Video Poster

Breuken omrekenen naar procenten: stap voor stap

Het omrekenen van breuken naar procenten klinkt vaak ingewikkelder dan het is. Als je het stap voor stap bekijkt, wordt het ineens een stuk duidelijker. In dit artikel leggen we 3 manieren uit om breuken om te rekenen naar procenten. […] Lees verder

Download gerelateerde oefenbladen

gratis oefenbladen doorstroomtoets groep 8-min
Oefenblad

Oefenbladen Doorstroomtoets Groep 8 (Gratis)

Gratis Oefenbladen Cito - IEP toets
Oefenblad

Oefenbladen Cito/IEP-toets Groep 7 (Gratis)

Veelgestelde vragen over de videobijles

Hoe leg ik het verschil tussen breuken en procenten eenvoudig uit aan mijn kind?

Je kunt zeggen dat het 2 manieren zijn om hetzelfde te laten zien. Een breuk laat zien welk deel van een geheel iets is. Een percentage laat dat deel zien per 100.

Je kunt dit laten zien met een strook die je in stukken knipt, een cirkel die je in taartpunten verdeelt of een honderdveld. Zo ziet je kind dat 1/4 hetzelfde is als 25 van de 100 hokjes, oftewel 25%.

Welke methode voor het omrekenen van breuken naar procenten werkt het beste voor kinderen?

Dat verschilt per kind. Sommige kinderen leren vooral door te tekenen. Dan werkt de tekenmethode goed. Je verdeelt een strook of cirkel dan in stukken. Andere kinderen vinden hoofdrekenen fijner. Dan is de deelsom- of vermenigvuldigmethode vaak makkelijker. Het belangrijkste is dat je kind snapt wat procenten eigenlijk betekenen.

Hoe kan ik mijn kind helpen om breuken, procenten en kommagetallen in het dagelijks leven te herkennen?

Wijs je kind op voorbeelden in het dagelijks leven, zoals:

  • kortingen in de winkel
  • ingrediënten in recepten
  • getallen en grafieken in het nieuws

Bij een korting van 25% kun je vragen: “Welk deel van de prijs is dat?” (1/4)

En bij een recept: “Als je 0,5 liter melk nodig hebt, hoeveel procent is dat van een literpak?” (50%)

Mijn kind vindt het lastig om breuken als 1/3 naar procenten om te rekenen. Hoe kan ik helpen?

Dat is heel normaal. Breuken die niet netjes in 100 passen, zijn gewoon lastiger.

Leg uit dat je dan een afgerond antwoord gebruikt.
100 : 3 = 33 rest 1, dus dat is 33⅓%.
In de praktijk ronden we dit vaak af naar 33,3% of 0,33.

Je kunt ook een rekenmachine gebruiken om te laten zien dat 1 : 3 = 0,333… met oneindig veel drieën.

Hoe weet ik of de uitleg in de videobijlessen aansluit bij school?

Onze videobijlessen zijn ontwikkeld door onderwijsexperts en sluiten aan bij de lesstof op school. Geen verwarring. Geen ‘zo-doet-de-juf-het-niet’-discussies meer. De uitleg is helder en volgt de aanpak die kinderen gewend zijn. De 3 methodes die we laten zien, worden ook op school gebruikt.

Waar kan ik de volledige videobijles bestellen?

Veel video’s op onze website zijn gratis te bekijken. Bij sommige video’s is alleen een korte versie beschikbaar. Wil je toegang tot de volledige videobijles? Dan kun je het bijpassende pakket bestellen via de pagina met voorbeeldvideo’s of in onze shop. Je krijgt dan toegang tot alle uitleg en oefeningen.

Is alleen een videobijles genoeg of heeft mijn kind ook oefenmateriaal nodig?

De videobijles helpt je kind om de stof te begrijpen. Oefenen is daarna echt belangrijk. Daarom is het handig om het bijpassende oefenboek erbij te hebben. Dan kan je kind online én offline oefenen. Vooral bij breuken en procenten is veel oefening nodig om het echt goed te begrijpen.

Kan mijn kind de videobijles in zijn eigen tempo volgen?

Ja! Je kind kan zelf bepalen wanneer en hoe vaak hij of zij de videobijles kijkt. De lessen zijn 1 jaar beschikbaar en kunnen gepauzeerd en herhaald worden. Dat is fijn bij onderwerpen zoals breuken en procenten, waar sommige kinderen wat meer tijd nodig hebben.

Hoe werkt de betaling en zit ik ergens aan vast?

Je betaalt eenmalig voor het pakket met videobijles en krijgt toegang voor 1 jaar. Er is geen abonnement en geen gedoe met opzeggen. Na een jaar vervalt de toegang automatisch, tenzij je verlengt.

Is er een verschil tussen deze video en de video 'van procenten naar breuken'?

Ja. Deze video legt uit hoe je breuken omrekent naar procenten. De andere video legt precies het omgekeerde uit: hoe je procenten omrekent naar breuken.

Als je kind beide richtingen wil leren, is het handig om beide video’s te bekijken. Ze vullen elkaar mooi aan.

Het omrekenen van breuken naar procenten klinkt vaak ingewikkelder dan het is. Als je het stap voor stap bekijkt, wordt het ineens een stuk duidelijker.

In dit artikel leggen we 3 manieren uit om breuken om te rekenen naar procenten. Je ziet ook hoe je bij elke breuk het bijbehorende kommagetal vindt. Dat is handig, want dit komt veel terug in de bovenbouw van de basisschool.

De video hierboven laat stap voor stap zien hoe het werkt.

Wat betekent procent eigenlijk?

Procent is eigenlijk een heel simpel woord als je het uit elkaar haalt.

  • ‘Cent’ betekent 100
  • ‘Pro’ betekent ‘van de’

Procent betekent dus: van de 100.

Dat is ook waarom 1% hetzelfde is als 1/100 (1 honderdste). En als kommagetal is dat 0,01.

Als je dit snapt, wordt het omrekenen ineens veel logischer.

Wil je je kind stap voor stap laten oefenen met procenten? Dan is de Spoedcursus Procenten en kommagetallen Groep 7/8 een mooie aanvulling.

3 manieren om breuken naar procenten om te rekenen

In de video zie je 3 manieren. Je kind mag zelf kiezen welke het fijnst voelt.

1. De tekenmethode: visualiseren

Je tekent een strook of cirkel en verdeelt die in evenveel stukken als de noemer.
Bij ¼ verdeel je de strook in 4 gelijke stukken.
De hele strook is 100%, dus elk stukje is 25%.

Deze methode helpt vooral kinderen die beeldend leren.

2. De deelsommethode: 100 delen door de noemer

Je deelt 100 door de noemer.
Voor ¼ is dat: 100 : 4 = 25.
Dan vermenigvuldig je met de teller: 25 × 1 = 25%.

Dit werkt goed als je kind handig is met hoofdrekenen.

3. De vermenigvuldigmethode: teller × 100 : noemer

Je vermenigvuldigt de teller met 100 en deelt dat door de noemer.
Voor ¼ is dat: (1 × 100) : 4 = 25%.

Soms helpt het om dit te zien als een breuk:
¼ × 100/1 = 100/4 = 25%.

Voorbeelden van breuken naar procenten

Hieronder staan voorbeelden die in de video ook voorbij komen.
Je kunt dit samen met je kind rustig oefenen.

  • 1/4 → 25% → 0,25
  • 1/10 → 10% → 0,1
  • 1/5 → 20% → 0,2
  • 1/8 → 12,5% → 0,125
  • 1/3 → ongeveer 33,3% → 0,33
  • 1/2 → 50% → 0,5
  • 3/4 → 75% → 0,75
  • 3/20 → 15% → 0,15
  • 6/25 → 24% → 0,24
  • 4/5 → 80% → 0,8

Lastige breuken omrekenen

Sommige breuken passen niet netjes in 100. Bijvoorbeeld 1/3.

Bij 1/3 deel je 100 door 3. Dat is 33 rest 1.
Die rest is 1/3, dus het totaal is 33⅓%.

Als kommagetal ronden we dit meestal af naar 0,33.
In werkelijkheid is het 0,333… met oneindig veel drieën.

Bij breuken zoals 3/20 of 6/25 kun je eerst uitrekenen wat 1/20 of 1/25 is.

  • 1/20 = 5% → dus 3/20 = 3 × 5% = 15%
  • 1/25 = 4% → dus 6/25 = 6 × 4% = 24%

Handige breuken om uit je hoofd te kennen

Net als bij tafels is het handig om een aantal breuken uit je hoofd te kennen.
Die komen vaak terug in sommen en in het dagelijks leven.

  • 1/2 = 50%
  • 1/4 = 25%
  • 3/4 = 75%
  • 1/5 = 20%
  • 1/10 = 10%
  • 1/8 = 12,5%
  • 1/3 ≈ 33,3% (het ≈-teken betekent ‘ongeveer’)

Het belang van kommagetallen

Bij elke breuk en elk percentage hoort ook een kommagetal. Als je kind dit begrijpt, wordt het rekenen met verhoudingen en geld makkelijker.

Bijvoorbeeld:
1/4 = 25% = 0,25
1/10 = 10% = 0,1

In het dagelijks leven komen deze getallen vaak terug. Denk aan:

  • rentepercentages in het nieuws
  • recepten met hoeveelheden
  • kortingen in winkels

Toepassingen in het dagelijks leven

De video geeft ook voorbeelden die je kind laten zien wanneer deze getallen gebruikt worden:

  • Een bericht in de krant: De rente is met 1% gedaald.
  • Een recept: Je hebt 0,33 liter slagroom nodig.
  • Op school: 1/8 deel van de klas heeft een onvoldoende.

Zo wordt droge theorie iets wat je tegenkomt in het echt. Je kind gaat snappen waarom het handig is als je breuken, procenten en kommagetallen kunt omrekenen.

Oefenen met breuken en procenten

Oefenen is echt belangrijk. Zo gaat je kind begrijpen hoe het werkt. Het omrekenen van breuken naar procenten en kommagetallen wordt dan steeds makkelijker.

Begin met simpele breuken zoals 1/2 en 1/4.
Als dat goed gaat, kun je verder met 3/20 of 6/25.

Een simpele oefening: vraag je kind welk percentage bij een breuk hoort, en andersom.

Als je merkt dat je kind extra oefenen met procenten fijn vindt, dan is de Spoedcursus Procenten en kommagetallen Groep 7/8 een mooie aanvulling.