Tafels oefenen groep 5 met spelletjes (+ handig ezelsbruggetje)

In groep 4 heeft je kind geoefend met de tafels van 1 t/m 5 en die van 10. Bij het rekenen in groep 5 komen de tafels van 6, 7, 8 en 9 erbij, en in sommige lesmethodes ook die van 12, 15 en 20. Deze laatste tafels zijn handig bij het tijdrekenen, omdat de klok is verdeeld in 12 x 5 minuten, of 4 x 15 minuten.

Bijvoorbeeld als er is uitgerekend dat een rit 195 minuten heeft geduurd, dan moet dan omgerekend worden naar uren door bijvoorbeeld te zien dat dat 180 minuten is (9 x 20 dus 3 x 60) en dan nog 15 minuten dus bij elkaar 3 uur en 15 minuten.

Als het gelukt is om in groep 4 de tafels van 1 t/m 5 en die van 10 te memoriseren, hoeft je kind voor de tafels van 6, 7, 8 en 9 eigenlijk nog maar 10 nieuwe sommen te leren. Kijk maar in het schema hieronder: van de hogere tafels vind je heel snel het antwoord door de som om te draaien.
Bijvoorbeeld: 4 x 6 = 24 en 6 x 4 = 24. De eerste som komt uit de tafel van 6 en de tweede som uit de tafel van 4 die al je al kent. De groene sommen zijn de sommen die al eerder omgedraaid in een andere tafel aan bod zijn gekomen.

tafels groep 5

In groep 5 hoeven dus eigenlijk alleen de rode sommen nog uit het hoofd geleerd te worden. De andere sommen kun je uitrekenen door de som om te draaien. Ervan uitgaande dat de tafels t/m 5 geautomatiseerd of gememoriseerd zijn, kan het antwoord snel gevonden worden.
Dat omdraaien moet bij je kind een automatisme worden. Je kunt het hierbij helpen door bij het overhoren van de tafels ook steeds de omgedraaide som te zeggen.


Dus: 2 x 7, 7 x 2 =
7 x 8, 8 x 7 =


Tafels automatiseren in groep 5 met een ezelsbruggetje

Bij deze laatste som, die in de praktijk altijd lastig blijkt te zijn, kun je je kind helpen met dit ezelsbruggetje:

Als je de som met zijn uitkomst opzegt, hoor je de getallen in aflopende volgorde: 8 keer 7 is 6 en 5tig.

De omdraaimethode werkt vooral goed als het je kind gelukt is om de tafels tot 5 te memoriseren. Dat is iets anders als automatiseren. Als je kind de sommen gememoriseerd heeft, kun je het bij wijze van spreken midden in de nacht wakker maken met een tafelsom, en het antwoord komt gelijk. In de hersenen is er dan een directe koppeling ontstaan tussen de som en het antwoord. Als je kind de som geautomatiseerd heeft, heeft het een snelle, vaste manier gevonden om de som uit te rekenen. Het antwoord komt dan ook vlot, maar niet binnen 2 seconden. Toch is het dan goed om gebruik te maken van de omgedraaide som, want als het goed is zijn deze sommen wel geautomatiseerd.

Aan de ogen van je kind kun je zien hoe het naar het antwoord op de som zoekt. Kijkt het naar boven? Daar zit de visuele herinnering. Je kind probeert zich de som voor de geest te halen. Bewegen de ogen horizontaal heen en weer? Dan zegt je kind als het ware de som in gedachten. Het zoekt het antwoord in het auditieve geheugen. Als je kind de som nog niet gememoriseerd heeft, rekent het de som uit via een omweggetje. De ogen gaan dan naar beneden.

Spelletjes voor de tafels in groep 5

Overigens zijn er ook veel kinderen die de sommen op zich wel gememoriseerd hebben, maar niet op hun geheugen durven te vertrouwen. De snelweg is er, maar ze nemen liever het vertrouwde dorpsweggetje. Deze kinderen kun je helpen met tafelspelletjes waarbij het antwoord binnen 2 seconden moet komen. Het zijn allemaal spelletjes met een bepaald ritme, zoals het tafels opdreunen van vroeger.

Een paar voorbeelden:

  • Gooi een bal naar je kind waarbij je een tafelsom vraagt. Je kind moet de bal gelijk teruggooien, ook al weet het het antwoord niet. In dat geval zeg jij gelijk het antwoord en gooit de bal weer met dezelfde tafelsom. Herhaal de som daarna nog 2 keer, en ga door met de volgende. Het is dus belangrijk om in het ritme van het overgooien te blijven, ook al komt er geen antwoord.
  • Heb je een muzikaal kind? Dan kun je hetzelfde doen door de som mee te klappen op de maat van de muziek. De som wordt meeklappend gezegd, en het antwoord moet op de volgende klap komen. Zo niet, dan zeg je het weer voor en herhaalt de som nog 2 keer. Beweging helpt bij het leren, dus bovenstaand voorbeeld kun je ook doen terwijl je kind op de muziek danst of springt.
  • Oefenen op de trampoline of terwijl je touwtje springt kan ook. Het antwoord moet steeds bij de volgende sprong na de som komen.
  • Een andere manier van oefenen is het oefenen van alleen de antwoorden op de sommen. Bij de tafel van 8 bijvoorbeeld dus de telrij met sprongen van 8. Voordeel van het oefenen op deze manier, is dat je kind misschien wel de som 5 x 8 weet, en dan snel door kan springen naar 7 x 8. Het is dan wel belangrijk dat het gebruikmaakt van de zg. ankerpunten in de tafel, en dus niet steeds vertrekt vanaf 1 x 8. Dat gebruikmaken van ankerpunten kun je oefenen met de stoplichtkaartjes.
stoplichtkaartjes

Maak groene, oranje en rode kaartjes zoals hierboven (je kunt ook witte kaartjes gebruiken en de sommen in kleur). Je bepaalt de tafel waarmee geoefend gaat worden, bijvoorbeeld 6. Dan wijs je eerste de makkelijke, groene kaartjes aan: 1 x 6, 10 x 6, 5 x 6, en laat je kind de antwoorden zeggen. Weet je kind de 5x niet? Herinner het dan aan de omgekeerde som, 6 x 5 of aan het feit dat 5 x de helft is van 10 keer. Gaan de groene kaartjes goed? Ga dan steeds van groen naar oranje. Dus van 1 x 6 naar 2 x 6, van 5 x 6 naar 6 x 6 en weer 5 x 6 en dan 4 x 6 en tot slot van 10 x 4 naar 9 x 4. Gaan ook de oranje kaartjes vlot, dan kun je van oranje naar rood gaan. De meeste kinderen vinden het het makkelijkst om de 8x uit te rekenen via de 7x, maar aftrekken vanaf de 9 keer kan natuurlijk ook.

Op deze manier leert je kind om makkelijke tafelsommen te gebruiken om de moeilijkere uit te rekenen. Het mooiste is natuurlijk als je kind niet meer hoeft te rekenen maar het ‘gewoon’ weet, maar dat is niet alle kinderen gegeven.
Je kunt ook oefenen met de flitskaartjes. Deze zijn gratis te downloaden via deze link:

Flitskaarten Tafels Groep 5 (Gratis)

Nog een andere manier van oefenen:
Je hebt 3 doosjes/bekers nodig, 1 met een oranje sticker, 1 met een rode en 1 met een groene sticker. Schrijf de tafelsommen op kleine kaartjes, en zet het antwoord op de achterkant. Leg de somkaartjes naast elkaar neer. Je kind pakt nu steeds een kaartje en geeft het antwoord. De sommen die goed zijn, gaan in het oranje doosje, degene die fout zijn gaan in het rode doosje. De sommen uit het rode doosje worden herhaald: de sommen die dan goed zijn verhuizen naar het oranje doosje, degene die weer fout zijn blijven in het rode doosje. De sommen uit het oranje doosje worden herhaald: de goede gaan naar groen, de foute weer naar rood. Dan weer verder met rood enz. Net zo lang tot alles in het groene doosje zit. Iedere dag even herhalen doet wonderen!

Het is leuk als je steeds de tijd opneemt die je kind nodig heeft om alle kaartjes in het groene doosje te krijgen. Het motiveert je kind extra als het ziet dat dat iedere dag een beetje sneller gaat. Als het uiteindelijk binnen een minuut lukt, is het tijd voor een feestje!

De deeltafels oefenen of niet?

In de 2de helft van groep 5 komen de deelsommen aan de orde. De deeltafels worden tegenwoordig niet meer ‘gestampt’. Toch is het wel belangrijk dat je kind ook de deelsommen automatiseert. Op school worden de deeltafels eerst aangeboden als een omgekeerde keersom. Bijvoorbeeld: je hebt 24 eieren. Hoeveel doosjes van 6 kun je daarmee vullen?

De vraag die dan beantwoordt moet worden is natuurlijk: hoeveel keer 6 is 24? Of, als stipsom: … x 6 = 24.

Vanuit dit soort sommen wordt vervolgens het deelteken geïntroduceerd: … x 6 = 24 is dezelfde som als 24 : 6. Je kind leert dus in eerste instantie om de deelsom uit te rekenen via de keersom.

Je kunt je kind helpen door thuis ook veel situaties te bedenken waarbij gedeeld moet worden. Bijvoorbeeld: Je hebt 24 pannenkoeken gebakken en jullie zijn met z’n zessen. Hoeveel pannenkoeken zijn er per persoon? 24 : 6 = ?. Laat je kind het antwoord oplossen of controleren door er weer een keersom van te maken: ? x 6 = 24. Of: Ik heb 48 snoepjes en er zijn 8 kinderen. Hoeveel snoepjes krijgt ieder?

Dezelfde som, maar dan iets anders: Ik heb 48 snoepjes. Ik wil zakjes maken met 6 snoepjes. Hoeveel zakjes kan ik vullen?

In beide gevallen kan de hulpsom 6 x 8 = 48 gebruikt worden. Toch zullen de meeste kinderen meer moeite hebben met de tweede som, omdat er in de eerste som duidelijker een verband is van een deelsituatie, en daarom de koppeling naar de deelsom (48:8) makkelijker gemaakt wordt. Oefen dus ook veel met het laatste type som: hoeveel groepjes kan ik halen uit het totale aantal.

Net als met de tafelsommen zullen sommige kinderen uiteindelijk de deelsommen ook memoriseren. Maar de meeste kinderen zullen de deelsommen blijven oplossen via de keersom, en dat is ook prima. Belangrijk is wel dat je kind deze manier van uitrekenen automatiseert, dus dat het niet hoeft na te denken over de manier van uitrekenen. Je kunt dit oefenen door bij het oefenen van de deeltafels steeds gelijk al de stipsom te koppelen: 54 : 6….hoeveel keer 6 is 54?

In de hogere klassen is het nodig dat je kind de deelsommen kan uitrekenen, en snel ziet in welke tafel een getal thuishoort. Dit is o.a. nodig bij alle sommen die onder het kopje verhoudingen vallen: breuken, procenten en rekenen met verhoudingstabellen. Bij bijvoorbeeld het gelijknamig maken van breuken moet je weten welk antwoord voorkomt in de tafels van allebei de noemergetallen. Een leuk spel om hiermee te oefenen is het spel Tafelen.

Neem het volgende schema over op ruitjespapier of maak het snel zelf in Excel als je daar handig mee bent. Downloaden kan ook via de volgende link. Je hebt per persoon 1 tafelkaart nodig.

Verder heb je per persoon een pionnetje en een pen nodig, en 4 dobbelstenen.

tafelkaart

Spelregels
Degene die aan de beurt is, gooit met 4 dobbelstenen, en telt 2, 3, of 4 dobbelstenen bij elkaar op. 1 Dobbelsteen gebruiken mag ook. De uitkomst mag weggestreept worden op de kaart.

Voorbeeld: Ymke gooit een 6, 4, 5 en 3. Opgeteld is dit 18 dus ze mag de 18 vier keer wegstrepen (in de tafel van 3, 6, 9 en 18. Heeft ze deze al een keer eerder weggestreept, dan mag ze nu ook kiezen voor bijvoorbeeld 12 (4+5+3) of 10 (6+4). Van je voren spreek je af wat weggestreept moet zijn om te winnen: 1 rij (horizontaal, verticaal of diagonaal) of de hele kaart.

Op deze kaart zijn de getallen die vaker dan 2 keer voorkomen gekleurd. Je kunt er natuurlijk ook voor kiezen om het spel na verloop van tijd zonder dat hulpmiddel te spelen. De niet-gekleurde kaart kan ook gedownload worden.

Werkbladen Groep 5 Rekenen (Gratis)

Werkbladen Spelling Groep 5 (Gratis)

Mirjam Schumacher

Mirjam behaalde een Bachelor of Education (PABO) en een Master SEN. Ze werkte als leerkracht en journaliste en heeft een eigen praktijk voor Remedial Teaching

Gerelateerde artikelen

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *