Download nu de GRATIS Oefenbladen Rekenen
Toegang

Page content

Spelling groep 3 – Uitleg en tips om te oefenen

Spelling groep 3 – Uitleg en tips om te oefenen

Spelling groep 3 – Op de basisschool wordt de kinderen spelling geleerd. In groep 3 wordt begonnen met het vak spelling. Spelling groep 3 is een onderdeel van ‘taal’ in groep 3.

Oefenbladen Spelling groep 3

Spelling groep 3: de voorbereiding in groep 1 en 2

Om goed te kunnen spellen, is het noodzakelijk dat je kind bij aanvang van groep 3 een aantal vaardigheden beheerst. Het gaat om het volgende:

1. Praten

  • Woordenschat. Aan het einde van groep 2 bezit je kind een passieve woordenschat van gemiddeld 7000 woorden en een actieve woordenschat van gemiddeld 3500 woorden.
  • Vertellen. Bijvoorbeeld het gebruik van steeds meer verschillende werkwoordsvervoegingen, of gebeurtenissen beschrijven met meer ingewikkelde zinnen.
  • Luisteren. Bijvoorbeeld het begrijpen van opdrachten of een verhaal dat iemand vertelt.
  • Gesprekjes voeren. Het kennen van gespreksregels en bijvoorbeeld zelf een gesprek weten te beginnen.
  • Mening uiten en vragen stellen. Je kind kan zijn/haar mening verwoorden en de juiste vragen stellen om meer over iets te weten te komen.

2. Lezen en schrijven

  • Verhalen. Je kind begrijpt de opbouw van een boek en een verhaal, weet de leesregels (zoals het lezen van links naar rechts) en kan een verhaal navertellen of naspelen.
  • Letters. Je kind begint letters te herkennen, zoals die van zijn of haar eigen naam. Ook begint je kind vaak met het schrijven van tekens die erg lijken op letters.
  • Klanken. Hij of zij kan klanken in woorden onderscheiden. Je kind leert rijmen, doet klankspelletjes en snapt dat bij elke klank een geschreven letter hoort.

3. Taalgebruik

  • Het taalgebruik van je kind verbetert langzaamaan. Ook begint hij/zij taalgrapjes beter te begrijpen of vraagt vaker naar de betekenis van woorden.

spelling-groep1-groep2

Waarom je kind door lezen niet automatisch leert spellen

Bij het leren spellen en lezen spelen drie soorten informatie een rol: klanken, letters en betekenissen van woorden.

lezen spellen

Om iets nieuws te leren, moeten je hersenen nieuwe verbindingen maken. En bij het leren lezen of spellen, maken de hersenen bij beide vaardigheden een ander soort verbinding aan. Ook al lees je veel, dit betekent dan dus niet automatisch dat je dan ook goed bent in spelling. Daarom vragen beide vaardigheden ander soort oefeningen.

Leren lezen in groep 3

Als je leert lezen, dan weet je welke klank bij welke letter hoort en andersom. Door de volgorde van klanken en letters herken je het woord en weet je vervolgens dus wat het betekent. Hoe meer je leest, hoe vlugger dit proces in je hersenen gaat. Daardoor lees je steeds sneller: je hersenen gaan steeds meer letters tegelijk, oftewel hele woorddelen, lezen. Dit komt doordat je geoefend hebt met lezen: je brein maakt dan snellere verbindingen tussen klanken, letters en de betekenissen van woorden. Hierdoor herken je uiteindelijk complete woorden in één oogopslag als je leest. En weet je dus ook vlugger wat de hele zin betekent.

Je weet inmiddels zó goed welke letters bij welke woorden horen, dat ze dus niet eens meer in de goede volgorde hoeven te staan (behalve de eerste en laatste letter). Zó sterk zijn die verbindingen nu in je brein. Je hebt dus eigenlijk een gigantische woordenlijst in je hoofd. En je weet vliegensvlug het juiste woord te herkennen, zolang je maar de eerste en laatste letter ervan weet.

Daarom is begrijpend lezen voor kinderen zo belangrijk: op die manier worden verbindingen tussen klank, letter en woordbetekenissen goed geoefend.

  • Tip:
    Laat je kind als het daar qua leesniveau aan toe is dus veel informatieve boeken lezen, dan zal zijn/haar leesniveau ook sneller stijgen.

Leren spellen in groep 3

Ook al zijn lezen en spellen nauw met elkaar verbonden, toch is leren spellen voor je hersenen een heel ander leerproces dan leren lezen. Bij leren spellen gaat het er immers juist wél om dat de letters van een woord in de goede volgorde staan.

woorden hakken groep 3

Eigenlijk is spellen daarom precies het tegenovergestelde leerproces van lezen. En wel om tenminste twee redenen:

  1. Alleen als de letters in de juiste volgorde staan, klopt het woord en dus de betekenis ervan.
  2. Als je leest, dan kun je teruglezen of vooruitkijken. De woorden staan al op het papier. Maar als je zelf een woord moet spellen, dan kan dat alleen maar uit je blote hoofd.

Bovendien schrijf je een woord niet alleen maar zoals je het uitspreekt (zie ook paragraaf Spelling groep 3: het verschil tussen luisterwoorden, regelwoorden en weetwoorden). Er zijn vele regels die je moet toepassen om woorden juist te spellen.

Al met al: spelling is dus een vak apart en het is van groot belang dat deze vaardigheid zorgvuldig wordt aangeleerd! Voor uitgebreide uitleg van de verschillen tussen lees- en spelvaardigheden, zie http://wij-leren.nl/lezen-en-spellen.php voor een uitgebreid artikel hierover.

Spelling groep 3: luisterwoorden, regelwoorden en weetwoorden

In de Nederlandse taal kennen we veel spelregels. En om te weten hoe je een bepaald woord schrijft, zijn er verschillende strategieën van toepassing. Voor spelling groep 3 bestaan er drie soorten woorden waarin men de woorden indeelt: luisterwoorden (ook wel klankzuivere woorden genoemd), regelwoorden en weetwoorden.

  1. Luisterwoorden
    Sommige woorden schrijf je zoals je ze uitspreekt. Dit noemen weluisterwoorden ook wel klankzuivere woorden of luisterwoorden. Sommige woorden worden dan ook verkeerd geschreven, omdat men ze verkeerd uitspreekt, bijvoorbeeld zaddoek (zakdoek) of tuuk (tuurlijk). Voorbeelden van luisterwoorden zijn: gras, kat en boek
  2. Regelwoorden
    Van een regelwoord weet je hoe je het moet schrijven, omdat het regelwoordenvolgens een bepaalde regel moet. Bijvoorbeeld samenstellingen (tafel + poot = tafelpoot), de verlengingsregel (hond schrijf je met een d, want in het meervoud is het honden), of lange eindklanken (een woord dat eindigt met een lange klank schrijf je met één klinker: zo, ga en nu. Behalve als het eindigt op een e, zoals mee of ree).
  1. Weetwoordenweetwoorden
    Ook zijn er woorden waar niet echt regels voor bestaan. Zulke
    woorden moet je gewoon uit je hoofd leren te schrijven. Denk hierbij aan woorden zoals
    rauw/rouw en ijs/eis.

Spelling groep 3: wat is een spellingcategorie?

In de spellingmethoden ‘spelling groep 3’ waarmee de kinderen op school werken, wordt de lesstof aangeboden met behulp van zogenaamde spellingcategorieën.

Dit houdt in dat er steeds een bepaalde groep woorden aan bod komt waarvoor dezelfde regels gelden. Zo leren kinderen stapje voor stapje de verschillende spelregels aan.

Enkele voorbeelden van spellingcategorieën zijn:

Woorden met sch- of schr-

In een les over deze spellingcategorie komen woorden zoals schip, schrift, schok en schrik aan bod.

Woorden met –ng of –nk.

In een les over deze spellingcategorie komen woorden zoals zing, stang, bank en flink aan bod.

Zie voor alle spellingcategorieën de volgende paragrafen hieronder: ‘Spelling groep 3 Cito – eerste helft schooljaar (Spelling Citotoets M3)’ en ‘Spelling groep 3 Cito – tweede helft schooljaar (Spelling Citotoets E3)’.

Gratis Oefenbladen Spelling Groep 3

Vul je naam en e-mailadres in en ontvang gratis oefenbladen spelling groep 3

Je gegevens zijn 100% veilig

Spelling groep 3 Cito – eerste helft schooljaar (spelling citotoets M3)

spelling-groep-3-eerste-helft-categorieenIn de spelling cito groep 3 die in januari in groep 3 wordt afgenomen (deze toets staat ook wel bekend als Spelling M3) komen de volgende twee spellingcategorieën aan bod:

  1. mkm-woorden met één lettergreep
    De afkorting ‘ mkm’ staat voor ‘medeklinker-klinker(s)-medeklinker’. Voorbeelden van mkm-woorden zijn: pot, kat, boom, kip en maan.
  2. mmkm-woorden en mkmm-woorden met één lettergreep
    De letters ‘mmkm’ betekenen ‘medeklinker-medeklinker-klinker(s)-medeklinker’. Voorbeelden van mmkm-woorden zijn: knopstap, spek en drop.
    De letters ‘mkmm’ staan voor ‘medeklinker-klinker(s)-medeklinker-medeklinker’. Voorbeelden van mkmm-woorden zijn: parkfietswarm en kast.

spelling cito groep 3

Spelling groep 3 Cito – tweede helft schooljaar (cito spelling E3)spelling-groep-3-tweede-helft-categorieen

In de Cito spelling E3,  de toets die in juni in groep 3 wordt afgenomen (deze toets is ook wel bekend als Spelling E3) komen de volgende spellingcategorieën aan bod:

  1. mmkm-woorden en mkmm woorden met één lettergreep.
    Deze spellingcategorie is dus een herhaling van de stof uit de eerste helft van het schooljaar.
    De afkorting ‘mmkm’ betekent ‘medeklinker-medeklinker-klinker(s)-medeklinker’. Voorbeelden van mmkm-woorden zijn: knopstap, spek en drop.
    De letters ‘mkmm’ betekenen ‘medeklinker-klinker(s)-medeklinker-medeklinker’. Voorbeelden van mkmm-woorden zijn: post, fiets en kast.
  2. mmkmm-woorden met één lettergreep.
    De letters ‘mmkmm’ staan voor ‘medeklinker-medeklinker-klinker-medeklinker-medeklinker’. Voorbeelden van mmkmm-woorden zijn:  kwast, start, spons en plant.
  1. Woorden met één lettergreep met een tussenklank die niet geschreven wordt.
    Dit zijn woorden die in de uitspraak soms een extra klank hebben. Denk bijvoorbeeld aan het woord melk. Soms wordt dit woord als melluk uitgesproken. Andere voorbeelden van zulke woorden zijn: hark, herfst en merk.
  1. Woorden met meer dan twee medeklinkers na elkaar met één lettergreep.
    Dit zijn woorden die aan het begin of het eind van het woord drie medeklinkers hebben. Voorbeelden van woorden met één lettergreep en drie medeklinkers achter elkaar zijn: barst, straat en strik.
  1. Woorden met één lettergreep met sch- of schr-.
    Dit zijn woorden die beginnen met sch of schr. Bij sommige woorden hoor je ‘sg’, maar je schrijft dan ‘sch’. En woorden waarbij er een ‘r’ komt na ‘sch’, hoor je de ‘ch’ niet altijd even goed. Toch schrijf je deze woorden met ‘schr’.
    Voorbeelden van deze woorden zijn: school, schip, schrik en schraal.
  1. Woorden met één lettergreep met –ng of –nk.
    Dit zijn woorden die eindigen op ng of op nk. Je hoort één klank, maar je schrijft twee letters, namelijk ngOok zijn er woorden waarbij je één klank hoort: ngk. Maar dit schrijf je desondanks als nk, dus met twee letters. De g verdwijnt hier bij het schrijven van de klank.
    Voorbeelden van zulke woorden zijn: zing, stang, bank en flink.
  1. Woorden met f- of v- en s- of z-
    Dit zijn woorden die een f of v hebben of een s 0f z. Het is lastig om het verschil tussen deze letters te horen als je het woord uitspreekt. Denk bijvoorbeeld aan woorden zoals fruit, vaas en zwaan en slaap.
  1. Verkleinwoorden die eindigen op -je of -tje.
    Veel woorden maak je kleiner door er -je of –tje achter te plaatsen.
    Voorbeelden hiervan zijn flesje, steentje en snoepje.

Welke spellingmethode heeft je kind in groep 3?

In groep 3 van de basisschool is Veilig leren lezen de meest gebruikte taal-leesmethode. Deze methode is gekoppeld aan vele andere vakken. 

Veilig gespeld is zodoende een onderdeel van Veilig leren lezen en behoort tot het basismateriaal. Het bestaat uit een boekje met oefeningen. De kinderen oefenen hiermee woorden en zinnen juist te spellen. Dit doen ze individueel of in tweetallen.veilig gespeld

Veilig leren lezen heeft een maan- en een zonlijn. De maanlijn is bestemd voor kinderen met een normale leesontwikkeling. Leerlingen die werken met de zonlijn, zijn leerlingen met een hoger leesontwikkelingsniveau dan gemiddeld. Het werkboek Veilig gespeld is geschikt voor zowel de maan- als de zonlijn. Voor kinderen die heel goed zijn in spelling, biedt Veilig gespeld zogenaamde ‘snuffelpagina’s’ met moeilijkere woordtypen.

In groep 3 moeten de kinderen van elke klank de bijbehorende letter leren. Dit heet ook wel de klank-teken- en teken-klankkoppelingenVeilig leren lezen bouwt daarom het letter- en woordaanbod op gestructureerde wijze op, door middel van een stappenplan. Naar woordjes luisteren en ze vervolgens in stukjes moeten ‘hakken’ is hier een voorbeeld van. Met zulke strategieën leren kinderen de spelling van woorden juist toe te passen. Voor specifieke spellingmoeilijkheden biedt Veilig gespeld zogenaamde ‘steunkaarten’ aan, om extra houvast te geven bij het spellen.

Citotoetsen Spelling groep 3

Tijdens de Citotoetsen Spelling groep 3 in januari (M3) en in mei/juni (E3) krijgen de kinderen een dictee met woorden uit de eerdergenoemde spellingcategorieën. In groep 3 hebben de kinderen meestal al eerder een dictee gehad, waardoor ze weten wat ze nu moeten doen.

Het resultaat van de Citotoetsen Spelling groep 3 staat meestal op het rapport van je zoon of dochter. De Cito toetsscores groep 3  zijn weergegeven met de letter A t/m E of met de Romeinse cijfers I t/m V. In onze begrippenlijst vind je een uitleg per score.

Spelling groep 3 oefenen

Ben je op zoek naar een (gratis) mogelijkheid om spelling te oefenen? Download dan de gratis oefenbladen spelling groep 3.

Met de gratis oefenbladen spelling kun je een spellingcategorie van groep 3 goed oefenen met een zeer effectieve oefening.

Zien hoe een klas bezig is met spelling?

Spelling en leren lezen gaan hand in hand in groep 3. Download hieronder een pdf met informatie over het lezen in groep 3:

Download PDF Lezen in groep 3

Aanbevolen:

    Comment Section

    2 reacties op “Spelling groep 3 – Uitleg en tips om te oefenen


    Door Atefeh op 3 mei 2015

    Spelling groep3


    Plaats een reactie


    *