Bij taalkundig ontleden benoem je elk woord in een zin. Je kijkt wat voor soort woord het is, zoals een werkwoord of zelfstandig naamwoord. Je kijkt dus niet naar de hele zin, maar naar de losse woorden.
Bij redekundig ontleden werk je stap voor stap.
Eerst kijk je wat er gebeurt in de zin (het gezegde).
Daarna kijk je wie of wat dat doet (het onderwerp).
Vervolgens kijk je wie of wat het meemaakt (het lijdend voorwerp).
Dan kijk je of er iemand is die iets krijgt (het meewerkend voorwerp).
Daarna kijk je waar, wanneer, hoe of waarom iets gebeurt (de bijwoordelijke bepaling).
Kleuren of haakjes kunnen helpen om alles overzichtelijk te maken.
De 5 belangrijkste zinsdelen zijn:
Voor het lijdend voorwerp stel je de vraag:
Wie of wat + gezegde + onderwerp?
Het antwoord is het lijdend voorwerp.
Onze videobijlessen sluiten aan bij wat kinderen op school leren. Zo voorkom je verwarring en ‘zo-doet-de-juf-het-niet’-discussies. De uitleg is rustig, duidelijk en herkenbaar.
Veel video’s zijn gratis te bekijken. Wil je meer? Dan kun je het pakket bestellen via de pagina met voorbeeldvideo’s of in onze shop. Je krijgt dan een jaar lang toegang.
Begrijpen en oefenen horen bij elkaar. Daarom zijn de Oefenboeken Zinsontleding en Woordsoorten een fijne aanvulling.
Zo kan je kind het geleerde ook zelf toepassen, online én offline.
In groep 5 beginnen veel kinderen met het leren van woordsoorten. Soms maken ze dan ook al kennis met eenvoudige onderdelen van zinnen, zoals de persoonsvorm en het onderwerp.
Vanaf groep 6 wordt redekundig ontleden verder opgebouwd. In groep 7 en 8 oefenen kinderen dit uitgebreider en leren ze meer zinsdelen.
De precieze volgorde en aanpak kunnen per school en taalmethode verschillen.
Ontleden klinkt voor veel ouders lastig.
Misschien denk je: Oei, dat deed ik vroeger ook nooit graag.
Dat horen we vaak. En dat is helemaal oké.
Ontleden betekent dat je een zin in stukjes bekijkt. Niet om het moeilijk te maken, maar juist om taal beter te snappen. Elk stukje heeft een eigen taak in de zin.
Die stukjes noemen we zinsdelen of woordsoorten. Door daarmee te oefenen, leert je kind beter lezen, schrijven en zinnen bouwen.
Je hoeft het zelf niet perfect te begrijpen om je kind te kunnen helpen. Wij lopen dit samen stap voor stap met je door.
Op school leert je kind 2 manieren van ontleden. Dat kan verwarrend zijn, dus we zetten ze even naast elkaar.
Er zijn 2 verschillende manieren van ontleden:
Taalkundig ontleden
Dan kijk je naar elk woord apart.
Redekundig ontleden
Dan kijk je naar groepjes woorden die samen iets doen in de zin.
Beide manieren horen bij elkaar. Ze helpen je kind om taal van 2 kanten te bekijken. Net als losse steentjes én het muurtje dat je ermee bouwt.
Wil je samen met je kind stap voor stap oefenen met ontleden? Dan is het pakket Ontleden Compleet een goede aanvulling.
Bij taalkundig ontleden kijkt je kind naar elk woord los. Elk woord krijgt een naam. Die naam noemen we een woordsoort.
Veel kinderen leren bijvoorbeeld deze woordsoorten:
Dat lijkt veel. Maar kinderen oefenen dit stap voor stap, over meerdere jaren.
Voorbeeldzin:
De lieve oma gaf haar kleinkinderen een heerlijke appeltaart.
Zo leert je kind:
Bij redekundig ontleden kijkt je kind niet naar losse woorden, maar naar groepjes woorden die samen 1 taak hebben. Zo’n groepje noemen we een zinsdeel.
De belangrijkste zinsdelen die kinderen leren zijn:
We nemen dezelfde zin weer als voorbeeld:
De lieve oma gaf haar kleinkinderen een heerlijke appeltaart.
Hier leert je kind: welke rol speelt dit stukje in de zin?
Het verschil zit vooral in hoe je kijkt.
Bij taalkundig ontleden kijk je naar elk woord apart.
Wat voor soort woord is het?
Bij redekundig ontleden kijk je naar groepjes woorden.
Wat doen ze samen in de zin?
In de zin ‘De lieve oma gaf haar kleinkinderen een heerlijke appeltaart’ bestaat het onderwerp uit 3 woorden. Die 3 woorden zijn taalkundig gezien allemaal iets anders.
Je kunt het vergelijken met bouwen:
Ontleden helpt kinderen om taal beter te begrijpen. Niet alleen voor toetsen, maar juist voor het dagelijks lezen en schrijven.
Het helpt bij:
Je kind hoeft niet elke zin perfect te kunnen ontleden. Maar wat het leert, gebruikt het vanzelf bij lezen en schrijven.
Samen rustig oefenen helpt vaak al enorm.
Je hoeft geen juf of meester te zijn om je kind te kunnen helpen. Kleine dingen maken al verschil.
Bijvoorbeeld:
En misschien wel het belangrijkste: gebruik dezelfde woorden als op school. Dat geeft je kind houvast.
Merk je dat je kind extra uitleg fijn vindt? Dan kunnen onze videobijlessen een mooie aanvulling zijn. Je kind kan ze een jaar lang op eigen tempo bekijken, zo vaak als nodig.
Nog een voorbeeld uit het dagelijks leven:
Zin:
De vrolijke kinderen spelen buiten op het plein.
Taalkundig ontleden:
Redekundig ontleden:
Zo zie je het verschil heel duidelijk.
Even alles op een rij:
Beide helpen je kind om taal beter te begrijpen. En jij hoeft het niet perfect te snappen.
Wij zijn er voor ouders die samen met hun kind willen leren, zonder stress, stap voor stap.
Wil je alvast oefenen met het zelfstandig naamwoord? Bekijk dan deze video.