Samengestelde woorden spellen: uitleg en oefenen

Samengestelde woorden, misschien heb je er al wel eens van gehoord. In dit artikel lees je er alles over. Ook kun je na de theorie oefenen met de spelling van deze, soms lastige, woorden.

Wat zijn samengestelde woorden?

Samengestelde woorden zijn woorden die bestaan uit 2 of meer kortere woorden. Die delen zijn dan samengevoegd tot 1 woord. Alle delen van het samengestelde woord kunnen ook los van elkaar gebruikt worden.

De woorden huis en baas vormen samen bijvoorbeeld het woord huisbaas.

Samengestelde woorden worden ook wel samenstellingen genoemd.

Nog wat voorbeelden:

koeien + wei = koeienwei
door + lopen = doorlopen
lucht + haven = luchthaven

Werkbladen Spelling Groep 3 (Gratis)

Werkbladen Spelling Groep 4 (Gratis)

Werkbladen Spelling Groep 5 (Gratis)

Werkbladen Spelling Groep 6 (Gratis)

Wanneer is er sprake van een samengesteld woord?

De belangrijkste eis voor een samengesteld woord is hierboven al beschreven: hij moet uit 2 of meer losse woorden bestaan die ook apart van elkaar gebruikt kunnen worden.

Samenstellingen bestaan in allerlei soorten en maten. De meest bekende combinatie is die van 2 zelfstandige naamwoorden:

  • laptop + tas = laptoptas
  • hoofd + lamp = hoofdlamp
  • strand + wacht = strandwacht

Toch bestaan lang niet alle samenstellingen alleen uit zelfstandige naamwoorden. Ze kunnen bijvoorbeeld ook uit een combinatie bestaan van een zelfstandig naamwoord en een voorzetsel:

  • af + gang = afgang
  • onder + laag = onderlaag
  • over + slag = overslag

Andere samengestelde woorden bestaan uit een combinatie van een bijvoeglijk naamwoord en een zelfstandig naamwoord:

  • aarde + donker = aardedonker
  • beer + sterk = beresterk
  • mes + scherp = messcherp

Ook werkwoorden kunnen onderdeel zijn van samenstellingen. Zo vormen die soms een combinatie met een voorzetsel:

  • op + bellen = opbellen
  • af + lopen = aflopen
  • in + gooien = ingooien

Er zijn nog veel meer combinaties te bedenken. En dan te bedenken dat bovenstaande samenstellingen steeds maar uit 2 woorden bestaan. Samengestelde woorden kunnen ook uit 3 of zelfs meer woorden bestaan:

  • korte + termijn + geheugen = kortetermijngeheugen
  • lange + afstand + loper = langeafstandsloper
  • lucht + verkeer + leiding = luchtverkeersleiding
  • twee + onder + een + kap + woning = twee-onder-een-kapwoning

Zo zie je maar dat er nogal wat mogelijkheden zijn. Als je je afvraagt of een woord een samenstelling is, moet je je dus altijd afvragen of de losse woorden ook apart van elkaar te gebruiken zijn.

samengesteld woord

Is het woord ‘uitgang’ een samengesteld woord?

Soms vragen mensen zich af of woorden als uitgang ook samengestelde woorden zijn. Als het goed is weet je nu het antwoord op die vraag. Voor de zekerheid geven we je hier nog even de uitleg.

Zijn de woorden uit en gang ook los van elkaar te gebruiken? Jazeker. Het woord uitgang bestaat uit het voorzetsel uit en het zelfstandige naamwoord gang. Die 2 zijn prima apart te gebruiken.

Conclusie? Het woord uitgang is een samengesteld woord.

De spellingsregels voor samengestelde woorden

Nu je weet wat samengestelde woorden zijn, kunnen we eens gaan kijken naar de spellingsregels ervan.

De belangrijkste regel voor samenstellingen in de Nederlandse taal is vrij simpel: je schrijft ze meestal aan elkaar.

In heel veel gevallen doe je dat automatisch goed. Vooral bij de korte samenstellingen. Je zult niet zomaar hand bal schrijven in plaats van handbal.

Maar als de samenstellingen wat langer worden, maken mensen vaker fouten. Ze gaan ze dan ineens los van elkaar schrijven, terwijl ze wel aan elkaar moeten:

  • Het is theatervoorstelling en niet theater voorstelling.
  • Je schrijft interieurverzorger en niet interieur verzorger.
  • Je schrijft langetermijndoelen en niet lange termijn doelen.

Uitzonderingen

Zoals bij bijna elke regel binnen de Nederlandse taal, bestaan ook op deze spellingsregel voor samenstellingen heel wat uitzonderingen. Veel samengestelde woorden krijgen bijvoorbeeld een streepje.

Hieronder geven we je een overzicht van de belangrijkste uitzonderingen. Overigens komen deze uitzonderingsregels vaak pas op de middelbare school aan bod.

• Je schrijft een streepje als je zonder het streepje het woord verkeerd zou uitspreken. Bijvoorbeeld bij een klinkerbotsing: zee-egel, na-apen, ziekte-uitbraak.

• Als binnen de samenstelling cijfers of andere tekens worden gebruikt, gebruik je ook een streepje: 40-jarige, 30+-kaas.

• Wanneer een deel van de samenstelling een afkorting is die je letter voor letter uitspreekt, krijgt de samenstelling ook een streepje: kleuren-tv, tv-programma, vwo-leerling.

• Als de afkorting niet letter voor letter wordt uitgesproken, maar als woord, krijg je geen streepje: havoleerling, ledlampje.

• Soms staat binnen de samenstelling een woordgroep die bij elkaar hoort. Je schrijft dan tussen die woorden een streepje: twee-onder-een-kapwoning, face-to-facegesprek.

• Sommige samenstellingen bestaan uit 2 gelijke delen, die ook in volgorde om te wisselen zijn. Daartussen zet je ook een streepje: zwart-wit, directeur-eigenaar, hotel-restaurant.

Let op: als de twee delen niet om te wisselen zijn, omdat de betekenis van het woord dan verandert, schrijf je de woorden van de samenstelling aan elkaar.

• Samenstellingen met een voorvoegsel als oud-, vice-, non-, etc., krijgen ook een streepje: non-stop, oud-minister, vice-president.

Lijst van samengestelde woorden

Op de basisschool komen in elke groep de samengestelde woorden terug. Natuurlijk begint groep 3 met makkelijke woorden. Het niveau wordt tot en met groep 8 uitgebouwd.

Hier vind je een globaal overzicht van het niveau van de samengestelde woorden per groep. Ook krijg je steeds voorbeelden van samenstellingen die bij dat niveau horen.

Let op: deze lijst geeft een globaal beeld van het niveau per leerjaar. Niet iedere basisschool biedt de verschillende soorten samenstellingen precies gelijk aan. Dat is ook helemaal niet erg; het eindniveau ligt voor elke school namelijk op een vergelijkbare hoogte.

Samengestelde woorden groep 3

Kinderen leren lezen en schrijven in groep 3. Daarom zijn de samenstellingen die in dit leerjaar worden aangeboden altijd kort en simpel.

De losse woorden van de samenstelling zijn niet meer dan 1 lettergreep lang. Meestal zijn de losse delen zelfstandige naamwoorden. In een enkel geval is 1 deel een werkwoord.

rode rugzak

Voorbeelden van samenstellingen in groep 3:

  • zaklamp
  • spaarpot
  • fietsbel
  • rugzak
  • voetbal
  • werkpaard

Samengestelde woorden groep 4

In groep 4 worden de samengestelde woorden wat langer. De losse delen bestaan soms uit meerdere lettergrepen.

Nog steeds worden voornamelijk zelfstandige naamwoorden en werkwoorden gebruikt om nieuwe samenstellingen mee te vormen. Verder zijn bijvoeglijke naamwoorden nu soms onderdeel van de samenstelling.

De schrijfwijze van de samenstelling is soms wat ingewikkelder.

Een aantal voorbeelden van samengestelde woorden die kinderen in groep 4 leren:

  • draaideur
  • broodjeszaak
  • eeuwenoud
  • knutselboeken
  • pingpongtafel
  • sneeuwlaarzen
  • zoetekauw
  • watertrappelen

Samengestelde woorden groep 5

koffiezetapparaat

In groep 5 komen binnen de samengestelde woorden vaker verkleinwoorden voor. Ook samenstellingen die in het midden een dubbele medeklinker krijgen, zitten vaker in de lessen verwerkt.

De samengestelde woorden bestaan steeds vaker uit meer dan 2 losse woorden.

Samenstellingen waarbij het eerste deel in het meervoud staat, krijgen op dit niveau eigenlijk altijd een tussen-n. Wanneer het meervoud een -s krijgt, is die altijd goed te horen als je de samenstelling uitspreekt.

Enkele voorbeelden:

  • rondvaartboot
  • sterrenhemel
  • waterdruppels
  • spijsvertering
  • sneeuwuiltje
  • papegaaienveer
  • botsauto
  • boomstronkje
  • koffiezetapparaat
  • kaasschaaf

Samengestelde woorden groep 6

Ook in groep 6 bestaan de meeste samenstellingen nog uit zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en werkwoorden.

De samenstellingen zijn soms langer dan in groep 5. Ook is de schrijfwijze van de losse delen vaak wat lastiger dan in de voorgaande jaren. Daarin zitten wel eens uitzonderingsregels verwerkt die de spelling lastiger maken.

tandenborstel-en-tandpasta

Een aantal voorbeelden van samengestelde woorden die in groep 6 gebruikt worden:

  • gangenstelsel
  • goocheldoos
  • schipperskind
  • dagmenuutje
  • spoorwegovergang
  • kaasschaaf
  • treincoupé
  • zuivelproducten
  • tandpasta
ijs

Samengestelde woorden groep 7

Groep 7 schenkt heel veel aandacht aan de spelling van verschillende (moeilijke) zelfstandige naamwoorden.

Al deze lastigheden komen nu ook voor in de samenstellingen. Een aantal voorbeelden daarbij:

Veel uitzonderingen komen aan bod, zoals de verschillende schrijfwijzes voor i-klanken, de uitspraken van de letter c, woorden met -é en -eau, meervouden met apostrof s, de letters x en y, de combinaties -ch, th-, enzovoorts.

  • yoghurtijsje
  • machinekamer
  • souvenirwinkel
  • privéterrein
  • kopieermachine
  • koolstofdioxide
  • vleesconsumptie
  • administratiekosten
  • luchtfoto’s

Samengestelde woorden groep 8

Groep 8 gaat verder waar groep 7 gebleven is. Ook in dit leerjaar worden de uitzonderingen in de normale spelling doorgevoerd in de samenstellingen.

Woorden met -eel, -eur, -uw, -ch, -nk, -ooi, -oei, -eeuw en -ieuw komen aan bod. Die zie je dus ook terug in de samengestelde woorden.

Een aantal voorbeelden:

  • nieuwsgierig
  • riddertoernooi
  • broeikaseffect
  • zwaluwkolonie
  • afweersysteem
  • autocoureur
  • winkelcentrum
  • hemellichamen
  • lichaamstemperatuur
  • ontdekkingsreizigers

Samengestelde woorden oefenen

Nu jij alles weet over de samengestelde woorden en de spelling ervan, geven we je graag nog wat opdrachten. Oefenen helpt namelijk om regels goed te onthouden.

De antwoorden van deze oefeningen staan onderaan de pagina. Veel succes! En heb je nog vragen bij de theorie of over de opdrachten? Laat het ons vooral weten!

Opdracht 1

Schrijf je de woorden los of aan elkaar? Kies het juiste antwoord.

  1. 1. de wereld bol / de wereldbol
  2. 2. het kaas broodje / het kaasbroodje
  3. 3. een stuk taart / een stuktaart
  4. 4. de hemel lichamen / de hemellichamen
  5. 5. de tonnen voer / de tonnenvoer
  6. 6. een havoleerling / een havo leerling

Opdracht 2

Hoe schrijf je de woorden? Kies het juiste antwoord.

  1. 1. treincoupe / treincoupé
  2. 2. ontdekkingsreiziger / ontdekkingreiziger
  3. 3. kalligrafeerkunst / kaligraffeerkunst
  4. 4. snelgroejend / snelgroeiend
  5. 5. elektriciteitsdraad / elektrisiteitsdraad
  6. 6. gevrichtsholte / gewrichtsholte

Opdracht 3

Deze oefening gaat over de uitzonderingsregels. Maak hem alleen als je de eerste 2 oefeningen simpel vond!

Hoe schrijf je de woorden? Kies het juiste antwoord.

  1. 1. zwartwit / zwart-wit
  2. 2. oud-minister / oud minister
  3. 3. 35 jarig bestaan / 35-jarig bestaan
  4. 4. lichtgeel / licht-geel
  5. 5. vmbo-examen / vmboexamen
  6. 6. zeeëgel / zee-egel

Antwoorden opdracht 1

  1. 1. de wereldbol (aan elkaar)
  2. 2. het kaasbroodje (aan elkaar)
  3. 3. een stuk taart (los)
  4. 4. de hemellichamen (aan elkaar)
  5. 5. de tonnen voer (los)
  6. 6. een havoleerling (aan elkaar)

Antwoorden opdracht 2

  1. 1. treincoupé
  2. 2. ontdekkingsreiziger
  3. 3. kalligrafeerkunst
  4. 4. snelgroeiend
  5. 5. elektriciteitsdraad
  6. 6. gewrichtsholte

Antwoorden opdracht 3

  1. 1. zwart-wit
  2. 2. oud-minister
  3. 3. 35-jarig bestaan
  4. 4. lichtgeel
  5. 5. vmbo-examen
  6. 6. zee-egel

Werkbladen Spelling Groep 3 (Gratis)

Werkbladen Spelling Groep 4 (Gratis)

Werkbladen Spelling Groep 5 (Gratis)

Werkbladen Spelling Groep 6 (Gratis)

Maaike de Boer

drs. Maaike de Boer is initiatiefneemster van Wijzeroverdebasisschool.nl

Gerelateerde artikelen

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *