Bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord: uitleg en oefenen

Wat is een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord? Je hebt vast al van een bijvoeglijk naamwoord gehoord bij het ontleden in woordsoorten. En van een voltooid deelwoord.

Maar weet je ook al wat een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord is? We leggen het je hieronder uit. De naam zegt eigenlijk al wat dat inhoudt. Je gebruikt een voltooid deelwoord op de plaats van een bijvoeglijk naamwoord.

Bijvoorbeeld:

De kast is verschoven.

In deze zin is ‘verschoven’ een normaal voltooid deelwoord.

de verschoven kast

In dit voorbeeld is het voltooid deelwoord verplaatst. Het staat nu op de plaats van een bijvoeglijk naamwoord. Dat klopt ook wel, want ‘verschoven’ zegt hier iets over de kast, zoals een bijvoeglijk naamwoord dat ook doet.

‘Verschoven’ is in het tweede voorbeeld dus een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord.

Nog wat voorbeelden:

Alle bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoorden zijn hier dik gedrukt.

Het huis is verbouwd. —> het verbouwde huis

Het boek is gelezen. —> het gelezen boek

Het proefwerk is gemaakt. —> het gemaakte proefwerk

Hoe schrijf je een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord?

Zoals je van dit artikel ‘Wat is een voltooid deelwoord?‘ al weet, schrijf je een voltooid deelwoord bijna altijd met een -d, een -t of -en aan het eind. Van een bijvoeglijk naamwoord weet je dat je het meestal zo kort mogelijk schrijft. Hoe zit dat eigenlijk met een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord? Die krijgt van allebei een beetje. Bijna altijd geldt de regel van het bijvoeglijk naamwoord. Meestal schrijf je het dus zo kort mogelijk.

Kijk maar eens naar deze voorbeelden:

de gemaakte afspraak

de geschilderde deur


Je ziet het: er komt geen -n achter deze bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoorden. Deze woorden eindigden als voltooid deelwoord op een -d of een -t. Kijk maar:

De afspraak werd gemaakt.

De deur was geschilderd.

Als het woord als voltooid deelwoord op -en eindigt, houdt het als bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord ook zijn -n aan het eind.

Bijvoorbeeld:

De race is gelopen. —> de gelopen race

Hij heeft de wedstrijd gewonnen. —> de gewonnen wedstrijd.

Kortom: als een voltooid deelwoord eindigt op -en, eindigt hij als bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord ook op -en.

bijvoegelijk gebruikt voltooid deelwoord uitleg

De vergrote foto

Toch wordt een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord bijna altijd zo kort mogelijk geschreven.

Kijk ook eens naar dit voorbeeld:

De foto werd vergroot. —> de vergrote foto


Je ziet in dit voorbeeld dat het bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord meestal echt zo kort mogelijk wordt geschreven. Niet alleen zonder -n, maar ook met één o minder. ‘Vergroot’ wordt dus ‘vergrote’.

Verwachte of verwachtte?

Hoe zit het dan met dit voorbeeld?

De trein werd verwacht. —> de ______________ trein

Schrijf je hier ‘verwachte’ of ‘verwachtte’?

Denk nu eens terug aan de belangrijkste regel voor het bijvoeglijk naamwoord. Juist, het moet zo kort mogelijk geschreven worden. Het goede antwoord is hier dus ‘de verwachte trein’.

Soms krijgt een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord wel een dubbele d of t.

Kijk maar:

De zwemmer werd gered. —> de geredde zwemmer

Wat gebeurt er namelijk als je het bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord hier zo kort mogelijk schrijft? Dan spreek je het woord heel anders uit.

Omdat je dat niet wilt, schrijf je de extra d. Net als bij een gewoon bijvoeglijk naamwoord dus!

Bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord oefenen

Je hebt nu de leerstof doorgenomen. Dat betekent dat het tijd is om te oefenen. De antwoorden van de opdrachten zijn onderaan deze pagina te vinden.

Opdracht 1: Schrijf het bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord op

  1. 1. De profvoetballer is afgetraind. —> de ________________ voetballer
  2. 2. Het verzoek werd afgewezen. —> het ________________ verzoek
  3. 3. De taart is gebakken. —> de ________________ taart
  4. 4. Het water is uit de mok geklotst. —> het ________________ water

5. Het verslag is uitgetypt. —> het ________________ verslag

Opdracht 2: Schrijf het bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord op

  1. 1. De ________________ (gemaakt) afspraak geldt nog steeds.
  2. 2. De ________________ (gevallen) regen deed de tuin goed.
  3. 3. Gisteren aten we weer eens ______________ (mislukt) pasta.
  4. 4. De hond at het _______________ (gegeven) bot met smaak op.
  5. 5. Het _______________ (vervallen) schuurtje zag er niet goed uit.

Opdracht 3: Schrijf de juiste vorm op

  1. 1. De ________________ (opmaken) pop
  2. 2. Het ________________ (verlaten) station
  3. 3. Het ________________ (bieden) bedrag
  4. 4. De ________________ (uitloten) student

5. Het ______________ (schrijven) werk

Opdracht 4: Schrijf de juiste vorm op

Let op: in deze opdracht moet je soms het bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord gebruiken en soms het voltooid deelwoord.

  1. 1. André heeft door heel Nieuw Zeeland _____________ (fietsen).
  2. 2. De ________________ (rijden) afstand was meer dan 3000 km.
  3. 3. Onderweg heeft hij __________________ (kamperen).
  4. 4. Zijn ___________________ (volladen) fiets hield het maar net vol.
  5. 5. Soms wilde hij dat hij minder spullen had _______________ (inpakken).
  6. 6. Eén keer kwam hij een _____________ (verdwalen) fietser tegen.
  7. 7. Die heeft hij de weg _____________ (wijzen).
  8. 8. Hij heeft de fietser daar heel blij mee _______________ (maken).

Antwoorden

Opdracht 1:
1. afgetrainde
2. afgewezen
3. gebakken
4. geklotste
5. uitgetypte

Opdracht 2:
1. gemaakte
2. gevallen
3. mislukte
4. gegeven
5. vervallen

Opdracht 3:
1. opgemaakte
2. verlaten
3. geboden
4. uitgelote
5. geschreven

Opdracht 4:
1. gefietst
2. gereden
3. gekampeerd
4. volgeladen
5. ingepakt
6. verdwaalde
7. gewezen
8. gemaakt

Bekijk ook ons kanaal op YouTube voor uitlegvideo’s over taal.

Bekijk ook:

Maaike de Boer

drs. Maaike de Boer is initiatiefneemster van Wijzeroverdebasisschool.nl

Gerelateerde artikelen

Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *