handig als je de tientallen kent in Romeinse cijfers.

romeinse cijfers tm 100

Hé, als je goed kijkt dan zie je dat er net als bij 1 t/m 10 steeds iets bij de sprongen van 5 of 50 iets verandert in het symbool. 10=X, 50=L en 100=C. Deze symbolen moet je goed kennen, want dan kun je weer verder met rekenen met de Romeinse cijfers. Kijk maar eens; Bij 40 zie je dat de 10/X vóór de 50/L staat, dus dat betekent aftrekken, want 10 is kleiner dan 50 en dus krijg je 50-10=40 oftewel L-X=XL. Bij 60 tel je de 10 bij de 50 op, dus 50+10=60 oftewel L=X=LX. Wordt het al iets duidelijker voor je?

Romeinse cijfers 100 t/m 1000

Het laatste rijtje wat we nu gaan bespreken is hoe de Romeinse cijfers er dan uitzien als je doortelt t/m 1000!

romeinse cijfers tm 1000

Ook hier zie je dat er nieuwe symbolen bij zijn gekomen maar dat de manier waarop de getallen worden gevormd steeds op dezelfde manier gaat. Het getal 900 is dus weer 1000-100 want de C/100 staat voor de 1000/M dus 1000-100=900 oftewel M-C=CM. Onthoud dus steeds dat als het kleinste getal vóór het grootste getal komt, je de getallen van elkaar moet aftrekken. Komt het kleinste getal vóór het grootste getal dan moet je ze bij elkaar optellen.

Romeinse cijfers omzetten naar Westerse getallen en andersom

Nu we de Romeinse cijfersymbolen t/m 1000 weten en begrijpen hoe de Romeinen de getallen samenstelden, kunnen we iets lastigere getallen ook gaan omzetten naar onze Westerse getallen. Laten we eens kijken naar het getal 125. Als we dit getal splitsen dan krijgen we 100+20+5=125. Zoek nu maar eens op hoe je dit omzet met de Romeinse cijfers. Eerst neem je de 100, de C. Dan neem je de 20, weet je nog, XX? En dan blijft de 5 over, en dat is V. Zet ze naast elkaar en je krijgt CXXV oftewel 125. Dat viel mee, toch?

Nemen we nu een iets lastiger getal, 346. Begin met het splitsen van het getal, dan krijg je 300+40+6=346. Dan ga je het stap voor stap omzetten naar de Romeinse cijfers. We beginnen weer bij de 300, dat is CCC. Vervolgens gaan we naar de 40 en dat is XL (50-10, weet je nog?). En tenslotte nemen we de 6, dat is VI (5+1). Zet de Romeinse cijfers naast elkaar en je krijgt CCCXLVI. Nou, dat ziet er al meteen een stuk ingewikkelder uit he! Maar als je het stap voor stap doet, dan kom je er vast uit!

Nu gaan we het andersom bekijken. Dus hoe zet je een Romeins getal om, naar ons Westers getal?
Laten we het volgende getal eens bekijken; CMLXXIII. Een handige tip is dat je goed moet bedenken dat als het kleinste getal vóór het grootste getal staat, je moet aftrekken, weet je nog? Daar gaan we! Ik zie een C en daarna een M. Hé, dat betekent 100 en daarna een 1000. De 100 staat vóór de 1000, dus moet ik 1000-100 doen en dat = 900. Daarna zie ik LXX, dat betekent 50+10+10=70. Dat kan ik dus gewoon optellen! Dan blijft over III, nou dat weet ik zo, dat is 3. Nu ga ik de getallen samenvoegen tot één getal: 900+70+3=973! Als je dit stap voor stap doet dan zie je dat er best uit te komen is. Het is handig als je de bovenstaande tabellen er steeds even bij houdt, dan kun je de cijfers makkelijk opzoeken.

Rekenen met Romeinse cijfers

Nu we de Romeinse cijfers kunnen omzetten is het ook wel fijn om te weten hoe het gaat als je moet gaan rekenen met Romeinse cijfers.
Eigenlijk is dat niet veel anders dan hoe wij dat doen met onze getallen. Kijk maar eens. We nemen de som 25+3=28. In Romeinse cijfers schrijf je dat als volgt XXV+III=XXVIII. Deze was niet zo moeilijk, maar wat als we over het volgende tiental heen gaan, bijvoorbeeld 38+5=43. In Romeinse cijfers schrijf je dat als volgt XXXVIII+V=XLIII. Laten we het eens in een tabel zetten waarbij je precies kunt zien wat er gebeurt:

Rekenen-met-Romeinse-cijfers

Behalve optellen en aftrekken kunnen we natuurlijk ook vermenigvuldigen en delen met Romeinse cijfers.

Alle Romeinse cijfers

We hebben nu alle cijfersymbolen gehad. Hiermee kun je nu elk Romeins getal ontcijferen of samenstellen. Als je nu in een stad komt waar je op een oud gebouw een Romeins getal ziet staan, dan kun je ontdekken uit welk jaartal dit gebouw komt. Vraag maar eens aan je ouders of zij het nog weten! Wedden dat jij het antwoord na dit artikel eerder weet dan zij?

FAQ

Welk getal druk de I uit in Romeinse cijfers?

De I is het streepje voor het cijfer 1

Wat is 4 in Romeinse cijfers?

4 schrijf je in Romeinse cijfers als volgt: IV
De I staat hier vóór de V. Omdat het kleinste cijfer voor het grootste cijfer staat, moet je de beide cijfers van elkaar aftrekken. Dus 5-1=4 oftewel V-I=IV

Wat is het Romeinse cijfer voor 10?

10 schrijf je in Romeinse cijfers als volgt: X

Wat is 9 in Romeinse cijfers?

9 schrijf je in Romeinse cijfers als volgt: IX
De I staat vóór de X. Omdat het kleinste cijfer vóór het grootste cijfer staat, moet je de beide cijfers van elkaar aftrekken. Dus 10-1=9 oftewel X-I=IX

Wat is 16 in Romeinse cijfers?

16 schrijf je in Romeinse cijfers als volgt: XVI
Als je het getal splitst krijg je 10 en 6. In Romeinse cijfers is dat X en VI. Dit plak je aan elkaar en dan krijg je het Romeinse getal XVI

Wat is 19 in Romeinse cijfers?

19 schrijf je in Romeinse cijfers als volgt: XIX
Als jet het getal splitst krijg je 10 en 9. In Romeinse cijfers is dat X en IX. Dit plak je aan elkaar en dan krijg jet het Romeinse getal XIX

Wat is 1000 in Romeinse cijfers?

1000 schrijf je in Romeinse cijfers als volgt: M

Marja Wouda

Marja (MSEN) is Remedial Teacher, Intern Begeleider, Kindercoach en behaalde een Bachelor of Education (PABO) en een Master SEN.

Gerelateerde artikelen

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *