Een trefwoord is een belangrijk woord dat gebruikt wordt om informatie te vinden of te ordenen. In een woordenboek zijn alle woorden trefwoorden. In een register of trefwoordenlijst van een boek zijn het de belangrijkste onderwerpen die in het boek voorkomen, met een verwijzing naar de bijbehorende pagina’s.
Voorbeelden van trefwoorden in een informatief boek over dieren kunnen zijn: ‘zoogdieren’, ‘reptielen’, ‘habitat’, ‘voeding’ en namen van specifieke dieren zoals ‘leeuw’ of ‘olifant’. In een geschiedenisboek kunnen trefwoorden bijvoorbeeld ‘Tweede Wereldoorlog’, ‘Middeleeuwen’ of ‘Napoleon’ zijn.
Trefwoorden zijn kernwoorden die de inhoud van een tekst of onderwerp samenvatten. Voorbeelden hiervan in een schoolboek over het menselijk lichaam zijn: ‘hart’, ‘longen’, ‘spijsvertering’, ‘bloedsomloop’. In een atlas kunnen trefwoorden, landennamen, steden of geografische kenmerken zoals ‘Alpen’ of ‘Amazone’ zijn.
Je zoekt trefwoorden door eerst te bepalen wat de eerste letter van het woord is. Vervolgens blader je naar dat deel van het woordenboek of register. Daarna kijk je naar de tweede, derde en volgende letters om het exacte woord te vinden. Bij namen moet je soms zowel bij de voornaam als bij de achternaam zoeken.
Onze videobijlessen zijn ontwikkeld door onderwijsexperts en sluiten volledig aan bij de lesstof op school. De uitleg over trefwoorden en woordenboeken volgt de methodes die op de meeste basisscholen worden gebruikt, zodat er geen verwarring ontstaat en je kind dezelfde aanpak leert als op school.
Veel video’s op onze website zijn volledig gratis te bekijken. Bij video’s met ‘Bekijk gratis preview’ is alleen een korte versie beschikbaar. Wil je toegang tot de volledige videobijles? Dan kun je het bijpassende pakket naar keuze bestellen via de voorbeeldvideo-pagina of in onze shop.
De videobijles helpt je kind om de stof goed te begrijpen, maar oefenen is net zo belangrijk. Daarom raden we aan om het bijpassende oefenboek erbij te bestellen. Hiermee kan je kind niet alleen online oefenen met de videolessen, maar ook offline aan de slag om het geleerde toe te passen.
Kinderen leren meestal vanaf groep 4 of 5 (7-8 jaar) om met een woordenboek te werken, nadat ze het alfabet goed beheersen. In groep 6-8 wordt deze vaardigheid verder ontwikkeld en leren ze ook werken met trefwoordenlijsten in informatieboeken voor werkstukken en spreekbeurten.
Wil je meer weten over hoe je kind leert omgaan met verschillende informatiebronnen? Bekijk dan ook onze video over het vinden van de hoofdgedachte van een tekst of woordenschat vergroten.
In deze uitleg leer je hoe je snel een woord kunt vinden in een woordenboek of een trefwoordenlijst. Je ontdekt hoe ze zijn opgebouwd en hoe je ze handig gebruikt. De video hierboven laat je precies zien hoe je stap voor stap te werk gaat, zodat je kind voortaan als eerste een woord in een lange lijst vindt.
Een woordenboek is een boek vol woorden en hun betekenis. Het wordt vaak gebruikt bij lezen, taal, schrijven of spelling. Wanneer je kind niet weet wat een woord betekent of hoe je het precies schrijft, kan het woordenboek uitkomst bieden. Alle woorden staan op alfabetische volgorde. Je begint dus niet zomaar ergens met bladeren, maar denkt eerst na over de eerste letter van het woord dat je zoekt. Zoek je bijvoorbeeld het woord ‘zelden’, dan weet je dat je achterin moet zoeken, bij de Z. Daarna kijk je verder naar de volgende letters om het woord snel te vinden.
Om goed met een woordenboek te kunnen werken, moet je kind het alfabet goed kennen. Zo weet je of je voorin, middenin of achterin moet zoeken. Dit is een basisvaardigheid die kinderen op school leren en die ze hun hele leven zullen gebruiken. De woorden staan namelijk niet alleen op eerste letter, maar ook op de tweede, derde en volgende letters gerangschikt. Als je kind bijvoorbeeld zoekt naar ‘appel’, ‘ananas’ en ‘aap’, dan staan deze woorden allemaal bij de A, maar wel in deze volgorde: aap, ananas, appel.
Een handige tip uit de video: leer je kind om eerst te kijken naar de beginletter en daarna naar de tweede en derde letter. Dit maakt het zoeken veel sneller en effectiever.
Een trefwoordenlijst staat meestal achterin een informatieboek. Je ziet alle belangrijke onderwerpen van het boek op alfabetische volgorde. Dit wordt ook wel een register genoemd.
Achter elk trefwoord staat op welke bladzijde je informatie kunt vinden. Dit is een onmisbare vaardigheid voor kinderen die informatie moeten opzoeken voor een spreekbeurt of werkstuk.
In tegenstelling tot een woordenboek bevat een trefwoordenlijst geen betekenissen, maar verwijzingen naar pagina’s waar je meer over het onderwerp kunt lezen. Het is eigenlijk een soort inhoudsopgave, maar dan alfabetisch geordend in plaats van op volgorde van het boek zelf.
Wil je iets weten over een onderwerp? Bedenk dan goed welk woord je in de trefwoordenlijst zoekt. Soms moet je creatief zijn in het bedenken van zoektermen.
Bijvoorbeeld: je zoekt iets over de boekenkast van Anne Frank. Je kunt het proberen bij ‘boekenkast’, maar als dat er niet staat, is ‘Anne Frank’ misschien een beter trefwoord.
Soms staan namen bij de voornaam, soms bij de achternaam. Kijk dus goed of het onder de A of de F staat. Dit is een vaardigheid die je kind ook kan gebruiken bij het zoeken op internet of in digitale bronnen.
Een praktische tip uit de video: leer je kind om altijd meerdere zoektermen te bedenken. Als het ene woord niet werkt, probeer dan een synoniem of een gerelateerd woord.
Hoewel we tegenwoordig veel online opzoeken, blijft het belangrijk dat kinderen ook met een papieren woordenboek kunnen werken. Zoals in de video wordt uitgelegd, zijn er situaties waarin computers of andere apparaten niet gebruikt mogen worden, bijvoorbeeld tijdens bepaalde toetsen op school.
Het leren werken met een fysiek woordenboek helpt kinderen bovendien om beter te begrijpen hoe informatie georganiseerd kan worden. Deze vaardigheid komt ook van pas bij het navigeren door digitale informatie.
Bij Wijzer over de Basisschool geloven we dat beide vaardigheden, digitaal én traditioneel zoeken, waardevol zijn voor de ontwikkeling van je kind.
Om deze vaardigheid te ontwikkelen, kun je thuis verschillende oefeningen doen. Laat je kind bijvoorbeeld een woord opzoeken in het woordenboek en kijk hoe snel dit gaat. Of maak er een spelletje van: wie vindt het snelst een bepaald woord? Je kunt ook samen een informatief boek bekijken en de trefwoordenlijst gebruiken om specifieke informatie te vinden. Dit helpt je kind niet alleen met deze specifieke vaardigheid, maar helpt ook bij het begrijpend lezen.
Wil je kind hiermee oefenen? Bekijk dan een oefenpakket Begrijpend lezen. Hierin vind je meer oefeningen die aansluiten bij deze vaardigheid.