31 leerzame en leuke spelletjes voor in de auto

Je gaat met vakantie en het wordt een lange reis in de auto naar die heerlijke bestemming. Je hebt dus uren in de auto door te brengen met je gezin. “Zijn we er al?”, hoor je de kinderen al roepen. Hoe houd je de kinderen nu lekker bezig op een leuke manier, waar ze ook nog wat van leren? Leuke spelletjes voor in de auto kunnen je daar goed bij helpen. Je hoeft hier niet allerlei spullen voor mee te nemen. Die kun je alleen maar kwijtraken. Bekijk de leerzame en leuke spelletjes voor in de auto snel!

Spelletjes voor in de auto

Hieronder een overzicht van 31 leuke en leerzame spelletjes voor in de auto. Overal waar ‘speler 1’ of ‘speler 2’ staat kun je ook teams van spelers maken. Onderaan de uitleg van de spelletjes kun je alle spelletjes in 1 handig pdf-bestandje gratis downloaden en printen. Deel deze spelletjes voor in de auto vooral met andere ouders via Facebook en Instagram, zodat iedereen behalve een leuke vakantie, ook een leuke reis ernaartoe heeft!

1. Bingo met nummerborden

Voor dit spelletje heb je een speciale bingokaart nodig. Print de bingokaart een aantal keer (er staan er 2 op 1 vel). Bingokaarten downloaden.

Bingokaart

Op de bingokaart staan de getallen t/m 99. voor de getallen t/m 9 staat een 0. Nu kan het spel beginnen! Je krijgt allemaal een bingokaart. Ga nu op zoek naar de getallen die op de kaart staan in de nummerborden van de auto’s die voorbij komen. Zie je bijvoorbeeld de cijfercombinatie ’09’? Dan streep je deze weg op je kaart.

De speler die het eerste alle getallen heeft weggestreept, roept ‘BINGO’ en heeft gewonnen. De bestuurder van de auto kan met dit spelletje uiteraard niet meedoen!

2. Dansen met de tafels

Dit is een leuk spel voor kinderen in groep 4, 5 en 6 om de tafels te oefenen. Kies om te beginnen een tafel, bijvoorbeeld de tafel van 5. Vervolgens noem je om de beurt een getal. Begin bij 1 (je telt dus samen vanaf 1). Als de persoon die nu 5 moet zeggen aan de beurt is, zegt hij of zij geen 5, maar ‘DANSEN’ en dan mag iedereen dansbewegingen in de auto maken (de bestuurder moet natuurlijk wel gewoon goed op de weg blijven letten!).

Dit is ook het geval met alle andere getallen die in de tafel van 5 zitten (10, 15, 20 etc.) tot je bij 50 bent. Als de speler bij een getal uit de tafel van 5 vergeet ‘DANSEN’ te roepen, is hij of zij ‘af’ en gaan de andere spelers verder. Heb je een tafel gehad? Dan kun je verder met alle andere tafels die de kinderen kennen.

Nu kun je je misschien afvragen waarom je ‘DANSEN’ moet roepen bij dit spel. Dit is een idee van Kid President uit de volgende video waarin hij uitlegt welke woorden we vaker moeten zeggen.

3. Woordzoeker

Een woordzoeker is een leuk spelletje met woorden. Je begint met een lang woord. Met de letters van dat woord moet je zoveel mogelijk andere woorden maken. Je begint bijvoorbeeld met het woord ‘leesboeken’. Nu mogen de spelers om de beurt een woord met deze letters maken. Elk woord mag maar 1 keer voorkomen. Speler 1 zegt bijvoorbeeld ‘lees’, speler 2 zegt ‘les’ en speler 3 zegt ‘boel’ of ‘koe’ enzovoorts. De speler die de meeste woorden heeft gemaakt, heeft gewonnen.

4. Plusspel

Speler 1 begint met een plussom, bijvoorbeeld 2 + 4=. De tweede speler moet nu antwoord geven op de som en er meteen een nieuwe som van maken voor de volgende speler. Speler 2 zegt dan bijvoorbeeld 6 + 3 =. Speler 3 kan dan zeggen 9 + 5 = enzovoorts. Je kunt de sommen aanpassen aan het rekenniveau van de kinderen. Of je spreekt bijvoorbeeld af dat je tot 100 gaat. Als de uitkomst verkeerd is, mag alleen de speler erna dat zeggen.

5. Minspel

Je raadt het al! Dit spel werkt hetzelfde als het plusspel, maar dan met minsommen. Je begint bij 50, 100 of 1000 en dan maak je steeds een minsom.

6. Het supermarktspel

Dit is een geheugenspelletje waarmee je elkaar lekker bezig houdt. Speler 1 begint met de letter A. Hij of zij noemt iets dat in de supermarkt te koop is. Het woord moet beginnen met een A. Speler 2 moet dit woord herhalen en er iets met een letter B aan toevoegen. Bijvoorbeeld: “Ik ga naar de supermarkt en koop appels en bananen.” Speler 3 zegt vervolgens: “Ik ga naar de supermarkt en ik koop appels, bananen en citroenen.” De speler die als laatste alle boodschappen weet op te noemen, heeft gewonnen.

paard

7. Dierenspel

Speler 1 noemt een dier, bijvoorbeeld ‘paard’. De tweede speler moet nu een dier verzinnen dat begint met de laatste letter van ‘paard‘. Speler 2 verzint bijvoorbeeld ‘das‘ en dan kan het spel verder gaan met ‘slang‘, ‘geit’, etc. De speler die als laatste een woord heeft gezegd, heeft gewonnen en mag de volgende ronde beginnen.

8. Fantasia

Dit is een leuk spelletje voor fantasierijke kinderen! Speler 1 begint een verhaal met bijvoorbeeld de zin: “Er was eens …..”. Speler 2 voegt vervolgens een zin toe en speler 3 maakt daar weer een zin bij. Zo maak je samen een verhaal. Dit kan enige minuten tot veel langer duren. Je kunt eventueel ook bepaalde regels afspreken, bijvoorbeeld dat het moet rijmen of dat je steeds iemand mag aanwijzen die de regel na jou moet maken. Je kunt de kinderen ook nog tekeningen bij het verhaal laten maken.

Vind je de spelletjes tot nu toe leuk? Laat het even weten in een reactie hieronder en deel deze spelletjes voor in de auto vooral met andere ouders via Facebook!

9. Spellingspel

De spelers spellen om de beurt een woord. Als je het woord goed spelt, blijf je in het spel. Als je een fout maakt, ben je af. Kies wel woorden die goed passen bij het niveau van je kind. De speler die als laatste in het spel zit, heeft gewonnen. Klik hieronder voor voorbeeldwoorden op het juiste niveau:

10. Het bananenspel

banaan

De speler die als eerste een gele auto ziet, krijgt een punt. Je kunt dit spel tijdens alle andere spelletjes spelen. Je kunt dit bijvoorbeeld gedurende een uur doen en dan kijken wie na dit uur de meeste punten heeft.

11. Het alfabetspel

Dit spel kun je met 2 spelers doen. Speler 1 neemt de linkerkant van de weg en speler 2 de rechterkant. Elke speler moet zo snel mogelijk alle letters van het alfabet in de juiste volgorde ‘verzamelen’, door langs de weg te zoeken naar die letters op verkeersborden, nummerborden en andere aanduidingen. De speler die als eerste het hele alfabet heeft, is de winnaar.

12. Ik ga op reis en ik neem mee…

Dit spel voor in de auto is bij de meeste mensen wel bekend. Je begint met de zin: “Ik ga op reis en ik neem mee….” De eerste speler zegt dan bijvoorbeeld: “Een tandenborstel”. De tweede speler moet dan zeggen: “Ik ga op reis en ik neem mee: een tandenborstel en een…(vul maar in). Doordat elke speler een voorwerp toevoegt, wordt het steeds moeilijker om alle voorwerpen te onthouden. Een heel leuk spelletje om het geheugen te trainen!

13. Wie ben ik?

Dit spel kennen sommige kinderen al. Er bestaat ook een spel waarbij je een bepaalde kaart met een persoon, dier of voorwerp trekt. Die kaart zet je op je hoofd, zodat je hem zelf niet kunt zien. Aan jou de taak te raden wie of wat je bent. Bij dit spelletje draaien we de rollen om! De eerste speler neemt een persoon, dier of voorwerp in gedachten. Nu moeten de andere spelers vragen stellen zoals ‘kun je het eten?’ of ‘is het bruin?’. De eerste speler mag de vragen alleen met ‘ja’ of ‘nee’ beantwoorden. De speler die de persoon, het dier of het voorwerp als eerste raadt, heeft gewonnen en mag nu een persoon, dier of voorwerp in gedachten nemen.

14. Tunnelspel

Aan het begin van de reis spreek je af wat iedereen moet doen als je met de auto door een tunnel rijdt. Je kunt bijvoorbeeld afspreken dat iedereen dan stil moet zijn of dat je dan een bepaald geluid moet maken, of je adem moet inhouden (niet te lang…).

15. Geheimschrift

Speler 1 houdt zijn of haar handen voor zich en heeft de ogen dicht. De tweede speler schrijft met zijn of haar vingers een woord op de handen van speler 1. Speler 1 moet raden welk woord dit is.

16. Rekenen op de weg

Laat je kinderen berekenen wat de gemiddelde snelheid is over een bepaalde afstand die jullie hebben afgelegd. Je kunt eventueel ook de benzinekosten laten uitrekenen.

17. Liedjes raden

Bij dit spel gaat 1 speler een liedje neuriën. De andere spelers moeten raden welk liedje dat is. De speler die het eerst het liedje raadt, mag nu gaan neuriën. In plaats van neuriën kun je ook ‘zoemen’, ‘sissen’ of bedenk maar iets. Je kunt ook elke ronde wat anders doen of de spelers zelf laten kiezen.

muzieknoten

18. Liedjes zingen

Speler 1 zingt de eerste regel van een liedje. De volgende speler moet het liedje afmaken (in ieder geval de volgende 2 regels). Als dit lukt, mag speler 2 een liedje uitkiezen en de eerste regel zingen.

19. Stadstaal

Elke keer als er een bord langs de weg staat met een plaatsnaam erop, speel je ‘stadstaal’. Alle spelers bedenken in een afgesproken tijd (bijvoorbeeld 2 minuten) een zo lang mogelijk woord met de letters van de naam van de stad.

20. Stadstaal (deel 2)

Je kunt hetzelfde doen, maar dan met de optie om zoveel mogelijk woorden te maken van de naam van de stad.

alligator

21. Helaas – Gelukkig

Kinderen leren positief denken met het spel ‘helaas-gelukkig’. Het kan tot hilarische voorstellingen leiden. Speler 1 begint een zin met ‘helaas’ en bedenkt dan iets. Bijvoorbeeld: “Helaas…worden we aangevallen door een krokodil.” Speler 2 antwoordt daarop bijvoorbeeld: “Gelukkig….heb ik les gehad in het temmen van krokodillen.” De kinderen mogen van alles bedenken, het kan niet gek genoeg!

22. Verbindingsspel

Speler 1 noemt 2 dingen of personen. Speler 2 moet nu binnen een bepaalde tijd een connectie (verband) tussen deze twee dingen of personen maken met een kort verhaaltje. Een leuke uitdaging voor iets oudere kinderen!

23. Tel de …

Bij dit spelletje gaat het om tellen. Het is daarom vooral geschikt voor kleinere kinderen. Je kiest een bepaald voorwerp (bijvoorbeeld een verkeersbord) of een bepaalde auto (bijvoorbeeld vrachtwagens). Je spreekt een tijd af en binnen die tijd tellen de kinderen zoveel mogelijk van de betreffende voorwerpen, dieren of auto’s.

24. Koeien tellen

Dit is een spelletje voor wat oudere kinderen. Je telt de koeien aan 1 kant van de weg (elke speler heeft dus 1 kant). Elke koe is 1 punt waard. Als er een heel veld vol met koeien is, moet je dus snel kunnen tellen. Als je een begraafplaats tegenkomt aan jouw kant van de weg, ben je al je koeien kwijt, maar alleen als de andere speler roept: ‘Al jouw koeien zijn begraven!’ Als je een wit paard aan jouw kant van de weg ziet krijg je 50 bonuspunten. Je kunt ook afspreken dat schapen en geiten ook als 1 punt tellen. Spreek een bepaalde tijd af (bijvoorbeeld een kwartier). De speler die na die tijd de meeste punten heeft, heeft gewonnen.

25. Ik zie, ik zie wat jij niet ziet en het is ….

Dit spelletje zal bij iedereen bekend zijn. Speler 1 zegt: “Ik zie, ik zie wat jij niet ziet en het is…” Op de puntjes vult de speler een kleur in, bijvoorbeeld rood. Vervolgens gaan de andere spelers raden wat hij of zij heeft gezien. Je kunt met ‘warm’ en ‘koud’ aangeven of de radende spelers in de buurt zitten. De speler die als eerste het juiste antwoord heeft gevonden, is vervolgens aan de beurt.

26. Het verboden woord

Bedenk met elkaar een woord dat je niet mag noemen. De moeilijkste woorden zijn ‘ja’ en ‘nee’, maar je kunt ook afspreken dat je geen ‘uh’ mag zeggen. Je kunt makkelijk beginnen en het dan steeds moeilijker maken. De speler die toch het verboden woord zegt, is af. Uiteindelijk blijft er 1 speler over.

27. Papier, steen, schaar

Een klassieker! Elke speler zegt hardop: “Papier, steen schaar” en maakt de bijbehorende handbeweging. ‘Papier’ is een vlakke hand, ‘steen’ is een vuist en ‘schaar’ is twee vingers uit elkaar zoals een schaarbeweging. Het is belangrijk dat je dit tegelijk doet, zodat een ander niet al ziet wat je gaat doen. Je kiest dus voor 1 van de 3 bij elke ronde en dan geldt het volgende:

  • Steen verslaat schaar.
  • Schaar verslaat papier.
  • Papier verslaat steen.

Als je allebei hetzelfde hebt (bijvoorbeeld allebei ‘steen’) dan is het gelijkspel.

28. Kleurenspel

Alle spelers kiezen een (andere) kleur. Vervolgens zet je een stopwatch op 3 minuten. De speler die in die 3 minuten de meeste auto’s in zijn of haar kleur heeft geteld, is de winnaar.

29. Fantasie-verstoppertje

Speler 1 bedenkt een plek in huis waar hij of zij zogenaamd verstopt zit. Dit kan overal zijn, bijvoorbeeld ook in de wasmachine of in een klein laatje. Speler 2 moet nu vragen gaan stellen zoals ‘Ben je in de keuken?’ en er zo achter komen waar speler 1 verstopt zit.

30. Telefoonspel

Speler 1 fluistert een verhaaltje in het oor van speler 2. Speler 2 moet wat hij hoort weer fluisteren aan speler 3 enzovoorts. De laatste speler moet het verhaaltje hardop vertellen en dan hoort iedereen wat er allemaal is veranderd in het verhaal.

31. Wie is er het langste stil?

Dit spelletje is voor als je bijna bij je vakantiebestemming bent en je een beetje moe bent van alle spelletjes. De speler die het langste stil kan zijn wint!

Door op de afbeelding of op deze link te klikken, kun je alle spelletjes met beschrijving gratis downloaden en printen, zodat je het mee kunt nemen in de auto.

31 spelletjes voor in de auto

spelletjes auto

Laat je hieronder in een reactie weten of je deze informatie handig vindt? Als je zelf nog een leuk spelletje voor in de auto, dan kun je dat ook in een reactie hieronder opnemen.

Ik stel het ook erg op prijs als je dit bericht met spelletjes deelt op Facebook.

Ontdek ook:

maaike zomer

Hartelijke groet en alvast een fijne vakantie(reis) toegewenst!

Maaike 

Maaike de Boer, MA

drs. Maaike de Boer is initiatiefneemster van Wijzeroverdebasisschool.nl

Gerelateerde artikelen

Reacties

66 reacties op “31 leerzame en leuke spelletjes voor in de auto”
  1. Super leuke spelletjes. TOP!

    Met een beetje aanpassing hebben we deze spelletjes op vakantie bestemming zelf gespeeld.

    Was hylarisch voor jong en oud.

  2. Heel erg bedankt! Ik bewaar de spelletjes maar tot december, want dan is het bij óns zomervakantie (we wonen in Zuid-Afrika). Er zitten heel originele tussen.
    Een spel dat wij soms doen is: een zin maken met de letters van nummerplaten. Bijvoorbeeld:
    MD – BK Mijn dochter bakt koekjes
    GN – R Ga nou rijden!
    JG – RH Jarige geit ramt hek

  3. Autobingo met plaatjes is ook een aanrader. Molen, koe, motor, bezinepomp, etc.
    En ieder kind kiest een kleur voor een auto en wie het eerst tot 15 komt is de winnaar.

  4. Ik heb watboudere kinderen. Wij hebben een variant op autobingo. De kids hebben een blaadje en tekenen er 16 of 25 vakjes op. Net hoelang de reis duurt. In ieder vak tekenen of schrijven ze oets wat ze tegen kunnen komen. We hebben daarin varianten van makkelijk/gewoon/moeilijk (zwarte auto/benzinepomp/meer of zee) bedacht. Na het tekenen keuren we hardop de bibgokaarten zodat ze ongeveer even eerlijk uitpakken. Daarna zoeken maar! Wie als eerste de kaart vol heedt! Dexe persoon mag bedenken wat voor tussendoortje we eerst zullen opeten of welk liedje we gaan luisteren.

  5. Super bedankt voor deze erg leuke tips! Hier gaan we zeker heel veel plezier mee beleven in de (lange) autorit naar Italië 🙂

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.