Er zijn 4 hoofdgroepen:
In totaal zijn er meer dan honderd signaalwoorden. De meest gebruikte zijn: ‘maar’, ‘omdat’, ‘want’, ‘dus’, ‘daarna’, ‘eerst’, ’tenslotte’, ‘echter’, ‘bovendien’ en ‘daarom’.
Let op woorden die zinnen of alinea’s verbinden. Vraag je kind wat er na het woord komt: een reden, een tegenstelling, een opsomming of een conclusie. Samen oefenen met onderstrepen of markeren helpt erg goed.
Signaalwoorden geven verschillende tekstverbanden aan:
Elk tekstverband heeft eigen signaalwoorden. Zo leert je kind de structuur van een tekst beter begrijpen.
Signaalwoorden verbinden zinnen in een alinea of hele alinea’s. Aan het begin van een alinea laten woorden zoals ‘bovendien’, ‘daarentegen’ of ‘samenvattend’ zien hoe de nieuwe alinea zich verhoudt tot de vorige. Zo ziet je kind het grotere plaatje van de tekst.
Onze videolessen zijn gemaakt door onderwijsexperts en sluiten helemaal aan bij de lesstof op school. De uitleg over signaalwoorden volgt precies dezelfde aanpak als in de klas, zodat er geen verwarring ontstaat.
Veel video’s op onze website zijn gratis te bekijken. Bij sommige video’s zie je een gratis preview. Wil je de volledige videobijles over alle strategieën van begrijpend lezen? Dan kun je het bijpassende pakket bestellen via de pagina met voorbeeldvideo’s of in onze shop. Met een volledig pakket krijg je ook meer oefeningen en uitgebreidere uitleg.
Oefenpakket Begrijpend Lezen Groep 6 oefenboek + videobijles
Oefenpakket Begrijpend Lezen Groep 7 oefenboek deel 1 en deel 2 + videobijles
Oefenpakket Begrijpend Lezen Groep 8 oefenboek deel 1 en deel 2 + videobijles
De videobijles helpt je kind, maar oefenen is net zo belangrijk. Het bijbehorende oefenboek Begrijpend Lezen is een goede aanvulling. Zo kan je kind zowel online als offline oefenen met signaalwoorden. Samen oefenen versterkt het begrip.
Lees samen teksten en bespreek de signaalwoorden. Stel vragen zoals:
Doe dit ook bij gewone teksten: kinderboeken, nieuwsberichten of recepten. Zo leert je kind de vaardigheid in verschillende situaties toe te passen.
Wil je meer tips over begrijpend lezen? Bekijk ook onze video’s over de hoofdgedachte van een tekst of verwijswoorden die nauw samenhangen met signaalwoorden.
Signaalwoorden zijn woorden die zinnen en alinea’s met elkaar verbinden. Ze geven een hint over wat er gaat komen in een tekst: een uitleg, een reden, een tegenstelling of een opsomming.
Eigenlijk kun je ze zien als wegwijzers. Ze laten je kind zien hoe de tekst in elkaar zit.
Voorbeelden zijn woorden zoals ‘maar’, ‘omdat’ en ‘want’. Het woord ‘signaal’ betekent hier gewoon een seintje: een teken dat er iets belangrijks volgt. Door goed op deze signalen te letten, begrijpt je kind de tekst beter.
Signaalwoorden helpen je kind om een tekst te begrijpen. Ze laten zien dat zinnen bij elkaar horen. Dat is belangrijk bij begrijpend lezen.
Als je kind signaalwoorden herkent, leest het niet alleen losse zinnen. Het ziet ook de verbanden tussen de zinnen. Zo wordt lezen actiever en makkelijker.
Bijvoorbeeld: als je kind het woord ‘eerst’ tegenkomt, weet het dat er waarschijnlijk ook een ‘daarna’ en misschien zelfs een ’tenslotte’ volgt. Bij het woord ‘omdat’ weet je kind dat er een reden komt.
Veel kinderen vinden dit lastig en dat is helemaal oké. Je hoeft dit niet perfect te begrijpen om je kind goed te helpen.
Wil je gestructureerd oefenen met alle strategieën voor begrijpen lezen? Met dit volledige pakket kun je uitgebreid oefenen:
Oefenpakket Begrijpend Lezen Groep 6 oefenboek + videobijles
Oefenpakket Begrijpend Lezen Groep 7 oefenboek deel 1 en deel 2 + videobijles
Oefenpakket Begrijpend Lezen Groep 8 oefenboek deel 1 en deel 2 + videobijles
Er zijn verschillende soorten signaalwoorden. Ze hebben allemaal een eigen taak in de tekst. Hieronder vind je de belangrijkste categorieën:
Deze signaalwoorden geven aan dat er een reeks of volgorde komt:
Praktisch voorbeeld:
In de video over freerunning zegt de tekst:
‘Als je begint met freerunning, oefen je eerst de makkelijke sprongen. Daarna maak je de sprongen steeds moeilijker. Uiteindelijk kun je ook de salto’s proberen.’
Door op ‘eerst’, ‘daarna’ en ‘uiteindelijk’ te letten, begrijpt je kind de volgorde.
Deze signaalwoorden geven een verklaring of reden. Bijvoorbeeld:
Voorbeeld:
‘Jip is boos, omdat hij niet naar buiten mag.’
Het woord ‘omdat’ vertelt waarom Jip boos is.
Deze woorden laten zien dat er iets tegenovergestelds volgt. Bijvoorbeeld:
Voorbeeld uit de video:
‘De winkel gaat pas om half 10 open, maar tante Rosa heeft ons verteld dat ze altijd vroeger is.’
Het woord ‘maar’ geeft hier een tegenstelling aan.
Deze woorden laten zien wat het gevolg is of dat iets wordt afgerond. Bijvoorbeeld:
Signaalwoorden leren herkennen kan je kind oefenen. Het helpt om te beginnen met korte voorbeelden. In de video worden 2 voorbeelden gebruikt om te laten zien hoe je signaalwoorden kunt opsporen:
Voorbeeld 1: Freerunning-tekst
De woorden ‘eerst’, ‘daarna’ en ‘uiteindelijk’ geven de volgorde van het oefenen aan. Zo ziet je kind hoe het leren van freerunnen in stappen gaat.
Voorbeeld 2: Een dagje helpen in de winkel
Door op deze woorden te letten, begrijpt je kind beter wat er gebeurt en wat het verband is tussen de zinnen.
Wil je je kind thuis helpen? Dit werkt goed:
Het belangrijkste: het vinden van signaalwoorden is geen doel op zich. Het is een hulpmiddel om de tekst beter te begrijpen. Samen rustig oefenen helpt vaak al heel goed.