Klokkijken groep 5: stappenplan en 3 tips voor als het (nog) niet lukt

In groep 3 heeft je kind al een start gemaakt met klok leren kijken. Maar daarvoor heeft het als het goed is al tijdsbesef ontwikkeld. Lees in dit artikel lees je alles over het klokkijken in groep 5 als onderdeel van ‘rekenen groep 5‘.

Een pasgeboren baby heeft nog geen tijdsbesef, maar het allereerste begin ervan, ook al is dat natuurlijk onbewust, is het ‘doorslapen’. Je kind heeft dan een dag- en nachtritme ontwikkeld. Als je kind ouder wordt, wordt het tijdsbesef steeds groter, al kunnen peuters nog niet aangeven wanneer iets gebeurd is dat in het verleden ligt. Gisteren kan echt gisteren betekenen maar ook 3 dagen geleden.

In groep 3 wordt een begin gemaakt met het koppelen van het tijdsbesef aan het klokkijken, maar daarvóór kun je met je kind thuis natuurlijk al heel veel met de klok doen. Spreek bijvoorbeeld af: je mag pas uit je bed komen als de kleine wijzer op de 7 staat. Leg bij dit laatste voorbeeld wel uit dat de wijzer van de 6 naar de 7 naar de 8 gaat, anders gaat je kind om 8 uur liggen wachten tot de kleine wijzer op de 7 staat! (Waar gebeurd!).

Aan het eind van groep 5 kan je kind als het goed is alle tijden aflezen op de analoge klok (= klok met wijzers), en, afhankelijk van de methode, ook op de digitale klok.

Werkbladen Groep 5 Rekenen (Gratis)

Werkbladen Spelling Groep 5 (Gratis)

Heeft jouw kind nog moeite met klokkijken in groep 5?

Dat kan verschillende oorzaken hebben.

Bekijk ook:

1. Je kind haalt de functie van de grote en de kleine wijzer door elkaar

Dan kun je het helpen door thuis met een echte klok te laten zien hoe de wijzers draaien, en wat er met de kleine wijzer gebeurt als je de grote wijzer verder draait. Het kan ook met een oefenklok, maar let er dan op dat de kleine wijzer meedraait als je de grote wijzer verder draait.

Begin met beide wijzers op de 12, en vertel het volgende verhaaltje:

Grote wijzer en Kleine wijzer lopen allebei over de klok. Ze staan nooit stil, maar omdat Grote Wijzer veel langer is, loopt hij natuurlijk ook veel sneller. Terwijl de Grote Wijzer de klok rondrent, kruipt Kleine Wijzer naar het volgende streepje op de klok. Als Grote Wijzer op de helft van de klok is, is Kleine Wijzer op de helft van de afstand naar het eerste streepje. Als Grote Wijzer helemaal rond is en weer bovenaan staat, is Kleine Wijzer eindelijk aangekomen bij het streepje bij de 1.  

Hij staat op streepje 1, dus het is dan 1 uur.  Maar ze staan nooit stil, dus Grote Wijzer rent alweer verder, zwaait in het voorbijgaan nog even naar Kleine Wijzer. Als hij op de helft van de klok is, is Kleine Wijzer op de helft van de weg naar het volgende streepje (waar een 2 bij staat).

Grote Wijzer is op de helft van de klok, en Kleine Wijzer is ook op de helft naar de 2. Het is dan dus half 2. Als Grote Wijzer weer helemaal bovenaan is, is Kleine Wijzer precies op de 2 aangekomen. Het is dan 2 uur….enz. Ga zo door en laat je kind het verhaal op een gegeven moment overnemen. Als dat goed gaat, kun je de kwartieren toevoegen. Een kwart is de helft van de helft.

Als Grote Wijzer dus op de helft is van zijn weg naar de 6, is het kwart over, en als hij na de 6 halverwege de weg naar boven is, is het kwart voor. Wijs je kind ook waar de kleine wijzer staat als de grote wijzer op de kwart voor of over staat.

2. Je kind verwisselt voor en over

In de lesmethodes wordt veel geoefend met klokkijken met afbeeldingen van de klok op de kwart voor en kwart over. Veel kinderen verwisselen dan de kwart voor en kwart over. Door op bovenstaande manier te oefenen, voorkom je dat. Ze ervaren een vaste richting en volgorde.

Pak weer een (oefen)klok. Haal als het kan de kleine wijzer eraf, en oefen alleen met de grote wijzer. Breid bovenstaand verhaaltje uit:

Als Grote Wijzer bovenaan bij de 12 is aangekomen, loopt hij erover. Als hij dan op de helft van zijn weg naar beneden is, heeft hij een kwart van de klok gelopen. Het is dan dus kwart over. Kleine Wijzer is dan ook al een klein stukje verder gekropen. Dan komt Grote Wijzer  beneden aan, bij de 6, en dan is het half. Dan gaat hij weer verder en als hij bij de 9 is, duurt het nog een kwart klok, een kwartier, voordat hij weer bij de 12 is. Hij is op weg naar de 12, dus hij is er nog voor. Het is dus kwart voor.

Blijft jouw kind voor en over verwisselen? Dan kan het helpen om een poosje een tekening van een deze klok op te hangen.

klokkijken voor en over

Je kunt ook een grote klok tekenen en bij de 12 een legoblokje of zo neerleggen. Laat je kind met een poppetje om de klok heenlopen en bij de 12 over het blokje springen.

Als je kind de kwartieren goed afleest, is de 10 en 5 voor het hele uur meestal niet meer zo moeilijk. Thuis kun je oefenen door op een oefenklok waarop de minuutstreepjes aangegeven staan.

Laat zien dat tussen de getallen op de klok steeds 5 streepjes staan.

Zet de grote wijzer op de 1 en vraag hoeveel streepjes de grote wijzer al gelopen heeft nadat hij over de 12 gestapt is. Dat zijn er 5, en het is dus 5 minuten over. Doe dit ook met de 10 over. Je kunt nu ook met de tussenliggende minutenstreepjes oefenen.

Zet dan de wijzer op de 11: hoeveel streepjes zijn er nog over voordat hij op de 12 is? Dat zijn er 5, dus het is 5 voor. Zet nu de wijzer op de 10. Het duurt nu nog 10 minuten, dus is het 10 voor. Bij het aflezen van de tussenliggende minuten kan hier een probleem ontstaan. Want als de grote wijzer 2 streepjes voor de 10 staat, is het dan 12 voor of 8 voor? Als je kind hier problemen mee heeft, oefen dan door te tellen vanaf de kwart voor: 14 voor, 13 voor enz. zodat het ervaart dat het hiervandaan terug moet gaan tellen, omdat het steeds minder minuten duurt tot de wijzer bij de 12 is.

3. Je kind heeft moeite met de onderste helft van de klok: voor en over half

Verreweg de meeste fouten ontstaan hier. Na de ‘kwart over’ moet opeens omgeschakeld worden naar het tellen hoeveel minuten het duurt tot de ‘half’.

Je kunt je kind hierbij helpen door deze keer het blokje bij de 3 en de 9 te zetten. ‘Loop’ met een poppetje over de klok vanaf 12 uur, terwijl je je kind mee laat doen: 5 over, 10 over, 11 over, 12 over, 13 over, 14 over, kwart over. Daar staat een ‘berg’. Het poppetje klimt erover.   Het kan nu de 12 niet meer zien, maar wel de 6. Het gaat dus nu niet meer tellen hoeveel streepjes hij al gehad heeft vanaf de 12, maar hoe lang het nog duurt voordat hij bij de 6 (half) is.

Dat zijn nog 14 streepjes, dus is het 14 minuten voor half. Het poppetje is aangekomen in het gebied van de voor half. Tel dan weer door. Het duurt steeds korter voordat het poppetje bij de 6 is, dus je telt terug vanaf de 14. 13 Voor half, 12 voor half, enz.

Na de ‘half’ kijk je weer naar hoeveel streepjes er al gelopen zijn nadat het poppetje over de helft gegaan is. Het is dus het gebied van over half.

Aangekomen bij de 9 is er weer een berg. Als het poppetje daaroverheen is, kan het de 6 niet meer zien, en dus gaat het nu kijken naar het aantal streepjes voor de het hele uur. Het is aangekomen in het gebied van voor. Zoals hierboven uitgelegd moet er dan weer teruggeteld worden: 14 voor, 13 voor enz.c

Oefen daarna iedere dag even door een heel rondje met de grote wijzer te lopen: 5 over, 10 over, kwart over, 10 voor half enz. Je kunt deze kleurenklok ophangen:

klok stappenplan

Als je kind de tijden van de grote wijzer kan aflezen, wordt het tijd om de kleine wijzer weer toe te voegen. Laat je kind de tijd steeds in dezelfde volgorde aflezen: eerst de grote wijzer, dan de kleine wijzer.

Je kunt het volgende stappenplannetje gebruiken:

klokkijken groep 5 stappenplan

Benadruk dat je alleen in het gebied van de over kijkt naar waar de kleine wijzer vandaan komt, in alle andere gebieden van klok zeg je waar de kleine wijzer naar toe gaat.

Als je vaak oefent met deze vaste volgorde van kijken, zul je zien dat je kind steeds sneller de tijd kan aflezen.

Op sommige scholen wordt, afhankelijk van de methode, ook al begonnen met de digitale tijden. Veel kinderen vinden de digitale tijden veel makkelijker, omdat je precies kan oplezen wat er staat op digitale klokken. Maar om te weten hoe laat het is als er het bijvoorbeeld 15:10 is, moet er toch weer gerekend worden. Er moet dan 12 uur vanaf getrokken worden. Maar is het dan tien over drie in de middag of in de nacht? Dat kun je bij de digitale tijd wel zien, maar dan moet je wel weten welke digitale tijd bij de ochtend, middag, avond en nacht hoort.

De volgende kleurplaat is hierbij een hulpmiddeltje.

kleurplaat klokkijken groep 5

Laat je kind deze kleurplaat inkleuren: bij de dagtijden (8:00 tot 18:00 uur) komen kleuren die bij de dag horen. In de buurt van de 18.00 uur en de 8:00 uur zijn deze wat donkerder. Van 18:00 tot 21:00 uur worden de kleuren grijs, en steeds donkerder. Vanaf 12:00 uur tot 7:00 uur van pikdonker naar steeds lichter. De overgangstijden voor de kleuren verschillen natuurlijk per seizoen, maar dit is een gemiddelde. Mooi moment om uit te leggen dat de klok in de zomer veel kleuriger is dan in de winter. Eventueel kan je kind er ook nog tekeningetjes bij maken: een bed bij de nachttijden, ontbijtbordje bij 8:00 uur enz.

Besteed ook even tijd aan de notatie van de digitale tijd: voor de dubbele punt staan de uren, en erachter de minuten. Pak het duplopoppetje er weer bij, en laat het rond lopen over de klok. Vanaf 0:00 tot 11:00 uur en weer bij de 12 aangekomen gaat het door op de buitenste ring, op de 13:00, want we hebben nog geen 24 uren gehad. Zo door tot de 24:00 en dan springt het poppetje van 24:00 op de 0:00.

Bij het aflezen van de analoge klok begin je bij de grote wijzer, maar bij het aflezen van de digitale klok begin je bij de kleine wijzer. Bij sommige kinderen duurt het even voordat ze dat in de gaten hebben. En daar begint de verwarring.

Bij het aflezen van de digitale tijd kun je het volgende stappenplannetje gebruiken:

  • Kijk eerst naar de kleine wijzer: op welk uur staat hij, of waar is hij het laatst geweest. Dat is het uur dat voor de dubbele punt komt te staan.
  • Kijk nu naar de grote wijzer: hoeveel minuten geleden stond hij op de 12? Dat is het getal dat achter de dubbele punt komt te staan.

Om een beetje snel het aantal minuten af te kunnen lezen, is het handig als je kind weet dat er 60 minuten in een uur zitten, en dat een kwartier 15 minuten is. Laat je kind steeds in sprongetjes van 5 en daarna per streepje tellen vanaf 15, 30, of 45 minuten.

Bij bijvoorbeeld 16:48 tel je dus vanaf de 45 en dan nog 3. Bij 12:37 vanaf 30, 5 verder en dan nog 2.

Klokkijken groep 5: analoog omrekenen naar digitaal

Je kind krijgt ook oefeningen waarbij het de analoge tijd om moet zetten naar de digitale tijd.

Als je kind de digitale kleurplaat heeft ingekleurd en ingeprent, weet het dat 2:00 uur ’s nachts is, en dat je daar 12 uur bij moet optellen om de digitale tijd voor 2 uur in de middag te vinden.

Als extra hulpmiddeltje kun je onderstaand hulpkaartje thuis ophangen. Ook hierbij zullen de kleuren je kind helpen om te onthouden welke tijden bij resp. de nacht, ochtend, middag en avond horen.

Analoog omrekenen naar digitaal

Werkbladen Groep 5 Rekenen (Gratis)

Werkbladen Spelling Groep 5 (Gratis)

Mirjam Schumacher

Mirjam behaalde een Bachelor of Education (PABO) en een Master SEN. Ze werkte als leerkracht en journaliste en heeft een eigen praktijk voor Remedial Teaching

Gerelateerde artikelen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *