Is het ‘wil’ of ‘wilt’?

Schrijf je ‘wil’ of ‘wilt’? Die vraag over spelling wordt regelmatig gesteld en is niet in 1 zin te beantwoorden. Daarom geven we je in deze blog wat achtergrondinformatie en vertellen we je precies wat je moet schrijven in verschillende situaties.

Willen: een onregelmatig werkwoord

Het probleem met ‘willen’ is dat het een onregelmatig werkwoord is. Dat betekent dat je dit werkwoord niet op dezelfde manier vervoegt als de regelmatige werkwoorden.

Je kind leert in groep 6, 7 en 8 bij taal meer over regelmatige en onregelmatige werkwoorden. Hieronder vind je wat extra uitleg.

Regelmatige werkwoorden

De regelmatige werkwoorden hebben allemaal dezelfde soort vervoeging in de tegenwoordige en verleden tijd:

Vervoeging regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd:

  • ik = stam
  • jij = stam + t
  • jij achter pv = alleen de stam
  • hij/zij/het = stam + t
  • wij/jullie/zij = hele werkwoord

Vervoeging regelmatige werkwoorden in de verleden tijd:

  • ik/jij/hij/zij/het = stam + de/te
  • wij/jullie/zij = stam + den/ten

Of je in de verleden tijd -de(n) of -te(n) schrijft, hangt af van de ’t ex-kofschipregel.

regelmatige werkwoorden vervoegen

Een voorbeeld:

De regelmatige werkwoorden ‘werken’ en ‘poetsen’ vervoeg je op dezelfde manier:

Werken

tegenwoordige tijdverleden tijd
ik werkik werkte
jij/u werktjij/u werkte
hij/zij/het werkthij/zij/het werkte
wij/jullie/zij werkenwij/jullie/zij werkten

Poetsen

tegenwoordige tijdverleden tijd
ik poetsik poetste
jij/u poetstjij/u poetste
hij/zij/het poetsthij/zij/het poetste
wij/jullie/zij poetsenwij/jullie/zij poetsten

Onregelmatige werkwoorden

Zoals we eerder aangaven, is het werkwoord ‘willen’ geen regelmatig, maar een onregelmatig werkwoord. Net als bijvoorbeeld ‘mogen’, ‘kunnen’ en ‘zullen’.

Dat houdt in dat er een onregelmatigheid zit in de vervoeging.

We kijken opnieuw naar het vervoegingsschema, maar dit keer hebben we er alle mogelijke persoonsvormen van ‘willen’ in gezet:

Willen

tegenwoordige tijdverleden tijd
ik wilik wilde
jij/u wil(t)jij/u wilde
hij/zij/het wilhij/zij/het wilde
wij/jullie/zij willenwij/jullie/zij wilden

Je ziet dat de onregelmatigheden allemaal in de tegenwoordige tijd zitten.

Bij ‘jij’ heb je verschillende mogelijkheden: ‘jij wil’ of ‘jij wilt’. Welke van die 2 jij moet kiezen voor jouw tekst, vertellen we je verderop in dit artikel.

Een andere onregelmatigheid vind je bij de vervoeging voor ‘hij’, ‘zij’ en ‘het’. Daar staat geen -t achter de stam, wat bij alle regelmatige werkwoorden wél het geval is.

Terug naar onze eerste vraag: wanneer schrijf je nu ‘wil’ en wanneer ‘wilt’?

regelmatige werkwoorden vs onregelmatige werkwoorden vervoegen

Werkbladen Spelling Groep 5 (Gratis)

Werkbladen Spelling Groep 6 (Gratis)

‘Je wil’ of ‘je wilt’: informeel vs. formeel

De meestgestelde vraag is toch wel of je ‘je wil’ of ‘je wilt’ moet schrijven. In ons vervoegingsschema kon je zien dat beide opties mogelijk zijn. Maar wat is dan het verschil?

‘Je wil’ gebruik je in Nederland als je een informeel bericht stuurt. Een mail naar vrienden of familie bijvoorbeeld. En wil je vertrouwen wekken bij de ander? Ook dan kun je het beste gaan voor ‘je wil’.

Ook als ‘je’ in de zin vervangen kan worden door ‘men’, gebruik je ‘wil’.

Een voorbeeld:

Je wil natuurlijk niet zonder cadeau op een verjaardagsfeestje aankomen!

Als je boodschap dus wat algemener is en niet op 1 persoon gericht, gebruik je ‘je wil’. Je kunt dit gemakkelijk onthouden. Als er ‘men’ zou staan, zou je ook ‘wil’ gebruiken. ‘Men wilt’ bestaat niet.

‘Je wilt’ is dan automatisch gereserveerd voor de meer zakelijke berichten en teksten. Denk aan teksten die door veel mensen worden gelezen, zoals krantenberichten en artikelen in een tijdschrift of online.

Is het dan helemaal fout als je ‘je wilt’ gebruikt in informele berichten of vice-versa? Nee, dat is het niet. De regels zijn in dit geval niet zo zwart-wit. In Vlaanderen zijn ‘je wil’ en ‘je wilt’ zelfs helemaal gelijk qua betekenis.

je wil je wilt

’Hij wil’ of ‘hij wilt’?

Dan de volgende vraag: is het ‘hij wil’ of ‘hij wilt’?

Zoals je in het vervoegingsschema van ‘willen’ hebt kunnen zien, schrijf je in alle gevallen ‘hij wil’. ‘Hij wilt’ bestaat niet.

Je kunt dus niet zeggen:

De minister-president wilt zijn mening geven. (fout)

Ook niet om aan te geven dat de tekst of boodschap formeel is.

Deze vervoeging is de grootste onregelmatigheid in de vervoeging van het werkwoord ‘willen’. Alle regelmatige werkwoorden krijgen wél een -t achter de stam als het onderwerp ‘hij’, ‘zij’ of ‘het’ is (of door 1 van die 3 opties vervangen kan worden). 

’U wil’ of ‘u wilt’?

Als laatste nog deze vraag: schrijf je ‘u wil’ of ‘u wilt’?

Voor de vervoeging van het werkwoord ‘willen’ bij ‘u’ geldt hetzelfde als voor de vervoeging bij ‘jij’: zowel ‘u wil’ als ‘u wilt’ is mogelijk.

En ook hier geldt: de versie met -t is formeler dan de versie zonder -t. De kans is dan ook groot dat je vaker ‘u wilt’ tegenkomt. Het persoonlijk voornaamwoord ‘u’ is immers van zichzelf al aardig formeel.

u wil u wilt

Wat jij wil(t)

Zoals je hebt kunnen lezen heb je bij de vervoeging van het werkwoord ‘willen’ aardig wat keuzemogelijkheden.

Kijk altijd goed naar de aard van de tekst. Is het een formele, of juist een informele tekst? Leest een grote groep mensen hem, of alleen een vriend(in)?

In feite zijn de regels vrij helder. Toch hoef je je niet direct zorgen te maken als je ‘jij wil’ en ‘jij wilt’ door elkaar haalt. Het komt met deze regel eigenlijk niet zo nauw. Wat jij wil(t) dus!

Bekijk ook:

Judith Kimenai, BEd

Judith was jarenlang docente Nederlands en (tweetalig) biologie binnen het voortgezet onderwijs. Tijdens haar onderwijscarrière was ze naast docente ook een bevlogen brugklasmentor en intern begeleider. Tegenwoordig is Judith freelance tekstschrijfster en richt ze zich voornamelijk op de educatieve sector.

Gerelateerde artikelen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.