Samengestelde werkwoorden en werkwoordspelling

Samengestelde werkwoorden zijn werkwoorden die eigenlijk uit 2 losse woorden bestaan. Die woorden zijn aan elkaar geplakt. Vandaar dat we zeggen dat de werkwoorden samengesteld zijn. Hoe het zit met de werkwoordspelling ervan, lees je in dit artikel!

Samengestelde werkwoorden

Je weet nu dat samengestelde werkwoorden uit 2 aan elkaar geplakte, losse woorden bestaan. Maar kun je hier nu ook een voorbeeld van geven?

Dat is misschien nog niet zo makkelijk. Daarom zullen we je een handje helpen:

  • opbellen
  • waarnemen
  • aanbidden
  • stofzuigen

Je herkent in de voorbeelden vast de losse woorden waaruit deze werkwoorden bestaan:

  • op en bellen
  • waar en nemen
  • aan en bidden
  • stof en zuigen

Er zijn 2 soorten samengestelde werkwoorden:

• scheidbaar samengestelde werkwoorden
• onscheidbaar samengestelde werkwoorden

Het verschil tussen die 2 leggen we je nu uit.

Samengestelde werkwoorden

Wat is een onscheidbaar samengesteld werkwoord?

Onscheidbaar samengestelde werkwoorden blijven altijd aan elkaar geplakt. Je kunt de aparte woorden dus niet van elkaar scheiden. Vandaar natuurlijk ook de naam ‘onscheidbaar’.

Toch zijn deze werkwoorden wel uit 2 losse woorden opgebouwd. Kijk maar eens naar de volgende voorbeelden:

  • achtervolgen (achter en volgen)
  • onderzoeken (onder en zoeken)
  • overleven (over en leven)

Als je werkwoorden in een zin wilt zetten, moet je ze vervoegen. Dat betekent dat je ze een beetje moet veranderen, zodat ze in de zin passen. Je vervoegt een werkwoord bijvoorbeeld als je er een persoonsvorm of voltooid deelwoord van wilt maken.

Een onscheidbaar samengesteld werkwoord blijft, zoals we eerder ook al schreven, altijd 1 woord. Ook als je het vervoegt. Om te laten zien wat we precies bedoelen, geven we je wat voorbeelden.

  • De politieagenten achtervolgden de dieven urenlang.
  • Ik heb de geschiedenis van mijn familie grondig onderzocht.
  • Hij overleefde de val ternauwernood.

Zie je? Al deze werkwoorden zijn bij hun vervoegingen qua samenstelling gelijk gebleven. Je ziet ook dat het voltooid deelwoord ‘onderzocht’ geen extra voorvoegsel (zoals ge-) heeft gekregen.

Als je een onscheidbaar samengesteld werkwoord uitspreekt, ligt de klemtoon op het tweede deel; op het werkwoord dus.

  • aanbidden
  • doorzien
onscheidbaar samengesteld werkwoord

Wat is een scheidbaar samengesteld werkwoord?

Het verschil tussen de 2 soorten samengestelde werkwoorden wordt pas echt duidelijk als we er ook de scheidbaar samengestelde werkwoorden bij pakken.

Dat zijn de samengestelde werkwoorden die wél gescheiden kunnen worden op het moment dat je ze vervoegt.

Een paar voorbeelden:

  • inkopen
  • meedelen
  • terugkeren
  • na-apen

Laten we van al deze werkwoorden eens een voorbeeldzin bekijken, waarin het scheidbaar samengestelde werkwoord de persoonsvorm is.

  • De bloemist kocht voor Moederdag extra boeketten in.
  • Deel jij morgen je klasgenoten mee dat je naar een andere school gaat?
  • Demi keerde na een spannend avontuur in het buitenland veilig terug.
  • Waarom aap jij mij de hele tijd na?

Wat valt je op als je deze zinnen bekijkt? Juist, de 2 delen van de samengestelde werkwoorden zijn steeds van elkaar gescheiden! Je kunt bijvoorbeeld niet zeggen: Waarom na-aap jij mij de hele tijd? Dat is een foute zin.

Hoe zit dat dan als we er voltooid deelwoorden van maken?

  • De bloemist heeft voor Moederdag extra boeketten ingekocht.
  • Heb jij dat al meegedeeld?
  • Demi is na een spannend avontuur uit het buitenland teruggekeerd.
  • Waarom heeft hij jou de hele tijd nageaapt?

In de zinnen hierboven zie je dat de delen van de werkwoorden als voltooid deelwoord niet gescheiden zijn. Maar er is wel een verschil met de onscheidbare samengestelde werkwoorden. Heb jij het gezien?

Als je goed kijkt, zie je dat de scheidbaar samengestelde werkwoorden wél een voorvoegsel (zoals ge-) krijgen. Toch staat dat voorvoegsel niet vooraan. Het staat tussen de 2 delen van de samenstelling in.

Bij de uitspraak van een scheidbaar samengesteld werkwoord ligt de klemtoon op het eerste deel; op het voorvoegsel:

  • opeten
  • doorlezen
  • inspringen
scheidbaar samengesteld werkwoord

Splitsbare werkwoorden

Scheidbaar samengestelde werkwoorden worden ook wel eens splitsbare werkwoorden genoemd. En dat is natuurlijk ook niet zo gek. ‘Splitsen’ betekent hetzelfde als ‘scheiden’.

Kun jij zeggen welke werkwoorden uit het volgende rijtje splitsbaar zijn?

  • opbellen
  • rangschikken
  • overgeven
  • overtreffen
  • inmaken

We zullen je een handje helpen. Dit zijn ze splitsbare, of scheidbaar samengestelde, werkwoorden:

  • opbellen
  • overgeven
  • inmaken

Deze werkwoorden splitsen namelijk in tweeën als je er een persoonsvorm van maakt. Kijk maar:

  • Mats belde Emma iedere week even op.
  • Ik gaf wel 3 keer over.
  • Het basketbalteam maakte de tegenstander helemaal in.
  • Mijn moeder maakt ieder jaar wel 20 potjes jam in.

De andere werkwoorden uit het rijtje zijn onscheidbare samengestelde werkwoorden. Deze splitsen dus niet als je er een persoonsvorm van maakt:

  • De secretaresse rangschikt alle papieren. (Dus niet: schikt rang)
  • Het pretpark overtrof al mijn verwachtingen. (Dus niet: trof over)

Samengestelde werkwoorden lijst

Als we lijsten zouden maken van alle scheidbare en onscheidbare samengestelde werkwoorden, zou dit artikel wel heel lang worden. Het is daarom veel handiger als je zelf dit soort werkwoorden herkent.

Het is echter niet altijd gemakkelijk te zien of samengestelde werkwoorden scheidbaar of onscheidbaar zijn. Toch is er 1 rijtje dat je wel uit je hoofd kunt leren.

Alle samengestelde werkwoorden die beginnen met de volgende voorvoegsels, zijn altijd scheidbaar:

• in-
• uit-
• op-
• af-
• tussen-
• bij-
• na-
• mee-
• terug-
• tegen-

Een werkwoord dat begint met een ander voorvoegsel, zoals ‘over-‘, kan in allebei de categorieën vallen. Dat zie je in de volgende voorbeelden:

  • Hierbij draag ik mijn werkzaamheden over.
  • Hij overziet de gevolgen niet.

In het eerste voorbeeld is het werkwoord dat begint met het voorvoegsel ‘over-‘ scheidbaar, maar in de tweede zin niet.

Als je wilt leren of zo’n werkwoord scheidbaar of onscheidbaar is, moet je dit soort werkwoorden regelmatig zien in een tekst. Je hersenen leren dan automatisch tot welke groep ze behoren. Daarom is het belangrijk dat je veel leest.

Hoe spel je scheidbaar samengestelde werkwoorden?

Qua spelling kun je bij scheidbaar samengestelde werkwoorden naar 2 dingen kijken:

• Hoe eindigen ze?
• Moeten ze worden gesplitst?

Laten we allebei die onderdelen eens bekijken.

Wat is de uitgang van een scheidbaar samengesteld werkwoord?

Of een scheidbaar samengesteld werkwoord op een -d of een -t eindigt, weet je als je de normale regels van de werkwoordspelling toepast.

Die regels zijn voor dit soort werkwoorden niet anders dan voor ‘gewone’ werkwoorden.

Een voorbeeld:

  • De kaars brandt.
  • De kaars brandt helemaal op.

In het eerste voorbeeld is ‘brandt’ een gewoon werkwoord. In het tweede voorbeeld hebben we er een scheidbaar samengesteld werkwoord van gemaakt. We hebben er tenslotte ‘op’ bij gezet. Het hele werkwoord is daar ‘opbranden’.

Je ziet dat de uitgang van de persoonsvorm voor beide zinnen hetzelfde is: stam (brand) + t = brandt. Die ’t’ komt erachter, omdat het in de zin gaat om ‘de kaars’. Die hoort bij ‘hij/zij/het’.

In de verleden tijd werkt het precies hetzelfde:

  • De kaars brandde.
  • De kaars brandde helemaal op.

Ook hier zie je dat het voor de werkwoordspelling niet uitmaakt of het werkwoord samengesteld is of niet. In beide gevallen schrijf je de stam (brand) en plak je er nog -de achter. Daarvoor heb je de regels van ’t ex-kofschip gebruikt.

Ook voor het voltooid deelwoord van scheidbaar samengestelde werkwoorden zijn de regels voor de werkwoordspelling exact hetzelfde als bij andere werkwoorden.

Je gebruikt voor de zwakke werkwoorden ’t ex-kofschip. De voltooid deelwoorden van sterke werkwoorden eindigen op -en. Vergelijk deze voorbeelden maar eens met elkaar:

  • De boer heeft altijd kippen en varkens gehouden.
  • Hij is ermee opgehouden.
  • De kaars heeft lang gebrand.
  • De kaars is helemaal opgebrand.

Zoals je ziet, zijn beide uitgangen steeds hetzelfde; of je nu een scheidbaar samengesteld werkwoord of een gewoon werkwoord gebruikt.

Wel zie je een ander verschil. Bij de gewone werkwoorden staat het voorvoegsel ‘ge-‘ vooraan. Bij de scheidbaar samengestelde werkwoorden staat ‘ge-‘ steeds tussen de 2 losse delen in.

Wanneer wordt een scheidbaar samengesteld werkwoord gesplitst?

Zoals je misschien nog wel weet, bestaat de Nederlandse taal uit enkelvoudige zinnen en samengestelde zinnen. Een enkelvoudige zin heeft 1 persoonsvorm. Een samengestelde zin heeft er meer. Die zin bestaat eigenlijk uit 2 (of meer) zinnen die aan elkaar zijn geplakt.

Hier zie je het verschil:

  • Ik ben jarig.
  • Ik ben jarig en daarom krijg ik cadeautjes.

De eerste zin is enkelvoudig. In de tweede zin staan 2 persoonsvormen (ben en krijg), dus die is samengesteld.

Of een scheidbaar samengesteld werkwoord moet worden gesplitst, hangt af van…

• de zin waar het in staat;
• de plaats die het heeft in de zin.

In een enkelvoudige zin wordt een scheidbaar samengesteld werkwoord altijd gesplitst als er een persoonsvorm van wordt gemaakt:

  • Dirk doet altijd goed mee in de groep.

Soms staat in zo’n enkelvoudige zin een heel werkwoord (infinitief) met het woordje ‘te’ of ‘aan het’ ervoor. Als dat infinitief een scheidbaar samengesteld werkwoord is, wordt hij ook gesplitst.

  • Joyce zit op haar gemak alle wortels op te eten.
  • Joyce is op haar gemak alle wortels op aan het eten.

Als het scheidbaar samengestelde werkwoord op een andere plek wordt gebruikt, splits je hem niet. Dat zie je bijvoorbeeld als het een voltooid deelwoord is:

  • Joyce heeft alle wortels opgegeten.
scheidbaar samengesteld werkwoord splitsen

Wanneer we naar samengestelde zinnen gaan kijken, wordt het wat ingewikkelder. Eerst moet je begrijpen hoe een samengestelde zin in elkaar zit.

Een samengestelde zin kan uit 2 hoofdzinnen bestaan, maar ook uit een hoofdzin en een bijzin.

In een hoofdzin staat de persoonsvorm heel vaak op de tweede plaats in de zin. In een bijzin staat hij meestal wat verder naar achter.

In de volgende voorbeelden zijn de persoonsvormen onderstreept:

  • Gijs gaat graag op vakantie. (hoofdzin)
  • Gijs gaat graag op vakantie, omdat hij dan rustig aan mag doen. (hoofdzin, bijzin)
  • Jantiene sport graag en Dani gaat dan met haar mee. (hoofdzin, hoofdzin)

Terug naar de scheidbaar samengestelde werkwoorden. Voor hoofdzinnen gelden de regels die we net hebben uitgelegd bij de enkelvoudige zinnen.

Voor bijzinnen zit het wat anders. Daar splits je een scheidbaar samengesteld werkwoord alleen als je te maken hebt met een infinitief waar het woordje ‘te’ of ‘aan het’ voor staat. Dat zie je hier:

  • Ik hoop dat de fiets nog op te knappen is.
  • Hij kan niet mee, omdat hij zijn eten nog op aan het eten is.

Van deze voorbeelden zijn de eerste delen (voor ‘dat’ in de eerste zin en voor de komma in de tweede zin) hoofdzinnen en de tweede delen bijzinnen.

Als persoonsvorm blijft het scheidbaar samengestelde werkwoord in een bijzin meestal aan elkaar geplakt.

  • Het feest is een stuk leuker als hij hem wel uitnodigt.

Het tweede deel (vanaf ‘als’) is een bijzin. De persoonsvorm staat daar achteraan. Je ziet dat het scheidbaar samengestelde werkwoord ‘uitnodigen’ hier bij elkaar blijft.

Ook als voltooid deelwoord of infinitief (zonder het woordje ‘te’) blijven de 2 delen van de scheidbaar samengestelde werkwoorden in bijzinnen bij elkaar.

scheidbaar samengesteld werkwoord in een bijzin

Aan de slag!

Nu je dit artikel gelezen hebt, weet je alles over samengestelde werkwoorden. Je weet bijvoorbeeld:

• dat er scheidbare en onscheidbare samengestelde werkwoorden bestaan;
• wanneer je scheidbaar samengestelde werkwoorden splitst
• dat scheidbaar samengestelde werkwoorden ook wel eens splitsbare werkwoorden worden genoemd;
• welke voorvoegsels altijd duiden op een scheidbaar samengesteld werkwoord;
• hoe je scheidbaar samengestelde werkwoorden spelt.

Het wordt tijd dat je met deze stof aan de slag gaat. Hieronder vind je wat oefeningen. Als je die maakt, weet je straks zeker dat je de leerstof over samengestelde werkwoorden helemaal beheerst.

Laat je het ons even weten als je vragen hebt?

Veel succes!

Samengestelde werkwoorden oefenen

Maak de opdrachten over samengestelde werkwoorden. Onderaan de pagina vind je alle antwoorden.

Opdracht 1

Zijn de volgende samengestelde werkwoorden scheidbaar of onscheidbaar?

  1. aanraken
  2. aanschouwen
  3. doorvoeren
  4. doorkruisen
  5. omarmen
  6. omdoen
  7. stofzuigen
  8. ondervragen

Opdracht 2

Onderstreep in de volgende zinnen alle delen van de scheidbaar samengestelde werkwoorden. Soms staan ze los van elkaar; soms zijn ze nog aan elkaar geplakt.

  1. Dana liet het springtouw los.
  2. Waar is Joeri nu weer terechtgekomen?
  3. Maakt Danny vandaag nog de ruzie met zijn broertje goed?
  4. De finalisten van de Voice werden gisteren bekendgemaakt.
  5. Mirthe is de weg vrij aan het maken.
  6. Het wordt tijd om samen te komen.
  7. Maak jij die zak chips even leeg?
  8. Ik vergat de deur open te doen!

Opdracht 3

Is het onderstreepte woord een scheidbaar of een onscheidbaar samengesteld werkwoord?

  1. Bilal heeft alle sommen netjes uitgewerkt.

uitgewerkt: ___

  1. Opa vindt het leuk dat jij nu je cadeautje openmaakt.

openmaakt: ___

  1. Hoe voorkom je bladluis?

voorkom: ___

  1. Maya heeft alle opdrachten doorgespit.

doorgespit: ___

  1. Heb jij de oorzaak van die jeuk nog achterhaald?

achterhaald: ___

Antwoorden opdracht 1

  1. aanraken = scheidbaar (ik raak aan)
  2. aanschouwen = onscheidbaar (ik aanschouw)
  3. doorvoeren = scheidbaar (ik voer door)
  4. doorkruisen = onscheidbaar (ik doorkruis)
  5. omarmen = onscheidbaar (ik omarm)
  6. omdoen = scheidbaar (ik doe om)
  7. stofzuigen = onscheidbaar (ik stofzuig —> ja, echt waar!)
  8. ondervragen

Antwoorden opdracht 2

  1. Dana liet het springtouw los.
  2. Waar is Joeri nu weer terechtgekomen?
  3. Maakt Danny vandaag nog de ruzie met zijn broertje goed?
  4. De finalisten van de Voice werden gisteren bekendgemaakt.
  5. Mirthe is de weg vrij aan het maken.
  6. Het wordt tijd om samen te komen.
  7. Maak jij die zak chips even leeg?
  8. Ik vergat de deur open te doen!

Antwoorden opdracht 3

  1. Bilal heeft alle sommen netjes uitgewerkt.

uitgewerkt: scheidbaar (ik werk uit)

  1. Opa vindt het leuk dat jij nu je cadeautje openmaakt.

openmaakt: scheidbaar (ik maak open)

  1. Hoe voorkom je bladluis?

voorkom: onscheidbaar (ik voorkom)

  1. Maya heeft alle opdrachten doorgespit.

doorgespit: scheidbaar (ik spit door)

  1. Heb jij de oorzaak van die jeuk nog achterhaald?

achterhaald: onscheidbaar (ik achterhaal)

Maaike de Boer

drs. Maaike de Boer is initiatiefneemster van Wijzeroverdebasisschool.nl

Gerelateerde artikelen

Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *