Wat is de gebiedende wijs?

De gebiedende wijs is een werkwoordsvorm waarbij het onderwerp van de zin ontbreekt. Hij wordt gebruikt wanneer de zin een bevel of een wens uitdrukt, zoals hier: Ga even zitten! In dit artikel vertellen wij je alles wat je moet weten over de gebiedende wijs.

Als je alles gelezen hebt, weet je…

• wat een gebiedende wijs is;
• hoe je de gebiedende wijs herkent;
• hoe het zit met het onderwerp bij een gebiedende wijs;
• hoe de gebiedende wijs en ‘u’ in een zin gecombineerd worden;
• hoe je de gebiedende wijs schrijft.

Bovendien krijg je van ons nog wat opdrachten, zodat je de bovengenoemde theorie kunt oefenen.

Wat betekent gebiedende wijs?

Wanneer je kijkt naar de term ‘gebiedende wijs’, kun je daar misschien al uit opmaken wat de betekenis is.

Het woord ‘gebiedende’ komt van het werkwoord ‘gebieden’. Als je van dat werkwoord nog nooit hebt gehoord, komt het zelfstandig naamwoord ‘gebod’ je misschien bekender voor.

‘Gebod’ betekent ‘bevel’. Met andere woorden: iemand vertelt jou wat je moet doen. Bijvoorbeeld in een recept of gebruiksaanwijzing. Soms vertellen mensen je wat je níet mag doen. Dan spreken we van een ‘verbod’.

Nu je weet dat ‘gebod’ hetzelfde is als een bevel, kun je wel raden wat een gebiedende wijs inhoudt. Juist, het is een zin waarin jou opgedragen wordt iets te doen.

We geven je een paar voorbeelden:

  • Loop naar de maan!
  • Doe de deur eens dicht.
  • Verdwijn uit mijn ogen!
  • Blijf vandaag maar thuis.

De gebiedende wijs wordt ook wel ‘imperatief’ genoemd. Dat woord komt oorspronkelijk uit het Latijn.

Wat betekent gebiedende wijs?

Gebiedende wijs en het onderwerp

Als je goed naar de voorbeeldzinnen hierboven kijkt, zie je dat ze geen van alle een onderwerp hebben. Dat is een heel belangrijk kenmerk van de gebiedende wijs.

Onthoud dus dat een zin in de gebiedende wijs nooit een onderwerp bevat. Iemand wordt direct aangesproken.

Toch kun je wel gemakkelijke een onderwerp plaatsen in dit soort zinnen. Eigenlijk is dat altijd ‘je’ of ‘jij’. Iemand die een gebiedende wijs gebruikt, richt zich namelijk altijd rechtstreeks tot iemand anders.

Wanneer je het onderwerp wilt toevoegen, zet je het altijd achter de persoonsvorm. De zin verandert dan soms in een vraagzin. In onderstaande voorbeelden zie je hoe dat werkt.

  • Loop naar de maan! —> Loop jij naar de maan?
  • Doe de deur eens dicht —> Doe jij de deur eens dicht.
  • Verdwijn uit mijn ogen! —> Verdwijn jij uit mijn ogen?
  • Blijf vandaag maar thuis —> Blijf jij vandaag maar thuis.

Het is handig om te begrijpen hoe dit werkt, omdat de toevoeging van het onderwerp een aantal voordelen heeft:

• Je ziet makkelijker hoe je de persoonsvorm moet schrijven.
• Je kunt de zin dan makkelijker redekundig ontleden.

Gebiedende wijs vinden

Je kunt een zin in de gebiedende wijs op verschillende manieren herkennen. We hebben alle kenmerken voor je op een rijtje gezet.

1. Het onderwerp ontbreekt

Zoals we eerder aangaven, staat in de gebiedende wijs nooit een onderwerp. Toch weet je automatisch tot wie de zin gericht is, omdat de gebiedende wijs alleen gebruikt wordt als iemand direct aangesproken wordt.

Nog wat voorbeelden:

  • Mail Sarah even de takenlijst.
  • Help je broer eens!

In bovenstaande voorbeelden staan wel personen of verwijzingen naar personen, namelijk ‘Sarah’ en ‘je broer’.

Deze personen zijn echter niet het onderwerp van de zin. Het onderwerp is namelijk altijd degene die iets doet. In deze zin doen Sarah en je broer niets. Iemand anders moet actie ondernemen, namelijk ‘jij’.

Vraag je dus altijd af wie iets doet of moet doen in de zin.

Bekijk ook:

2. Uitroepteken aan het eind

Heel veel zinnen in de gebiedende wijs eindigen met een uitroepteken. Dat komt omdat het vaak gaat om een bevel. En meestal klinkt zo’n bevel redelijk dwingend.

Zoals je in de voorbeelden hebt gezien, eindigt niet iedere zin waar een gebiedende wijs in staat met een uitroepteken. Toch kun je de punt in die gevallen wel makkelijk vervangen door een uitroepteken.

3. Alleen de ik-vorm als persoonsvorm

De persoonsvorm die in een zin met gebiedende wijs wordt gebruikt, bestaat alleen uit de ik-vorm van het werkwoord. Er komt dus geen uitgang achter, zoals een -t of -en.

Vroeger werd nog wel een onderscheid gemaakt tussen de informele en de formele gebiedende wijs.

Informele taal gebruik je als je praat met iemand die je kent. Je gebruikt dan bijvoorbeeld ‘je’ of ‘jij’. Formele taal is eerder bedoeld voor zakelijke situaties of voor mensen die je niet kent. Je gebruikt dan ‘u’ als aanspreekvorm.

De formele gebiedende wijs van vroeger kende wel een uitgang. Achter de ik-vorm kwam dan een -t. Bijvoorbeeld:

  • Maakt voort, allen!

Die vorm is echter verouderd. Tegenwoordig maken we alleen nog gebruik van de informele variant: de ik-vorm zonder uitgang; zonder -t dus.

Hoe schrijf je de gebiedende wijs?

Eigenlijk hebben we het antwoord op die vraag hierboven al gegeven: een werkwoord in de gebiedende wijs bestaat alleen uit de ik-vorm van dat werkwoord.

Wees daar wel heel alert op. Vooral als de ik-vorm eindigt op een -d, want dan kun je niet horen of er nog een -t achteraan komt.

Als je twijfelt of een zin in de gebiedende wijs staat, controleer dan of er een onderwerp in staat. Alleen als het onderwerp ontbreekt, staat een zin in de gebiedende wijs.

We geven een voorbeeld:

  • Red dat beestje!

In deze zin wordt iemand direct aangesproken. Misschien omdat er een kat in de boom vastzit. Of omdat er een jonge hond in het water is gevallen. Iemand ziet dat gebeuren, maar durft zelf niets te doen. Jij loopt voorbij en die ander schakelt jouw hulp in. “Red dat beestje!”, roept hij.

Je ziet dat ‘red’ in deze voorbeeldzin geen -t als uitgang krijgt. Wanneer je daarover twijfelt, kun je de persoonsvorm vervangen door een ander werkwoord. En dan wel een werkwoord waarvan je heel goed hoort of er een -t achter de ik-vorm komt. Bijvoorbeeld:

  • Grijp dat beestje!

De betekenis van de zin verandert dan wel, maar dat maakt in dit geval niets uit. Het gaat erom dat je weet hoe je de persoonsvorm moet schrijven.

Bij een persoonsvorm tegenwoordige tijd mag je altijd deze truc gebruiken als je niet hoort hoe hij eindigt. Een gebiedende wijs staat altijd in de tegenwoordige tijd, dus ook dan kun je altijd gebruik maken van dit hulpmiddel.

Terug naar het voorbeeld. Je hoort dat ‘grijp’ geen -t krijgt. Als dat voor ‘grijp’ geldt, is dat voor ‘red’ niet anders. ‘Red’ moet dus ook zonder -t.

Nog een voorbeeld:

  • Kleed je aan!

Als je deze zin uitspreekt, zou je niet horen of er een -t achter ‘kleed’ moet komen. Je zou kunnen denken dat deze zin wél een onderwerp heeft, namelijk ‘je’. Dat zou betekenen dat deze zin geen gebiedende wijs is.

Maar dit is wel een gebiedende wijs. Je ziet het al aan het feit dat het om een bevel gaat. Bovendien is ‘je’ in deze zin geen onderwerp.

Met het werkwoord ‘aankleden’ is iets aan de hand. Het is een wederkerend werkwoord. Dat betekent dat er altijd een vorm van ‘zich’ bij hoort. Kijk maar:

  • Ik kleed me aan.
  • Jij kleedt je aan.
  • Hij kleedt zich aan.
  • Wij kleden ons aan.
  • Enz.

De onderstreepte woorden in deze voorbeelden noemen we wederkerende voornaamwoorden. Ze horen bij het werkwoord en zijn altijd dezelfde persoon als het onderwerp van de zin.

Als we dan nog eens kijken naar het voorbeeld, zien we dat daar ook een wederkerend voornaamwoord is gebruikt, maar geen onderwerp.

Zoals bij iedere zin in de gebiedende wijs, kun je ook in dit voorbeeld het onderwerp toevoegen:

  • Kleed je aan! —> Kleed jij je aan?

Nu zie je iets duidelijker dat het woord ‘je’ niet het onderwerp was, maar het wederkerend voornaamwoord.

En omdat je nu zeker weet dat het ook in dit voorbeeld gaat om een gebiedende wijs, weet je ook dat er achter ‘kleed’ geen -t komt.

Werkbladen Spelling Groep 3 (Gratis)

Werkbladen Spelling Groep 4 (Gratis)

Werkbladen Spelling Groep 5 (Gratis)

Werkbladen Spelling Groep 6 (Gratis)

Gebiedende wijs met u

Maar hoe zit het dan als de gebiedende wijs een vorm van ‘u’ in zich heeft?

Als je iemand met ‘u’ aanspreekt, heb je te maken met formeel taalgebruik. Je weet echter dat dat tegenwoordig niets uitmaakt voor de manier waarop de gebiedende wijs geschreven wordt.

Dus ook wanneer je een groep mensen aanspreekt die je niet kent, schrijf je ‘ga zitten’ in plaats van ‘gaat zitten’.
Natuurlijk wordt dat anders als het onderwerp wel vernoemd wordt:

  • Gaat u zitten!
  • Neemt u plaats.

Deze zinnen zijn echter geen voorbeelden van de gebiedende wijs; het onderwerp staat hier gewoon in de zin.

Toch zijn er ook zinnen met ‘u’ die wel in de gebiedende wijs staan.

Bijvoorbeeld:

  • Meld u nu aan!
  • Vergis u niet!

Hier lijkt het misschien alsof het onderwerp wel vermeld staat in de zin, maar dat is niet het geval. Ook in deze 2 voorbeelden heb je te maken met wederkerende werkwoorden. Zowel ‘aanmelden’ als ‘vergissen’ wordt altijd gebruikt met een vorm van ‘zich’.

Kijk maar:

  • Ik vergis me.
  • Jij vergist je.
  • Wij vergissen ons.
  • Enz.
  • Ik meld me aan.
  • Jij meldt je aan.
  • Wij melden ons aan.
  • Enz.

In onze voorbeelden is ‘u’ dus niet het onderwerp, maar het wederkerend voornaamwoord.

Als je twijfelt of een woord, zoals ‘u’, een onderwerp is of een wederkerend voornaamwoord, kun je een heel handig trucje gebruiken.

Zodra je ‘u’ heel makkelijk kunt vervangen voor ‘uzelf’, heb je te maken met een wederkerend voornaamwoord. Dat kan bij zinnen in de gebiedende wijs dus heel makkelijk:

  • Meld uzelf nu aan!
  • Vergis uzelf niet!

Let op: als in de zin het woord ‘u’ wél als onderwerp wordt gebruikt, krijg je een -t achter de ik-vorm:

  • Meldt u zich nu aan!
  • Vergist u zich niet!

Je ziet dat deze zinnen bijna hetzelfde zijn als de zinnen uit ons voorbeeld. Het grote verschil is dus de aanwezigheid van het onderwerp. Dat maakt dat je de persoonsvorm ook anders schrijft.

Gebiedende wijs met u

Gebiedende wijs voorbeelden

Er zijn natuurlijk duizenden voorbeelden van zinnen in de gebiedende wijs. Die geven we niet allemaal. Toch hebben we er een aantal voor je op een rijtje gezet, zodat je straks de gebiedende wijs nóg makkelijker herkent.

  • Pak dat kopje!
  • Doe de deur dicht!
  • Maak de opdracht nu maar.
  • Gedraag je!
  • Werk eens wat harder.
  • Doe je best!
  • Schrijf je in!
  • Ga eens broodjes halen.

Zoals je ziet, zijn een paar dingen overal (bijna) hetzelfde:

• De zinnen beginnen allemaal met een persoonsvorm tegenwoordige tijd.
• De persoonsvorm bestaat alleen uit de ik-vorm van het werkwoord.
• In alle zinnen ontbreekt het onderwerp.
• In alle zinnen kun je het woord ‘jij’ als onderwerp toevoegen. Je plaatst dat woord dan achter de persoonsvorm.
• Veel zinnen eindigen op een uitroepteken. Daar waar dat niet zo is, kun je vrij gemakkelijk alsnog de punt vervangen voor een uitroepteken.

Aan de slag

Nu je dit artikel gelezen hebt, weet je…

• wat een gebiedende wijs is;
• hoe je de gebiedende wijs herkent;
• hoe het zit met het onderwerp in een zin met gebiedende wijs;
• hoe de gebiedende wijs en ‘u’ in een zin gecombineerd worden;
• hoe je de gebiedende wijs schrijft.

Het is nu tijd om zelf aan de slag te gaan met opdrachten over de gebiedende wijs. Hieronder vind je er een aantal.

Heb je nog vragen over dit onderwerp? Laat dan gerust een reactie achter!

Gebiedende wijs zinnen oefenen

Maak de opdrachten over de gebiedende wijs. De antwoorden vind je onderaan deze pagina.

Opdracht 1

Wordt in de volgende zinnen de gebiedende wijs gebruikt? Antwoord met ‘ja’ of ‘nee’. Bij de antwoorden vind je ook uitleg.

  1. Ga jij eens naar de kapper!
  2. Haal het horloge uit de verpakking.
  3. Vergis je niet!
  4. Vergis je je niet?
  5. Meld u bij aankomst even aan.
  6. Meldt u zich hier aan.
  7. Doe mij maar een milkshake.
  8. Werk jij eens even door.

Opdracht 2

Schrijf de persoonsvorm op de juiste manier.

  1. _ (roeren) het mengsel goed door.
  2. _ (wachten) niet te lang.
  3. _ (gedragen) je!
  4. _ (schrijven) u hier in.
  5. _ (nemen) u deel aan deze wedstrijd?
  6. _ (houden) u zich alstublieft aan de afspraken.
  7. _ (melden) je even bij de receptie.
  8. _ (houden) de glazen goed vast.

Antwoorden opdracht 1

  1. Nee (‘jij’ is het onderwerp van de zin)
  2. Ja
  3. Ja (‘je’ is hier een wederkerend voornaamwoord)
  4. Nee (deze zin heeft een onderwerp, namelijk de eerste ‘je’)
  5. Ja (‘u’ is hier een wederkerend voornaamwoord)
  6. Nee (‘u’ is in deze zin het onderwerp)
  7. Ja
  8. Nee (‘jij’ is het onderwerp van de zin)

Antwoorden opdracht 2

  1. Roer het mengsel goed door. (Deze zin heeft geen onderwerp en staat dus in de gebiedende wijs.)
  2. Wacht niet te lang. (Deze zin heeft geen onderwerp en staat dus in de gebiedende wijs.)
  3. Gedraag je! (Deze zin heeft geen onderwerp en staat dus in de gebiedende wijs. ‘Je’ is een wederkerend voornaamwoord dat hoort bij het werkwoord ‘gedragen’. Je kunt ook zeggen: ‘Gedraag jezelf!’)
  4. Schrijf u hier in. (Deze zin heeft geen onderwerp en staat dus in de gebiedende wijs. Het woord ‘u’ is een wederkerend voornaamwoord en hoort bij het werkwoord ‘inschrijven’. Je kunt ook zeggen: ‘Schrijf uzelf hier in.’)
  5. Neemt u deel aan deze wedstrijd? (In deze zin is ‘u’ het onderwerp. Deze zin staat dus niet in de gebiedende wijs. Bij het onderwerp ‘u’ krijgt de persoonsvorm een -t achter de ik-vorm.)
  6. Houdt u zich alstublieft aan de afspraken. (In deze zin is ‘u’ het onderwerp. Deze zin staat dus niet in de gebiedende wijs. Bij het onderwerp ‘u’ krijgt de persoonsvorm een -t achter de ik-vorm.)
  7. Meld je even bij de receptie. (Deze zin heeft geen onderwerp en staat dus in de gebiedende wijs. ‘Je’ is een wederkerend voornaamwoord dat hoort bij het werkwoord ‘melden’. Je kunt ook zeggen: ‘Meld jezelf even bij de receptie.’)
  8. Houd de glazen goed vast. (Deze zin heeft geen onderwerp en staat dus in de gebiedende wijs.)

Werkbladen Spelling Groep 3 (Gratis)

Werkbladen Spelling Groep 4 (Gratis)

Werkbladen Spelling Groep 5 (Gratis)

Werkbladen Spelling Groep 6 (Gratis)

Maaike de Boer

drs. Maaike de Boer is initiatiefneemster van Wijzeroverdebasisschool.nl

Gerelateerde artikelen

Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *