Hoe maak je een werkstuk op de basisschool?

Het maken van een werkstuk op de basisschool is één van de dingen die elk kind op school wel eens moet doen. Jouw kind zal dus ook ongetwijfeld een werkstuk moeten maken. Voor sommige kinderen is dat een hele opgave. Want hoe maak je eigenlijk een werkstuk?

Hoe kies je een goed onderwerp? Hoe maak je een goede opbouw? Wat is een inleiding, een voorwoord en een nawoord? En hoe zorg ik ervoor dat het werkstuk goed leesbaar is? Allemaal vragen die je kind aan je kan stellen als hij een werkstuk moet maken. Hoe je je kind hierbij kunt helpen lees je in dit artikel. Je vindt hier ook een heel handig stappenplan dat jouw kind kan helpen om zijn werkstuk zo goed mogelijk vorm te geven.

Hoe ziet een werkstuk eruit?

Een werkstuk heeft vaak een vaste opbouw. Afhankelijk van het leerjaar waarin je kind zit, kan de opbouw meer of minder uitgebreid zijn. In dit artikel beschrijven we aan de hand van een stappenplan hoe een werkstuk er doorgaans uitziet.

Hoe maak je een werkstuk? Een stappenplan

Om je kind te helpen bij het maken van een werkstuk, kun je hem dit stappenplan geven. Het plan geeft je kind houvast. Het vertelt waar het allemaal aan moet denken bij het maken van het werkstuk.

Stap 1: Kies een onderwerp

Het maken van een werkstuk begint altijd bij het kiezen van een onderwerp. Als je kind vrij is om zelf een onderwerp te kiezen, dan kan hij het beste gaan voor een onderwerp dat hem aanspreekt. Misschien heeft hij een hobby waar hij veel vanaf weet, een sport die hij graag beoefent of een andere interesse.

Als je kind het onderwerp dicht bij zichzelf houdt, zal hij gemotiveerd zijn om zich erin te verdiepen. Dit maakt het schrijven van een werkstuk meteen al een stuk leuker.

Als je kind het lastig vindt een onderwerp te kiezen, kun je hem helpen door vragen te stellen:

  • Waar weet je al veel van?
  • Is er een hobby waar je graag wat over zou willen vertellen?
  • Waar zou je zelf nog graag meer over willen weten?

Met behulp van deze vragen kan je kind bij zichzelf nagaan welk onderwerp hem aanspreekt.

Stap 2: Maak een woordweb

Wanneer je kind een woordweb maakt, kan hij alles wat met het onderwerp te maken heeft kwijt. Daarna kan hij de informatie ordenen. Op een groot vel papier zet je kind het onderwerp in het midden. Daaromheen komen alle woorden die te maken hebben met het onderwerp.

Daag je kind uit er lekker op los te fantaseren! Hoe meer woorden er staan, hoe meer houvast je kind straks heeft om het werkstuk goed vorm te geven.

Daarna maakt je kind in het woordweb groepjes van de woorden die met elkaar te maken hebben. Stel dat het werkstuk gaat over haaien. Deelonderwerpen die in dit werkstuk aan bod kunnen komen zijn:

  • verschillende soorten haaien
  • wat eten haaien?
  • hoe planten ze zich voort?
  • waar leven ze?

Al deze deelonderwerpen noteert je kind vervolgens als groepjes om het hoofdonderwerp heen. Zo krijgt hij direct een goed beeld van de verschillende hoofdstukken die het werkstuk straks bevat.

Stap 3: Informatie opzoeken

Nadat je kind een woordweb heeft gemaakt, begint het opzoekwerk. Help je kind verschillende informatiebronnen te raadplegen, zoals boeken, folders en het internet. Ook kan je kind vragen stellen aan iemand die veel van het onderwerp af weet. Probeer wel de focus te houden op het onderwerp en niet te verzanden in te veel informatie.

Stap 4: Hoofdstukken schrijven

Met hulp van de woordweb en de gevonden informatie, kunnen de hoofdstukken worden gemaakt. Laat je kind over elk hoofdstuk een stukje tekst maken. Wat wil je vertellen in dit hoofdstuk?

Let erop dat je kind zijn eigen taalgebruik hanteert en niet gaat overschrijven uit de informatie die hij heeft gevonden. Als je kind dit lastig vindt, kun je hem vragen stellen:

  • Welke soorten haaien zijn er?
  • Weet jij wat haaien eten?
  • En hoe planten haaien zich eigenlijk voort?

Met hulp van deze vragen kan je kind zijn gedachten over de deelonderwerpen ordenen en opschrijven.

Stap 5: Schrijf een inleiding

Nadat alle hoofdstukken zijn gevuld met informatie, wordt het tijd om de inleiding te schrijven. In de inleiding vertelt je kind iets over de inhoud van het werkstuk. Je kunt je kind helpen door het werkstuk even kort samen te vatten. Stel deze vraag: “Kun je mij in een paar zinnen vertellen waar je werkstuk over gaat?”

De inleiding geeft de lezer alvast een beeld van de inhoud van het werkstuk. Je maakt de lezer dus nieuwsgierig naar het onderwerp.

Stap 6: Schrijf een nawoord

Een werkstuk hoort te eindigen met een kort nawoord. Hierin herhaalt je kind in een paar zinnen waar het werkstuk over ging. Ook vertelt je kind wat het van het proces heeft geleerd. In een nawoord kan hij ook de mensen bedanken die hem hebben geholpen.

Stap 7: Bronvermelding

Achter het nawoord komt een pagina met daarop de bronvermelding. Hierop schrijft je kind alle artikelen, boeken en websites die het heeft gebruikt. Leer je kind nu al dat dit belangrijk is.

Stap 8: Maak de inhoudsopgave

Een inhoudsopgave geeft overzichtelijk weer welke hoofdstukken er in het werkstuk staan. Laat je kind de hoofdstukken op de juiste volgorde onder elkaar schrijven. Een paginanummering is daarbij erg handig. In de inhoudsopgave kun je dan aangeven op welke pagina het hoofdstuk staat.

Vergeet niet dat ná de inhoudsopgave de inleiding komt. Deze moet dus ook vernoemd worden in de inhoudsopgave en het liefst met een paginanummer.

Stap 9: Voorwoord schrijven

Als het werkstuk gevuld is met de hoofdstukken en de inleiding, kan je kind nog een voorwoord schrijven. In het voorwoord schrijft je kind waarom het voor dit onderwerp heeft gekozen. Ook geeft hij antwoord op de volgende vragen:

  • Hoe heb je het schrijven van het werkstuk ervaren?
  • Waar heb je de informatie gevonden?
  • Heb je het alleen gedaan of heeft iemand jou geholpen?
  • Wat heb je er zelf van geleerd?
  • Wat hoop je dat de lezer ervan leert?

Het voorwoord is dus een persoonlijk stukje tekst. Een voorwoord is niet noodzakelijk, maar kan wel een leuke aanvulling zijn op het werkstuk. Je kind vertelt de lezer van zijn werkstuk wat over zichzelf en dat is vooral erg leuk. Het voorwoord komt vóór de inhoudsopgave in het werkstuk.

Stap 10: Maak een voorpagina

Een werkstuk zonder mooie voorpagina is niet af. Stimuleer je kind daarom een mooie voorpagina te maken met daarop de titel van het werkstuk. De voorpagina moet opvallen bij de lezer, dus zorg ervoor dat je kind hier wat extra aandacht aan besteedt. Hij kan plaatjes uitknippen en opplakken of, als het werkstuk digitaal is, foto’s uploaden en toevoegen. Op de voorpagina staan ook de schrijver, dus de naam van je kind, de datum en de klas waarin je kind zit.

Hoe maak je een werkstuk in groep 5?

Meestal schrijft je kind zijn eerste werkstuk in groep 5. Kinderen in groep 5 hebben vaak al een behoorlijke woordenschat ontwikkeld en zijn bekend met het maken van een woordweb. Vaak biedt de leerkracht hulp bij het zoeken van een geschikt onderwerp. Ook bieden scholen vaak een eenvoudig stappenplan aan om je kind te helpen het werkstuk te structureren.

Tijdens het schrijven van het werkstuk oefent je kind met de juiste opbouw van de zinnen, gebruikt hij verwijswoorden en let hij op de leestekens. Het schrijven van een werkstuk is een onderdeel van de taalontwikkeling.

Lees ook: spreekbeurt groep 5

Hoe maak je een werkstuk in groep 6?

In groep 6 wordt er al wat meer van je kind verwacht bij het schrijven van een werkstuk. De leerkracht geeft bijvoorbeeld aan dat een huisdier niet meer het onderwerp mag zijn. Er wordt verwacht dat je kind zich breder oriënteert en ontwikkelt. Dat het verder kijkt dan onderwerpen in en rond het huis.

De stijl en computervaardigheden worden dit jaar belangrijker. Je kind houdt zich bezig met zaken als het lettertype en de opmaak. De leerkracht kijkt of je kind alinea’s heeft gebruikt en of de opbouw van de zinnen goed is. Ook beoordeelt de leerkracht je kind op het gebruik van spelling en leestekens.

Kortom, er worden dit jaar al wat meer eisen gesteld aan het werkstuk van je kind. Het is goed om je daarvan bewust te zijn. Je helpt je kind vooral door hem te stimuleren wat dieper na te denken.

Hoe maak je een werkstuk in groep 7?

In groep 7 wordt het schrijven van een werkstuk steeds belangrijker. De leerkracht zal steeds kritischer kijken naar de schrijfstijl van je kind, het gekozen onderwerp en de verzorging van het geheel. Gebruikt je kind bijvoorbeeld synoniemen in de tekst? Of tegenstellingen? Kan hij zijn eigen mening onderbouwen? Let hij op de juiste spelling van vervoegingen, de juiste zinsopbouw en gebruikt hij samengestelde zinnen?

Het onderwerp moet passen bij het niveau van groep 7. Je kind moet aantonen dat hij zich in het onderwerp heeft verdiept en ervan heeft geleerd.

Hoe maak je een werkstuk in groep 8?

Als voorbereiding op de overstap naar de middelbare school is het schrijven van een werkstuk in groep 8 een belangrijk onderdeel. Dit jaar moet je kind zelfstandig zijn eigen werkstuk kunnen schrijven. Hij kent het stappenplan en weet wat er nodig is voor een goed resultaat. Ook weet hij hoe hij structuur moet aanbrengen in het werkstuk.

Belangrijk is dat je kind ook leert hoe hij het hele proces gaat plannen. Vaak zien we dat kinderen richting de puberteit dingen vooruit schuiven. Doet jouw kind dit ook? Help je kind dan een handje met de planning. Overleg hoeveel tijd er nodig is om het werkstuk te maken en wanneer hij dit wil doen. Maak de planning visueel en hang hem zichtbaar op naast het stappenplan voor het schrijven van een werkstuk.

Check tussendoor hoe het gaat met de planning. Lukt het allemaal of heeft je kind hulp nodig? Let op: neem nooit de taak van je kind over. Hij moet zelf leren dat hij verantwoordelijk is voor de opdracht. Hulp bieden kan en mag, maar wel op een manier waarbij je kind zich ontwikkelt in deze zelfstandigheid.

Stel daarom vooral vragen waarmee je kind zelf gestimuleerd wordt na te denken over mogelijke oplossingen. Als je bijvoorbeeld merkt dat je kind het maken van een werkstuk steeds maar uitstelt, vraag hem dan wat hij nodig heeft om het alsnog op tijd af te hebben. En als blijkt dat het niet lukt, laat hem dan zelf verantwoording afleggen bij de leerkracht.

Vergeet ook niet tussendoor belangstelling te tonen door te vragen wat hij voor nieuws heeft geleerd over het onderwerp. En prijs je kind als hij helemaal zelfstandig zijn werkstuk heeft gemaakt. Lees het samen nog even door, geef inhoudelijke feedback en geef hem een welgemeend compliment voor het feit dat hij dit zo goed heeft gedaan.

Breuken Groep 6/7/8 Werkbladen (Gratis)

Werkbladen Groep 5 Rekenen (Gratis)

Begrijpend Lezen Groep 5 Werkbladen (Gratis)

Werkbladen Groep 6 Rekenen (Gratis)

Begrijpend Lezen Groep 6 Werkbladen (Gratis)

Werkbladen Groep 7 Rekenen (Gratis)

Werkbladen Begrijpend Lezen Groep 7 (Gratis)

Werkbladen Werkwoordspelling Groep 7/8 (Gratis)

Marja Wouda

Marja (MSEN) is Remedial Teacher, Intern Begeleider, Kindercoach en behaalde een Bachelor of Education (PABO) en een Master SEN.

Gerelateerde artikelen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.