Voorbeelden van voltooide deelwoorden zijn: ‘gegeten’, ‘gelopen’, ‘gefietst’, ‘gemaakt’ en ‘geschreven’. Je herkent ze aan het voorvoegsel ‘ge-‘ en de uitgang ‘-en’, ‘-d’ of ‘-t’. In zinnen: ‘Ik heb een boek gelezen’, ‘De trein is vertrokken’ of ‘De taart wordt gebakken’.
De hoofdregel is dat een voltooid deelwoord vaak begint met ‘ge-‘ en eindigt op ‘-en’ (sterke werkwoorden) of ‘-d’/’-t’ (zwakke werkwoorden). Het komt voor in combinatie met een vorm van ‘hebben’, ‘zijn’ of ‘worden’ en verandert niet als je de tijd van de zin verandert. Bij twijfel tussen -d of -t gebruik je ’t ex-kofschip.
Een voltooid deelwoord is een werkwoordsvorm die laat zien dat iets al gebeurd of klaar is. Je kunt het aan kinderen uitleggen als ‘een werkwoord dat vertelt dat iets af is’. Zoals in ‘Ik heb mijn huiswerk gemaakt’ – het huiswerk is klaar, af, voltooid. Het begint vaak met ‘ge-‘ en staat meestal achteraan in de zin.
Om het voltooid deelwoord in een zin te vinden, zoek je naar een werkwoordsvorm die vaak met ‘ge-‘ begint en aan het einde van de zin staat. Er staat altijd een vorm van ‘hebben’, ‘zijn’ of ‘worden’ bij. Test of het een voltooid deelwoord is door de tijd van de zin te veranderen; het voltooid deelwoord blijft dan hetzelfde.
Het belangrijkste verschil is dat een persoonsvorm verandert als je de tijd van de zin verandert, terwijl een voltooid deelwoord hetzelfde blijft. De persoonsvorm staat meestal vooraan in de zin en past zich aan het onderwerp aan. Het voltooid deelwoord staat meestal achteraan en werkt samen met hulpwerkwoorden zoals ‘hebben’, ‘zijn’ of ‘worden’.
Leer je kind om het voltooid deelwoord te verlengen, zodat je kunt horen of er een -d of -t moet staan. ‘Gewerkt’ wordt ‘gewerkte’, je hoort een t, dus schrijf je een t. ‘Geverfd’ wordt ‘geverfde’, je hoort een d, dus schrijf je een d. Bij twijfel kan je kind de regel van ’t ex-kofschip gebruiken.
Onze videobijlessen zijn ontwikkeld door onderwijsexperts en sluiten volledig aan bij de lesstof op school. De uitleg volgt dezelfde methodes die op school worden gebruikt, waardoor je kind geen verwarring ervaart. Dit voorkomt ‘zo-doet-de-juf-het-niet’-discussies en zorgt voor een consistente leeraanpak.
Veel video’s op onze website zijn volledig gratis te bekijken. Bij video’s met ‘Bekijk gratis preview’ is alleen een korte versie beschikbaar. Voor toegang tot de volledige videobijles kun je het bijpassende pakket bestellen via de voorbeeldvideo-pagina of in onze shop.
De videobijles helpt je kind om de stof goed te begrijpen, maar oefenen is net zo belangrijk. We raden aan om het bijpassende oefenboek erbij te bestellen. Hiermee kan je kind niet alleen online oefenen met de videolessen, maar ook offline aan de slag om het geleerde toe te passen.
Ja! Je kind kan zelf bepalen wanneer en hoe vaak hij of zij een videobijles bekijkt. De lessen zijn beschikbaar gedurende een jaar en kunnen op elk moment gepauzeerd of herhaald worden. Zo kan je kind leren op zijn eigen tempo en moeilijke delen vaker bekijken als dat nodig is.
Je betaalt eenmalig voor de pakketten met videobijles en krijgt direct toegang voor een jaar. Er is geen abonnement en dus geen gedoe met opzeggen. Na betaling kun je de lessen zo vaak bekijken als je wilt, zonder verdere verplichtingen of onverwachte kosten. Dit geeft je de flexibiliteit om het lesmateriaal te gebruiken wanneer het jou en je kind het beste uitkomt.
Een voltooid deelwoord is een werkwoordsvorm die aangeeft dat iets al gebeurd of afgerond is. De naam zegt het eigenlijk al: het gaat om een handeling die ‘voltooid’ is. In de video wordt dit mooi uitgelegd met de vergelijking: “Deze toets heb ik eindelijk voltooid. Dat betekent dat ‘ie af is! Klaar, finito!”
Het voltooid deelwoord is een belangrijk onderdeel van de Nederlandse taal en komt vaak voor in zinnen waarbij iets in het verleden is gebeurd of afgerond. Het verschilt van de persoonsvorm doordat het niet verandert als je de tijd van de zin aanpast.
Je kunt een voltooid deelwoord op verschillende manieren herkennen. Hier zijn de belangrijkste kenmerken:
Een voltooid deelwoord staat meestal aan het einde of bijna aan het einde van de zin, terwijl de persoonsvorm vaak aan het begin staat. Bijvoorbeeld: ‘Ik heb een ijsje gegeten’ of ‘Mijn fiets moet morgen gemaakt worden’.
Een voltooid deelwoord blijft hetzelfde als je de tijd van de zin verandert. Alleen de persoonsvorm verandert. Vergelijk deze zinnen:
‘Ik ben naar school gefietst’ wordt ‘Ik was naar school gefietst’. Het voltooid deelwoord ‘gefietst’ blijft onveranderd, terwijl de persoonsvorm ‘ben’ verandert in ‘was’.
In een zin met een voltooid deelwoord staat altijd een vorm van ‘hebben’, ‘zijn’ of ‘worden’. Deze hulpwerkwoorden werken samen met het voltooid deelwoord:
Veel voltooide deelwoorden beginnen met het voorvoegsel ‘ge-‘, zoals: gemaakt, gewerkt, gegeten, gelopen. Er zijn echter belangrijke uitzonderingen die je moet kennen:
De spelling van voltooide deelwoorden hangt af van het soort werkwoord. Er zijn twee hoofdgroepen: sterke en zwakke werkwoorden.
Sterke werkwoorden veranderen van klank in de verleden tijd. Hun voltooide deelwoorden eindigen bijna altijd op -en:
Een uitzondering is bijvoorbeeld: ik doe – ik deed – ik heb gedaan (met alleen een -n aan het eind).
Zwakke werkwoorden klinken in de tegenwoordige en verleden tijd hetzelfde, alleen met -te of -de erbij. Hun voltooide deelwoorden eindigen op -d of -t:
Om te bepalen of je een -d of -t moet schrijven, kun je het voltooid deelwoord verlengen:
Als je niet goed kunt horen of je een -d of -t moet schrijven, gebruik dan de regel van ’t ex-kofschip of ’t sexy fokschaap. Kijk naar de laatste medeklinker van de stam van het werkwoord:
Voorbeeld: voor ‘draven’ is de stam ‘drav’. De laatste letter is ‘v’ en die zit niet in ’t ex-kofschip. Dus schrijf je ‘gedraafd’ met een d.
Als de laatste medeklinker van de stam wél in ’t ex-kofschip zit, schrijf je een t. Wil je hier meer over weten? Bekijk dan onze video over de persoonsvorm verleden tijd.
Een voltooid deelwoord kan ook als bijvoeglijk naamwoord worden gebruikt. Dit betekent dat het iets zegt over een zelfstandig naamwoord, net zoals ‘blauwe’ in ‘de blauwe fiets’.
Voorbeelden van bijvoeglijk gebruikte voltooide deelwoorden zijn:
Voor de spelling gelden deze regels:
Het herkennen en correct spellen van voltooide deelwoorden vraagt oefening. Hier zijn enkele praktische tips:
Wil je je kind hiermee laten oefenen? Bekijk dan ons oefenpakket met videobijles en opdrachten over werkwoordspelling.