Er zijn verschillende soorten haakjes in de Nederlandse taal.
Op de basisschool werken kinderen vooral met de ronde haakjes ( ). Die staan centraal in onze video.
Andere haakjes, zoals vierkante haakjes [ ], accolades { } of puntige haakjes < >, komen later pas aan bod.
De meest gebruikte haakjes zijn de ronde haakjes ( ).
Op het toetsenbord vind je deze bij de 9 en 0 toets (met Shift).
Andere haakjes bestaan ook, maar die gebruikt je kind op de basisschool meestal nog niet.
Haakjes laten zien dat de informatie ertussen extra is. Handig om te weten, maar niet nodig om de zin te begrijpen. Ze helpen je kind om hoofd- en bijzaken te onderscheiden in een tekst.
Dit gaat over een ander soort haakjes. 😉
Maar dit is toch handig om te weten: handdoekhaakjes hang je meestal op 140–160 cm hoogte.
Voor kinderen is 100–120 cm vaak prettiger.
Onze videobijlessen zijn gemaakt door onderwijsexperts en sluiten precies aan bij wat kinderen op school leren. Dezelfde regels. Dezelfde woorden. Geen verwarring.
Zo voorkom je de bekende ‘zo-doet-de-juf-het-niet’-discussies.
Veel video’s op onze website zijn gratis te bekijken. Bij sommige video’s zie je een gratis preview. Wil je toegang tot de volledige videobijles over leestekens? Dan kun je het bijpassende pakket bestellen via de pagina met voorbeeldvideo’s of in onze shop. Je krijgt 1 jaar toegang.
De video helpt bij het begrijpen. Oefenen zorgt ervoor dat het blijft hangen. Daarom is het fijn om het oefenboek erbij te gebruiken. Zo kan je kind online én offline oefenen en groeit het zelfvertrouwen.
Gebruik haakjes voor extra informatie die je kunt weglaten.
Gebruik komma’s als de informatie belangrijk is voor de zin.
Twijfelt je kind? Dan helpt onze video over komma’s om het verschil te leren.
Wil je dat je kind alle leestekens goed leert gebruiken?
Bekijk dan ook onze andere video’s over de dubbele punt, het beletselteken en het afbreekteken.
Wij zijn er voor ouders die hun kind willen helpen, ook als ze zelf soms twijfelen.
Haakjes komt je kind vaak tegen in teksten op school. In een leesboek. In een werkstuk. Of in een vraag bij begrijpend lezen.
Veel kinderen vragen zich af: waarom staan die haakjes daar eigenlijk?
Haakjes zijn leestekens. Je gebruikt ze om extra informatie toe te voegen aan een zin. Die extra informatie is niet nodig om de zin te begrijpen, maar is wel handig. Je kunt daarmee iets duidelijker maken.
Haakjes herken je aan de 2 boogjes: ( ).
In de video hierboven legt Wijzer over de Basisschool stap voor stap uit hoe haakjes werken. Precies zoals je kind dat op school leert. Rustig, met voorbeelden.
Haakjes gebruik je niet zomaar. Ze hebben een duidelijke functie. In de video worden de volgende situaties uitgelegd:
Met haakjes geef je extra uitleg. Bijvoorbeeld bij een woord dat niet iedereen kent of bij een afkorting.
Bijvoorbeeld:
Het WNF (Wereld Natuur Fonds) zet zich in voor de natuur.
Zonder de haakjes snap je de zin ook. Maar mét haakjes is het duidelijker.
Soms wil je iets toevoegen dat handig is om te weten, maar niet noodzakelijk.
Bijvoorbeeld:
Het pakketje komt dinsdag aan (in verband met het lange weekend).
De hoofdzin blijft hetzelfde. De haakjes geven alleen wat extra uitle
Haakjes worden ook gebruikt om te verwijzen naar iets anders.
Bijvoorbeeld naar een ander hoofdstuk of een andere pagina.
Bijvoorbeeld:
Ezels hebben veel verzorging nodig (zie hoofdstuk 1).
Dit zie je vaak in schoolboeken.
Met haakjes kun je laten zien dat er meerdere mogelijkheden zijn.
Bijvoorbeeld:
Alle (groot)ouders zijn welkom bij de voorstelling.
Hier betekent het: ouders én grootouders zijn welkom.
Wil je kind extra uitleg of meer oefenen? Dan zijn onze video’s over leestekens en het oefenpakket met videobijles en opdrachten een fijne aanvulling.
Om een tekst netjes te houden, zijn er een paar regels:
Bijvoorbeeld:
Wist je dat hij bij het WNF (Wereld Natuur Fonds) werkt?
In de video zie je dit stap voor stap uitgelegd, met voorbeelden die kinderen herkennen.
Veel kinderen maken dezelfde fouten. Dat hoort bij leren.
Dit zijn de meest voorkomende:
Door dit te oefenen, wordt je kind zekerder.
En fouten maken mag! Daar leert je kind juist van.
Oefenen helpt! Echt.
In de video zie je goede en foute voorbeelden. Dat maakt het duidelijk. Thuis kun je ook oefenen, bijvoorbeeld:
Dat hoeft niet lang te duren. Samen iedere dag even kort oefenen helpt vaak al enorm.