Onderpresteren op de basisschool: dit moet je weten

Onderpresteren op de basisschool wordt nog niet altijd snel herkend, maar heeft een grote invloed op de ontwikkeling van je kind. Het blijkt dat onderpresteren effectief aangepakt kan worden, als er maar snel genoeg actie op ondernomen wordt. Hoe kun je onderpresteren als ouder herkennen? En wat is een effectieve aanpak bij het onderpresteren van je kind?

Hoogbegaafd onderpresteren

Onderpresteren betekent dat een leerling onder zijn intellectuele niveau presteert. Anders gezegd: de potentie van de leerling komt er op school niet uit. Veel mensen denken dat dit alleen gebeurt bij hoogbegaafde kinderen. Dat is echter niet waar. Op ieder niveau zijn er kinderen die onderpresteren. Wel is het zo dat hoogbegaafde kinderen sneller de neiging hebben tot onderpresteren, omdat ze niet altijd op hun intelligentieniveau worden aangesproken.

Onderpresteren kan verschillende andere oorzaken hebben. We noemen er een paar van:

  • Faalangst: de leerling is bang dat iets mislukt en probeert het daarom helemaal niet. Liever iets niet gedaan dan gefaald, zo denkt het kind (soms onbewust).
  • Het kind is gedemotiveerd geraakt, bijvoorbeeld omdat het niet voldoende wordt uitgedaagd of als er maar weinig ruimte is voor creatief denken.
  • Een fixed mindset: Als een leerling een fixed mindset heeft, heeft hij de overtuiging dat hij iets toch niet kan. Dat intelligentie vaststaat en dat als iets niet meteen lukt, het vast ook niet meer gaat lukken. Het zijn belemmerende gedachten die maken dat een leerling nieuwe leerstof uit de weg kan gaan.
  • Perfectionisme: iets moet in 1 keer goed volgens de leerling. Als de kans bestaat dat dit niet zo is, dan laat het kind de taak of activiteit links liggen. Een kenmerkend voorbeeld is het leren lopen of praten van een hoogbegaafd kind. Hij kan later gaan lopen, omdat zo de kans op vallen uit te sluiten.
  • Een probleem met de executieve functies: het kind weet dan simpelweg niet hoe het een taak moet aanpakken. Hij kan bijvoorbeeld niet inschatten hoeveel tijd er nodig is of welke stappen hij kan gebruiken om tot een resultaat te komen. Of het lukt niet om de aandacht er lang genoeg bij te houden.
oorzaken onderpresteren

Breuken Groep 6/7/8 Werkbladen (Gratis)

Oefening Rekenen Groep 2 (Gratis)

Werkbladen Groep 3 Rekenen (Gratis)

Onderpresteren basisschool

Het is lastig om onderpresteren op de basisschool te herkennen. Dat komt omdat het zich in verschillende vormen uit: als absoluut of relatief onderpresteren.

Absoluut onderpresteren houdt in dat je kind niet alleen onder zijn eigen kunnen presteert, maar ook onder dat van de klas. Deze vorm zie je vaak bij jongens terug. Het kan zich uiten als druk gedrag, een verminderde concentratie, lastig stil kunnen zitten, zichzelf overschatten of juist onderschatten en moeite hebben om gemotiveerd te blijven.

Een hoogbegaafd kind dat voornamelijk zevens haalt, wordt ook wel een relatieve onderpresteerder genoemd. Het is lastig omdat een leerling ‘gemiddeld’ presteert en ook weinig opvallend gedrag in de klas laat zien. Met name meisjes zijn vaak relatieve onderpresteerders.

Als je onderpresteren op de basisschool echt wilt herkennen, kan de school het beste een intelligentieonderzoek afnemen.

vormen van onderpresteren basisschool

Onderpresteren effectief aanpakken

Hoe pak je onderpresteren nu effectief aan? Allereerst is het helpend als je begrijpt dat onderpresteren vaak voortkomt uit de behoefte om bij de groep te horen. De angst om op te vallen kan ervoor zorgen dat een kind zich aanpast aan de omgeving.

Het is daarom belangrijk om thuis te werken aan een gezond zelfbeeld. Bied bijvoorbeeld een teamsport of een buitenschoolse activiteit aan waar je kind plezier aan beleeft.

Ook het werken aan een growth mindset is effectief. Help je kind hoe hij helpende gedachten kan vormen. Welke gedachte helpt hem de goede kant op als het even niet lukt? Let op: het is belangrijk dat helpende gedachten realistisch zijn. Als je kind altijd een dikke onvoldoende voor rekenen haalt, is het niet realistisch om de volgende keer een 10 te verwachten. Denk in kleine stapjes. Bijvoorbeeld: bij de volgende toets sla ik de opdrachten die ik niet weet even over. Eventueel kan een schoolmaatschappelijk werker hier ook in ondersteunen.

Ga in gesprek met de leerkracht op school. Zo kan een checklist van groep 2 naar groep 3 inzicht bieden en signaleren op kenmerken van onderpresteren. Een vroege signalering en actie op het onderpresteren heeft veel effect. Hoe langer een kind onderpresteert, hoe lastiger het is om de hardnekkige denkpatronen te doorbreken.

Vraag de leerkracht en school of ze je kind kunnen begeleiden in het leren leren. Dit heeft alles te maken met het toepassen van de goede leerstrategie. Daarnaast helpt leren leren kinderen die onderpresteren ook om de faalangst in stappen te doorbreken. Leren leren ligt op het snijvlak van leren en gedrag. School kan hiervoor ook extra begeleiding inschakelen in de vorm van een ambulant begeleider die in dit onderwerp gespecialiseerd is.

leren leren om onderpresteren tegen te gaan

De leerkuil

Een voorbeeld van een interventie bij een onderpresteerder is de leerkuil ingaan. Deze leerkuil geeft visueel weer tegen welke obstakels een kind aanloopt als hij iets nieuws gaat leren. Reacties als: ‘ik vind het te moeilijk’ en ‘ik kan het niet’ kunnen dan naar voren komen. Dit kan ervoor zorgen dat een kind ervoor kiest om de taak uit te stellen of niet uit te voeren. Het gevolg is dat het kind over de leerkuil heen springt. En daardoor niet leert, maar zichzelf dus ook niet ontwikkelt. Juist het doorzetten, anderen om hulp vragen en blijven proberen leiden tot leerwinst. Eenmaal dat behaald, zal de leerling uit de leerkuil komen met kennis en een succeservaring.

Vermoed jij dat je kind onderpresteert? Ga in gesprek met je kind én school. Bij twijfel zal een intelligentieonderzoek meer helderheid geven.

Lees ook:

Bronnen:

  • Gerven, E. van, (2001). Zicht op hoogbegaafdheid. Utrecht: Lemma. En: Drent, S., Gerven, E. van, (2002). Professioneel omgaan met (hoog)begaafde leerlingen in het basisonderwijs. Utrecht: Lemma

Mirjam de Stigter

Mirjam heeft 13 jaar onderwijservaring in het basisonderwijs. Zo heeft ze ruim 8 jaar gewerkt in het fase onderwijs en draaide ze daar ieder half jaar fase 4/5 (2e half jaar groep 2 en 1e half jaar groep 3) of fase 5/6. ( 1e en 2e helft groep 3).

Gerelateerde artikelen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.