Eindtoets groep 8 (2021): wat je als ouder moet weten

Afgelopen jaar is de Eindtoets groep 8 niet doorgegaan vanwege Corona. Als alles volgens plan verloopt, maken alle basisschoolkinderen in groep 8 weer een eindtoets in 2021. Alle basisscholen zijn wettelijk verplicht om een eindtoets te laten maken.

In het verleden was dat vrijwel altijd de Cito Eindtoets van de maker van de Cito-toetsen uit het leerlingvolgsysteem, maar in de loop van de tijd zijn er meerdere eindtoetsen ontwikkeld. Alle eindtoetsen moeten aan dezelfde inhoudelijke eisen voldoen die zijn opgenomen in het Toetsbesluit PO.

Veelgestelde vragen over de Eindtoets:

Wanneer is de Eindtoets groep 8 in 2021?

De Centrale Eindtoets wordt op 20, 21 en 22 april afgenomen.

Welke Eindtoetsen zijn er?

De Citotoets (Centrale Eindtoets), de IEP Eindtoets, de Route 8 Eindtoets, De Dia Eindtoets en de AMN Eindtoets.

De overheid bekijkt steeds welke toetsen aan hun eisen voldoen. Momenteel zijn de volgende eindtoetsen goedgekeurd:

Dit is een veelgebruikt alternatief voor de Cito eindtoets. Het is geen adaptieve toets, dus alle kinderen maken dezelfde opgaven. De opgaven van deze eindtoets lopen op in moeilijkheidsgraad. Hierdoor kan je kind eerst zelfvertrouwen opbouwen. Helaas blijkt in de praktijk blijkt dat de zwakkere leerlingen al halverwege de toets tegen hun grens aanlopen, en daarna gefrustreerd raken omdat de vragen steeds moeilijker worden.  

De IEP is de enige toets die ook open vragen stelt (dus geen meerkeuzevragen). Verder is de toets minder talig, wat vooral fijn is voor allochtone leerlingen.

De toets wordt gemaakt op papier, dus niet digitaal. Het voordeel daarvan is dat de leerlingen de teksten van papier kunnen lezen en in het toetsboekje kunnen schrijven (bijvoorbeeld trefwoorden onderstrepen) en ook de antwoorden in het boekje kunnen omcirkelen. Ze hebben ook meer overzicht over de opdrachten, waardoor ze minder tijdsdruk ervaren. De toets duurt 2 keer 2 uur (2 dagen).

Dit is een digitale adaptieve toets. Juist beantwoorde vragen leiden tot moeilijkere vragen en andersom. Bij beter presterende leerlingen worden de makkelijke vragen overgeslagen zodat zij ook voldoende uitdaging ervaren. De toets is dus voor iedere leerling anders. Er zijn geen open vragen.

De toets duurt maar 2 à 3 uur en kan op één dag gemaakt worden. Scholen hebben een maand om de toets af te nemen. Vaak wordt hij in groepjes afgenomen omdat de meeste scholen niet voor iedereen op hetzelfde moment een computer beschikbaar hebben.

  • Dia eindtoets

Dit is ook een adaptieve, digitale eindtoets. De toets wordt in 3,5 uur gemaakt. Bij het rekengedeelte worden veel afbeeldingen gebruikt, om het gebruik van taal zoveel mogelijk te vermijden.

Eindtoets groep 8

De afname van de Eindtoets groep 8

Vroeger was de Cito eindtoets dit de enige eindtoets, en deze toets is nog steeds is het de meest gebruikte toets. Daarom gebruiken we deze toets om de inhoud en de kenmerken globaal de bekijken. De overige toetsen zijn vergelijkbaar.

Digitale adaptieve toets of papieren toets

Er is een periode geweest waarin de leerkracht ervoor kon kiezen om zwakkere leerlingen een aangepaste toets te laten maken, de zogenaamde N-toets. Daar was veel kritiek op, omdat de leerkracht bepaalde welke toets de leerling ging maken, en daarmee in feite al een soort voorselectie maakte.

Sinds enige tijd kan dit dus niet meer, maar er kan nu wel een digitale adaptieve toets worden gemaakt. Deze toets is beschikbaar voor kinderen van alle niveaus.

Meestal bepaalt de school of jouw kind de digitale toets of de papieren toets maakt. Maar, anders dan bij de N-toets, is hierbij geen sprake van een voorselectie. Het niveau van je kind wordt namelijk op een onafhankelijke manier tijdens de toets bepaald.

In een adaptieve eindtoets groep 8 wordt na een deel van de toets per onderdeel een inschatting gemaakt van het niveau van je kind. De toets gaat dan verder in 2 niveaus voor rekenen en 2 niveaus voor de Nederlandse taal. Het kan zijn dat je kind voor bijvoorbeeld taal op niveau 2 verder gaat en voor rekenen op niveau 1. Het is dus niet zo dat na dat eerste deel al gelijk het schooladvies vaststaat! Na weer een volgend deel gaat de toets verder op 3 niveaus. Daarna is het toetsniveau bepaald, en maakt je kind nog vragen op zijn/haar niveau.

Voordelen van de digitale afname:

  • De vragen worden aangepast op basis van de antwoorden van je kind. Zwakkere leerlingen raken niet gefrustreerd en onzeker door te moeilijke vragen, en slimme leerlingen worden ook voldoende uitgedaagd.
  • Er komt maar één vraag tegelijk op het scherm. Voor sommige leerlingen geeft dit rust waardoor ze zich beter kunnen focussen.
  • Er zijn vragen waarbij de leerlingen antwoorden naar de juiste vakjes moet slepen, of waarbij ze in een plaatje een goed antwoord moeten aanklikken. Verder zijn er ook open vragen en vragen met beeld- en geluidsfragmenten. Dit maakt de toets afwisselend voor de kinderen.

Nadelen van digitale afname:

  • Doordat er maar één vraag tegelijk op het scherm komt, kan je kind minder goed inschatten hoeveel tijd het nog nodig heeft voor de rest van de toets. Dat kan de tijdsdruk vergroten. Moeilijke vragen even overslaan kan ook niet, omdat er niet terug kan worden gegaan in de toets.
  • Je kind kan het lastig vinden om bij bv. rekenen te moeten schakelen tussen papier (uitrekenblaadje) en de computer.
  • Sommige kinderen vinden opgaven met bijv. schema’s of getallenlijnen minder overzichtelijk op een beeldscherm, of vinden het sowieso niet prettig om van een scherm te lezen.
  • Als je kind niet zo handig is met de muis dan kan het qua motoriek lastig zijn om bijvoorbeeld te moeten ‘slepen’.
  • Voor sommige kinderen is de hierboven beschreven afwisseling in de manier van antwoorden juist verwarrend.

Geen studievaardigheden als apart onderdeel in de Eindtoets groep 8

In de eindtoets waren de studievaardigheden lang een apart onderdeel. In de eindtoetsen van de laatste jaren is dit niet meer zo: opzoekvaardigheden, zowel in boeken als op internet, vallen nu onder het onderdeel Taal. Studievaardigheden zoals het kunnen lezen van grafieken vallen nu onder het onderdeel Rekenen.

Ooit was begrijpend lezen een apart onderdeel maar ook dat valt nu onder het kopje Taal.

Taal in de eindtoets groep 8

Onder de noemer Taal vallen de volgende onderdelen:

Lezen: de subonderdelen hiervoor zijn:
Woordenschat: hierbij wordt getoetst of je kind de betekenis van een woord kan afleiden uit de tekst. Het kan ook zo zijn dat er verschillende betekenissen van een woord gegeven worden en dat je kind de betekenis die in de tekst bedoeld wordt, moet kiezen. Het gaat hierbij dus niet om het weten van de betekenis van losse woorden.

Begrijpen
Hierbij gaat het om informatie die duidelijk in de tekst staat, of verbanden tussen zinnen en alinea’s.

Interpreteren:
Hierbij gaat het meer om het verbinden van kennis die je kind al heeft met de informatie in de tekst. Maar ook om het vinden van de hoofdgedachte, het begrijpen van ironie, het afleiden van informatie enzovoorts.

Samenvatten
Hierbij moet steeds gekozen worden voor de beste samenvatting van een tekst of een alinea. Die samenvatting kan in zinnen zijn, of in schema’s en mindmaps.

Opzoeken
Je kind moet in staat zijn om verschillende informatiebronnen te hanteren, zowel online als offline. Online moet het zoekwoorden weten te bepalen, en snappen hoe een menu en interne links werken.  

In het artikel Begrijpend lezen….. wordt nader ingegaan op hoe je met je kind kunt oefenen met woordenschat en de onderdelen begrijpen en interpreteren.

Schrijven

In dit onderdeel wordt getoetst of je kind in staat is om fouten te ontdekken in teksten die zogenaamd door leeftijdsgenoten geschreven zijn.

Er moet beoordeeld worden of de tekst logisch en samenhangend is, of er wordt afgestemd op de (kennis van) lezer, of de zinnen goed lopen en of de woorden goed gekozen zijn. Verder moet bij de zakelijke teksten het waarheidsgehalte ingeschat worden.

Er worden bij alle onderdelen van ‘lezen’ zowel fictieve teksten (verhaalteksten) en zakelijke teksten gebruikt. Zakelijke teksten kunnen weer onderverdeeld worden in informatieve, betogende en instructieve teksten, en bij de fictieve teksten kunnen ook gedichten gebruikt worden. Je kind moet in staat zijn te benoemen om wat voor tekst het gaat.   

Grammatica

Een apart onderdeel bij het schrijven is de grammatica. Je kind moet in staat zijn om de zinnen te ontleden in onderwerp, gezegde, lijdend voorwerp meewerkend voorwerp en bijwoordelijke bepaling. Daarnaast komt ook de woordbenoeming aan de orde. Je kind moet weten of een woord een werkwoord, zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, telwoord of lidwoord is.

Taalverzorging

Onder taalverzorging valt de spelling (van gewone woorden en werkwoorden) en het gebruik van leestekens (interpunctie) en hoofdletters.  

Woordenschat 

Betekenis
Hierbij gaat het erom dat je kind synoniemen van woorden kent, of de omschrijving herkent. Hierbij kan het ook gaan om uitdrukkingen.    

Betekenisrelaties
Je kind moet tegenstellingen weten, en woorden kunnen associëren met andere woorden. Verder zijn hier ook vragen waarbij 3 woorden gegeven zijn, en er 2 bij gezocht moeten worden die in dezelfde categorie vallen. Verder zijn er opgaven waarbij woorden in een volgorde van bijvoorbeeld een vergrotende trap geplaatst moeten worden, zoals:  glimlachen, lachen, schateren.

Rekenen in de Eindtoets groep 8

De rekentoetsen bestaan voor een deel (minstens 30%) uit verhaalsommen en voor een ander deel (ook minstens 30%) uit kale sommen. Het onderdeel rekenen valt uiteen in 4 delen, de zg. rekendomeinen.

Het zijn:

Het domein Getallen
In deze opgaven wordt getoetst of je kind kan optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen met hele getallen, kommagetallen en breuken. Dit kan in een kale som zijn, of in een verhaalsom. Daarbij wordt ook bepaalde feitenkennis verwacht, bijv. weten dat er 365  dagen in een jaar zitten.

Onder dit onderdeel valt ook het getalbegrip, waarbij bijvoorbeeld een getal op de getallenlijn geplaatst moet worden, of getallen afgerond moeten worden. Ook het snel herkennen van relaties tussen getallen is hierbij van belang, bijvoorbeeld weten dat 25 vier keer in 100 gaat, of dat 50% hetzelfde is als de helft.

Het domein Verhoudingen
Hierbij gaat het om allerlei opgaven die vaak met een verhoudingstabel opgelost kunnen worden. Opgaven waarin begrippen zoals 1 op 4 omgezet moeten worden in procenten of moeten worden herkend in een cirkeldiagram. Maar ook het omrekenen van schaal, km per uur, omrekenen van recepten, het berekenen van korting, het vergelijken van prijzen enz.

Het domein Meten en meetkunde

Meten
Dit zijn opgaven waarbij omtrek, oppervlakte, inhoud en gewicht berekend moeten worden. Je kind moet in staat zijn om maten om te zetten in andere maten (van bijv. km naar cm). Verder moet het meetinstrumenten (weegschaal, thermometer) kunnen aflezen. Maar onder meten valt ook het rekenen met geld en tijd.

Meetkunde
Onder meetkunde valt de kennis van allerlei meetkundige vormen (cirkel, piramide, balk enz). Maar ook het kunnen aflezen van plattegronden en bouwtekeningen, kennis van de windroos, kaartlezen.

Het domein Verbanden
Dit is het onderdeel waarbij de opgaven in het verleden vaak vielen onder studievaardigheden. Je kind moet bij deze opgaven in staat zijn om diagrammen en tabellen,  grafieken, legenda’s en assenstelsels af te lezen en berekeningen uit te voeren met de gegevens hieruit.

Wereldoriëntatie

Op veel scholen wordt ook de eindcitotoets Wereldoriëntatie afgenomen. Dit onderdeel is niet verplicht, en telt ook niet mee bij het uiteindelijke schooladvies. Dit onderdeel kan ook digitaal afgenomen worden.

Er worden vragen gesteld over aardrijkskunde, geschiedenis, natuur en techniek.

Wil je graag weten wat jouw kind daar allemaal over moet weten? Dat lees je in de kerndoelen wereldoriëntatie.

En dan?

Nadat de papieren eindtoetsen zijn gemaakt, gaan ze terug naar de toetsontwikkelaar, die ze nakijkt. De scores van de digitale toetsen zijn uiteraard sneller duidelijk, maar pas als alle toetsen nagekeken zijn, kan er een score worden gegeven. Die uitslag hangt namelijk af van hoe jouw kind de toets heeft gemaakt in vergelijking met alle andere kinderen die hem gemaakt hebben. Op het uiteindelijke resultatenoverzicht dat je krijgt, staat precies hoeveel procent van deze leerlingen het onderdeel beter hebben gemaakt, en hoeveel slechter. En wat op basis daarvan het bijbehorende advies wordt.

Komt er uit de eindtoets een lager schooladvies dan het advies van de school? Dan verandert er niets. Je kind kan gewoon naar het onderwijsniveau dat de school geadviseerd heeft.

Komt er uit de eindtoets een hoger schooladvies? Dan is de school verplicht het advies te heroverwegen. Meestal gaat dat in samenspraak met de ouders, leerkracht en de directeur en/of de intern begeleider van de school.

Mirjam Schumacher

Mirjam behaalde een Bachelor of Education (PABO) en een Master SEN. Ze werkte als leerkracht en journaliste en heeft een eigen praktijk voor Remedial Teaching

Gerelateerde artikelen

Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *