Een zonnewijzer geeft de lokale zonnetijd aan. Die kan verschillen van de tijd op je horloge, soms wel tot een half uur. Dat komt doordat onze klokken werken met standaardtijdzones en niet met de stand van de zon op de plek waar jij bent.
Je kijkt waar de schaduw van de gnomon valt op de wijzerplaat. Die plek geeft de zonnetijd aan. Let op: zonnewijzers zijn vaak gemaakt voor een specifieke locatie en zijn daarom niet overal even nauwkeurig.
Ja. Een zonnewijzer is een van de oudste vormen van een klok. Hij werkt alleen bij daglicht en zon, maar duizenden jaren lang was dit dé manier om de tijd te meten.
De zon beweegt van oost naar west. Daardoor verandert de plek van de schaduw op de wijzerplaat. De streepjes op de plaat laten zien hoe laat het ongeveer is.
Onze videobijlessen zijn ontwikkeld door onderwijsexperts en sluiten aan bij de methodes die op de meeste basisscholen worden gebruikt. Zo voorkom je verwarring en heb je geen ‘zo-doet-de-juf-het-niet’-discussies meer. De uitleg sluit goed aan bij wat je kind in de klas leert.
Veel video’s zijn gratis te bekijken. Bij sommige video’s is alleen een preview beschikbaar. De volledige videobijles en het oefenmateriaal zijn te bestellen via de pagina met voorbeeldvideo’s of in onze shop. Na betaling krijg je direct toegang tot alle materialen.
De uitleg helpt je kind om de stof te begrijpen, maar door te oefenen blijft de kennis beter hangen. Daarom raden we aan om ook het bijpassende oefenboek te gebruiken. Hiermee kan je kind niet alleen online oefenen met de videolessen, maar ook offline aan de slag om met het geleerde te oefenen in verschillende situaties.
Begin klein, met een weekkalender. Breid dit daarna uit naar een maandkalender. Maak het praktisch en verbind het aan het dagelijks leven, bijvoorbeeld door samen verjaardagen, uitjes of vakanties in te plannen. Zo wordt tijdsbesef begrijpelijk én betekenisvol.
Wil je oefenen met digitaal klokkijken? Bekijk dan deze video.
Tijd… voor veel kinderen is het best een lastig begrip. Wanneer is iets ‘volgende week’? Hoe lang duurt een maand? En wat bedoelen we eigenlijk met een eeuw?
In deze uitgebreide uitleg leert je kind stap voor stap hoe verschillende soorten kalenders werken, hoe je eeuwen herkent op een tijdbalk en hoe een zonnewijzer de tijd aangeeft. Dit zijn belangrijke vaardigheden voor kinderen, omdat ze helpen bij het ontwikkelen van een goed tijdsbesef.
In de video hierboven wordt alles rustig en duidelijk uitgelegd, met beelden en voorbeelden die je kind meteen herkent. Hieronder lees je als ouder precies wat er wordt behandeld, zodat je je kind ook thuis kunt helpen of mee kunt denken.
Wil je gelijk gestructureerd oefenen met je kind? Dan is het Oefenpakket Klokkijken voor groep 4/5 of het Oefenpakket Rekenen met tijd voor groep 6/7/8 een fijne aanvulling.
We gebruiken in het dagelijks leven allerlei soorten kalenders. Elke kalender heeft een eigen functie en helpt je kind om grip te krijgen op de tijd. We nemen ze hieronder 1 voor 1 met je door.
Een weekkalender laat de dagen van maandag tot en met zondag zien. Voor veel kinderen is dit een van de eerste kalenders waarmee ze leren werken. Vaak begint dat al eerder met een dagritmekaart of dagplanner, waarop te zien is wat er die dag gebeurt. De weekkalender bouwt hierop voort en helpt kinderen om ook verder vooruit te kijken dan 1 dag.
De weekkalender is een mooi middel om begrippen als gisteren, vandaag, morgen en overmorgen te leren begrijpen.
Voor veel kinderen is dit een belangrijke stap in het ontwikkelen van tijdsbesef. Daarmee leren ze beter begrijpen wanneer iets plaatsvindt, bijvoorbeeld op welke dag ze gym hebben of wanneer het weekend begint.
Een agenda lijkt op een weekkalender, maar loopt langer door. Hierin noteer je afspraken, sportdagen of toetsen. Door met een agenda te werken, leert je kind plannen en vooruitkijken. Dat zijn vaardigheden waar ze op de middelbare school veel profijt van hebben.
Een maandkalender laat in 1 oogopslag alle dagen van een maand zien. De dagen zijn verdeeld in weken, waardoor kinderen leren dat weken samen een maand vormen.
Dit helpt vooral bij het plannen van dingen die verder weg liggen, zoals een verjaardag, een schoolreisje of een vakantie. Je kind ziet dat de dagen van de week steeds terugkomen in hetzelfde patroon en dat geeft overzicht en rust.
Een verjaardagskalender is net even anders. Hierop staan alleen de dagen van de maand, zonder weekdagen. Dat is ook precies de bedoeling: je gebruikt deze kalender alleen om verjaardagen te onthouden.
Het handige is dat je een verjaardagskalender elk jaar opnieuw kunt gebruiken. De datum blijft hetzelfde, ook al valt de verjaardag ieder jaar op een andere dag.
Een jaarkalender laat het hele jaar zien op 1 blad. Alle 12 maanden staan erop, met daaronder de dagen van de week. Voor kinderen geeft dit een fijn totaaloverzicht.
In de video wordt uitgelegd dat veel jaarkalenders werken met weeknummers. Die staan vaak in rood aangegeven. Zo zie je snel in welke week een bepaalde datum valt. Bijvoorbeeld: zondag 3 oktober valt in week 41.
Met een jaarkalender leert je kind grotere sprongen in de tijd maken: 3 weken vooruit, een maand terug of zelfs een paar maanden verder kijken. Dat is handig bij het plannen van toetsen, projecten of vakanties.
Naast kalenders komen kinderen ook tijdbalken tegen, vooral bij geschiedenis. Een tijdbalk lijkt een beetje op een getallenlijn, maar dan voor tijd.
Op een tijdbalk zie je hoe de tijd verloopt. Meestal staat rechts het heden (nu) en ga je naar links steeds verder terug in de tijd. Dit helpt kinderen om gebeurtenissen in de juiste volgorde te plaatsen en te begrijpen wat ‘lang geleden’ of ‘recent’ betekent.
Om de geschiedenis overzichtelijk te maken, is de tijdbalk verdeeld in tijdvakken. In de video worden bijvoorbeeld deze tijdvakken genoemd:
Door deze indeling leren kinderen dat bepaalde gebeurtenissen bij elkaar horen en in dezelfde periode plaatsvinden.
Tijdvakken geven een globaal overzicht van de geschiedenis. Eeuwen zijn preciezer. Die vinden veel kinderen lastig, maar met een eenvoudige regel wordt het al snel duidelijk:
Kijk naar het honderdtal van het jaartal en tel daar 1 bij op.
Voorbeelden:
In de video wordt dit gekoppeld aan een concreet voorbeeld: koning Willem I werd koning in 1815, dus in de 19e eeuw. Zulke voorbeelden maken het veel begrijpelijker.
Lang voordat er klokken bestonden, gebruikten mensen de zon om de tijd te meten. Dat deden ze met een zonnewijzer.
Een zonnewijzer werkt met zonlicht en schaduw. In het midden staat een stokje of pin: de gnomon. Deze werpt een schaduw op een plaat met streepjes of cijfers. Waar de schaduw valt, kun je ongeveer zien hoe laat het is.
Omdat de zon gedurende de dag beweegt, verschuift ook de schaduw. Zo kon men vroeger de tijd bepalen. Zonnewijzers werden al gebruikt in het oude Egypte, duizenden jaren geleden. Het is dus een van de oudste manieren om tijd te meten.
In de video zie je veel voorbeelden van hoe kalenders, tijdbalken en zonnewijzers werken. Maar oefenen is minstens zo belangrijk.
Dit kun je thuis samen doen:
Wil je kind extra en gestructureerd oefenen? Dan is het Oefenpakket Klokkijken voor groep 4/5 of het Oefenpakket Rekenen met tijd voor groep 6/7/8 een fijne aanvulling.