Bedrijvende en lijdende vorm: wat is het verschil?

Ben jij op school al met grammatica, oftewel zinsontleding bezig? Dan heb je misschien al wel eens gehoord van de bedrijvende en lijdende vorm.

Zinnen kunnen in de lijdende vorm of in de bedrijvende vorm staan. Dat klinkt heel ingewikkeld, maar dat is het helemaal niet. In dit artikel leggen we je precies uit wat het verschil is tussen deze 2 vormen. 

Verschil bedrijvende en lijdende vorm: een voorbeeld

Het verschil tussen de bedrijvende en lijdende vorm kunnen we het beste laten zien met een voorbeeld. Daarin vergelijken we 2 zinnen met elkaar. 

Kijk maar eens mee:

  • De jongen trapt de voetbal weg. 

Maak nu van deze zin maar eens een plaatje. Wat zie je? Je kunt bijvoorbeeld een jongen zien die tegen een voetbal aan trapt. En die voetbal vliegt razendsnel je plaatje uit. 

lijdende bedrijvende vorm

De volgende zin: 

  • De voetbal wordt door de jongen weggetrapt. 

Wat zie jij als je van deze zin een plaatje maakt? De kans is groot dat je plaatje precies hetzelfde is als bij de eerste zin!

lijdende bedrijvende vorm

Maar eigenlijk is dat helemaal niet zo gek. In deze zinnen wordt namelijk dezelfde situatie beschreven, alleen dan op 2 verschillende manieren.

Laten we deze 2 zinnen nog eens wat beter bekijken.

Bedrijvende vorm

We beginnen bij de eerste zin: 

  • De jongen trapt de voetbal weg. 

Het onderwerp van deze zin is ‘de jongen’. De jongen is hier ook echt degene die iets doet: hij trapt de voetbal weg. 

Iets doen wordt ook wel ‘in bedrijf zijn’ genoemd. Daarom kun je zeggen dat deze zin in de bedrijvende vorm staat. Want het onderwerp doet iets; hij is in bedrijf!

bedrijvende vorm

Lijdende vorm

Bij de tweede zin ligt dat allemaal wat anders. 

  • De voetbal wordt door de jongen weggetrapt. 

Het onderwerp van deze zin is ‘de voetbal’. Maar de voetbal doet zelf niets. Er wordt iets mee gedaan. 

Omdat het onderwerp in deze zin niets doet, spreek je hier van een zin die in de lijdende vorm staat. 

lijdende vorm

Nog een voorbeeld

We vergelijken nog 2 zinnen:

  • Hugo maakt de moeilijke rekensommen.
  • De moeilijke rekensommen worden door Hugo gemaakt.

In de eerste zin is het onderwerp ‘Hugo’. Hugo doet hier ook iets. Hij maakt de moeilijke rekensommen. Deze zin staat dus in de bedrijvende vorm.

In de tweede zin is het onderwerp ‘de moeilijke rekensommen’. Die doen zelf niets. Daar wordt iets mee gedaan. We weten daardoor dat deze zin in de lijdende vorm staat.

Werkbladen Werkwoordspelling Groep 7/8 (Gratis)

Werkbladen Spelling Groep 3 (Gratis)

Werkbladen Spelling Groep 4 (Gratis)

Hoe herken je de bedrijvende en lijdende vorm?

Als je wilt zien of een zin in de lijdende of in de bedrijvende vorm staat, moet je dus kijken of het onderwerp van de zin iets doet. Is het onderwerp zelf actief of wordt er iets mee gedaan? 

Wanneer het onderwerp zelf iets doet, staat de zin in de bedrijvende vorm. Dat is bijvoorbeeld het geval in deze zinnen:

  • Jody heeft een nieuwe telefoon gekocht.
  • Op het basketbalveld gooien de jongens de bal naar elkaar.
  • Bakt jullie bakker de beste worstenbroodjes?
  • Morgen houdt Ginny haar spreekbeurt.

Doet het onderwerp zelf niets, maar wordt of is er iets mee gedaan? Dan staat de zin in de lijdende vorm. Deze zinnen zijn daar voorbeelden van:

  • De nieuwe telefoon is gekocht door Jody.
  • Op het basketbalveld wordt de bal door de jongens naar elkaar gegooid.
  • Worden de beste worstenbroodjes gebakken door jullie bakker?
  • De spreekbeurt wordt morgen gehouden door Ginny.

Lijdende vorm: ‘zijn’ of ‘worden’

Een zin in de lijdende vorm kun je ook herkennen aan iets anders. De persoonsvorm van een zin in de lijdende vorm is altijd een vorm van ‘zijn’ of ‘worden’. 

Dat zie je terug in deze lijdende zinnen:

  • De sommen zijn gemaakt.
  • Deze ketting was door mijn opa gekocht.
  • De oven wordt schoongemaakt. 
  • De ranja werd door de kinderen opgedronken.

Met deze tips is het helemaal niet meer zo moeilijk om te weten of een zin in de lijdende of bedrijvende vorm staat.

persoonsvorm lijdende vorm

Bedrijvende en lijdende vorm oefenen

Kun jij nu zeggen of de volgende zinnen in de lijdende of in de bedrijvende vorm staan? 

  • Mara hield de pen vast.

En, wat denk jij? Is dit een lijdende of bedrijvende vorm? We zullen het antwoord verklappen: deze zin staat in de bedrijvende vorm. Het onderwerp is ‘Mara’. En Mara is ook degene die iets doet in deze zin. Nou ja, ze deed iets. Ze hield de pen vast!

De volgende zin:

  • Kyan wordt door Frits uitgenodigd.

En, weet jij het antwoord? Deze zin staat in de… lijdende vorm! Kyan is het onderwerp, maar Kyan doet zelf niets. Het is Frits die Kyan uitnodigt.
Herken je ook de vorm van ‘worden’ die hier als persoonsvorm wordt gebruikt? 

En de laatste zin: 

  • De fietsband is geplakt. 

Ook deze zin staat in de lijdende vorm. Het onderwerp is ‘de fietsband’. De fietsband heeft alleen zelf niets geplakt. Hij wérd geplakt. 

Samenvatting

Samengevat kunnen we het volgende over de bedrijvende en lijdende vorm zeggen:

  1. Als het onderwerp van de zin zelf iets doet, staat de zin in de bedrijvende vorm.
  2. Als het onderwerp van de zin niets doet, staat de zin in de lijdende vorm.
  3. Een lijdende vorm kun je herkennen aan de persoonsvorm. Die is altijd een vorm van ‘zijn’ of ‘worden’.

Wij hebben er vertrouwen in dat jij vanaf nu de lijdende en bedrijvende vorm makkelijk herkent. Lukt het toch nog niet? Laat het ons dan vooral weten. We helpen je graag!

Lees ook:

Judith Kimenai, BEd

Judith was jarenlang docente Nederlands en (tweetalig) biologie binnen het voortgezet onderwijs. Tijdens haar onderwijscarrière was ze naast docente ook een bevlogen brugklasmentor en intern begeleider. Tegenwoordig is Judith freelance tekstschrijfster en richt ze zich voornamelijk op de educatieve sector.

Gerelateerde artikelen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.