Ja, een zin kan meerdere persoonsvormen bevatten. Dit is kenmerkend voor een samengestelde zin. Elke deelzin binnen de samengestelde zin heeft zijn eigen persoonsvorm. Bijvoorbeeld in “Terwijl hij werkt, kookt zij het eten” zijn zowel ‘werkt’ als ‘kookt’ persoonsvormen.
Een zin met twee of meer persoonsvormen wordt een samengestelde zin genoemd. Deze bestaat uit meerdere deelzinnen die elk hun eigen onderwerp en persoonsvorm hebben. De deelzinnen worden vaak verbonden door voegwoorden zoals ‘en’, ‘maar’, ‘omdat’, ’terwijl’ of ‘want’.
Een enkelvoudige zin heeft altijd precies één persoonsvorm. Een samengestelde zin heeft altijd twee of meer persoonsvormen, afhankelijk van het aantal deelzinnen waaruit hij bestaat. Elke deelzin binnen een samengestelde constructie bevat zijn eigen persoonsvorm.
Om een samengestelde zin te ontleden, verdeel je hem eerst in afzonderlijke deelzinnen. Zoek per deelzin de persoonsvorm (met de tijdproef) en het bijbehorende onderwerp. Bepaal vervolgens per deelzin de andere zinsdelen zoals lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp en bijwoordelijke bepalingen. Markeer ook de voegwoorden die de deelzinnen verbinden.
Onze videobijlessen zijn ontwikkeld door onderwijsexperts en sluiten volledig aan bij de lesstof op school. De uitleg over meerdere persoonsvormen volgt dezelfde methode die op scholen wordt gebruikt, inclusief de tijdproef en de stapsgewijze aanpak. Dit voorkomt verwarring en zorgt voor consistente uitleg tussen thuis en school.
Veel video’s op onze website zijn volledig gratis te bekijken. Bij video’s met ‘Bekijk gratis preview’ is alleen een korte versie beschikbaar. Wil je toegang tot de volledige videobijles over meerdere persoonsvormen? Dan kun je het bijpassende pakket naar keuze bestellen via de voorbeeldvideo-pagina of in onze shop.
De videobijles helpt je kind om de stof goed te begrijpen, maar oefenen is net zo belangrijk. Daarom raden we aan om het bijpassende oefenboek werkwoordspelling erbij te bestellen. Hiermee kan je kind niet alleen online oefenen met de videolessen, maar ook offline aan de slag om het geleerde toe te passen.
Help je kind door samen de tijdproef toe te passen: verander de tijd van de zin en kijk welke woorden veranderen. Laat je kind ook oefenen met het opdelen van samengestelde zinnen in deelzinnen. Gebruik verschillende kleuren om persoonsvormen en bijbehorende onderwerpen te markeren. Dit maakt de structuur van de zin visueel duidelijker.
Een samengestelde zin bevat meerdere persoonsvormen, wat de spelling soms ingewikkeld maakt. In deze uitgebreide uitleg leer je hoe je deze persoonsvormen herkent en correct spelt, zodat je je kind beter kunt begeleiden bij taalvragen. De video hierboven laat stap voor stap zien hoe je omgaat met zinnen waarin meerdere werkwoorden voorkomen. Zo help je je kind om deze belangrijke taalvaardigheid onder de knie te krijgen.
Een samengestelde zin bestaat uit meerdere deelzinnen die aan elkaar zijn gekoppeld. Wat deze zin bijzonder maakt, is dat elke deelzin zijn eigen persoonsvorm heeft. Dit in tegenstelling tot een enkelvoudige zin, die maar één persoonsvorm bevat. Bijvoorbeeld: “Terwijl Inez een tekening maakt, lezen Razvan en Mick een boek.” In deze zin zijn ‘maakt’ en ‘lezen’ beide persoonsvormen. Ze vormen het werkwoordelijk deel van de deelzinnen die samen de samengestelde zin vormen.
De meest betrouwbare manier om persoonsvormen te herkennen is de tijdproef. Deze werkt als volgt:
Bijvoorbeeld: “Terwijl Inez een tekening maakt, lezen Razvan en Mick een boek.”
Verander je dit naar verleden tijd: “Terwijl Inez een tekening maakte, lazen Razvan en Mick een boek.” Je ziet dat ‘maakt’ verandert in ‘maakte’ en ‘lezen’ in ‘lazen’. Dit bevestigt dat beide werkwoorden persoonsvormen zijn.
Een praktische aanpak voor samengestelde zinnen is om ze op te delen in losse deelzinnen. Zo kun je elke persoonsvorm apart bekijken en de juiste spelling bepalen.
Neem onze voorbeeldzin:
Door de zin op te splitsen, wordt het duidelijker welke spellingregels je moet toepassen voor elke persoonsvorm.
Voor persoonsvormen in de tegenwoordige tijd gelden deze regels:
Laten we dit toepassen op onze deelzinnen:
“Inez (zij) maakt een tekening” → ‘maakt’ krijgt een t omdat het onderwerp ‘zij’ (Inez) is.
“Razvan en Mick (zij) lezen een boek” → ‘lezen’ is het hele werkwoord omdat het onderwerp meervoud is.
Voor persoonsvormen in de verleden tijd gelden deze regels:
Voorbeeld uit de video: “Alle klasgenoten speelden samen tikkertje, maar alleen Duuk mocht de tikker zijn.”
‘Speelden’ is een zwak werkwoord in meervoud → stam + den
‘Mocht’ is een sterk werkwoord in enkelvoud → schrijf wat je hoort
De video laat zien hoe je systematisch te werk kunt gaan bij het spellen van persoonsvormen in samengestelde zinnen:
Deze methodische aanpak helpt je kind om stap voor stap de juiste spelling te vinden, zonder in verwarring te raken door de complexiteit van de zin.
Om het nog duidelijker te maken, hier nog een voorbeeld uit de video:
“Terwijl Inez een tekening maakt, lezen Razvan en Mick een boek.”
Analyse:
De video toont hoe je deze stappen visueel kunt maken, wat vooral voor kinderen die visueel leren erg behulpzaam is.
Wil je meer weten over werkwoordspelling? Bekijk dan ook onze video’s over de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd en de persoonsvorm in de verleden tijd. Voor inzicht in zinsstructuren is onze video over redekundig ontleden ook zeer nuttig.