Samengestelde werkwoorden bestaan uit twee delen: een voorvoegsel en een werkwoord. Het voorvoegsel zit aan het werkwoord vast en samen vormen ze een nieuw werkwoord. Voorbeelden zijn: voorlezen, opbellen, glimlachen en overzien. Je herkent ze doordat je ze kunt splitsen in een voorvoegsel (voor-, op-, glim-, over-) en een werkwoord (lezen, bellen, lachen, zien).
In het Nederlands kennen we drie hoofdsoorten werkwoorden: zelfstandige werkwoorden (die zelfstandig betekenis hebben, zoals lopen, eten), hulpwerkwoorden (die andere werkwoorden helpen, zoals hebben, zijn, zullen) en koppelwerkwoorden (die een toestand aangeven, zoals worden, blijven, lijken). Samengestelde werkwoorden kunnen tot elk van deze categorieën behoren.
Onscheidbare samengestelde werkwoorden zijn werkwoorden waarvan de delen altijd aan elkaar vastzitten in een zin. Ze hebben vaak voorvoegsels zoals be-, ge-, her-, ont- en ver-. Voorbeelden zijn: beloven, genieten, herhalen, ontdekken en verwerken. In tegenstelling tot scheidbare werkwoorden blijven deze altijd als een geheel in de zin staan.
Je kunt samengestelde werkwoorden vinden door te kijken of een werkwoord uit twee betekenisvolle delen bestaat: een voorvoegsel en een basiswerkwoord. Test of het een scheidbaar werkwoord is door het in een zin te gebruiken: als het voorvoegsel en het werkwoord van elkaar gescheiden kunnen worden (zoals bij ‘ik bel op’), is het een scheidbaar samengesteld werkwoord. Als ze altijd aan elkaar blijven (zoals bij ‘ik beloof’), is het onscheidbaar.
Onze videobijlessen zijn ontwikkeld door onderwijsexperts en sluiten volledig aan bij de lesstof op school. De uitleg volgt dezelfde methoden die op school worden gebruikt, waardoor er geen verwarring ontstaat. Dit voorkomt ‘zo-doet-de-juf-het-niet’-discussies en zorgt voor een consistente leeraanpak voor je kind.
Veel video’s op onze website zijn volledig gratis te bekijken. Bij video’s met ‘Bekijk gratis preview’ is alleen een korte versie beschikbaar. Voor toegang tot de volledige videobijles kun je het bijpassende pakket bestellen via de voorbeeldvideo-pagina of in onze shop. Je krijgt dan direct toegang tot alle materialen.
De videobijles helpt je kind om de stof goed te begrijpen, maar oefenen is net zo belangrijk. Daarom raden we aan om het bijpassende oefenboek erbij te bestellen. Hiermee kan je kind niet alleen online oefenen met de videolessen, maar ook offline aan de slag om het geleerde toe te passen en te verankeren.
Je gebruikt een scheidbaar of onscheidbaar werkwoord afhankelijk van wat je wilt uitdrukken. Dit is niet iets wat je kunt kiezen; elk samengesteld werkwoord is óf scheidbaar óf onscheidbaar. Het is belangrijk dat je kind leert herkennen welke werkwoorden scheidbaar zijn en welke niet, omdat dit invloed heeft op de zinsopbouw en spelling.
Help je kind door samen voorbeelden te zoeken in teksten die jullie lezen. Maak er een spel van: wie vindt de meeste samengestelde werkwoorden? Laat je kind ook oefenen met het maken van zinnen waarin scheidbare werkwoorden gesplitst worden. Door regelmatig te oefenen en er aandacht aan te besteden, zal je kind steeds beter worden in het herkennen en gebruiken van deze werkwoorden.
Samengestelde werkwoorden bestaan uit twee delen: een voorvoegsel en een werkwoord. Het voorvoegsel zit aan het werkwoord vastgeplakt en vormt zo een nieuw werkwoord. Deze werkwoorden komen veel voor in de Nederlandse taal en zijn belangrijk voor de taalontwikkeling van je kind.
Duidelijke voorbeelden van samengestelde werkwoorden zijn: voorlezen, opbellen, glimlachen en overzien. Zoals je ziet, bestaat elk van deze werkwoorden uit een voorvoegsel (voor-, op-, glim-, over-) en een werkwoord (lezen, bellen, lachen, zien).
In de video legt Wijzer over de Basisschool stap voor stap uit hoe je deze werkwoorden herkent en correct gebruikt. Een handige tip is om te kijken of je het werkwoord in twee betekenisvolle delen kunt splitsen, waarbij het eerste deel het voorvoegsel is.
Er bestaan twee soorten samengestelde werkwoorden: scheidbare en onscheidbare werkwoorden. Het verschil hiertussen is cruciaal voor de juiste spelling en zinsopbouw.
Bij scheidbare samengestelde werkwoorden kunnen de twee delen van elkaar gescheiden worden in een zin. Het voorvoegsel komt dan vaak aan het einde van de zin terecht.
Enkele voorbeelden:
In deze zinnen zie je duidelijk dat het voorvoegsel en het werkwoord van elkaar gescheiden zijn. Bij ‘opbellen’ staat ‘op’ helemaal aan het einde van de zin, terwijl ‘bel’ op de normale werkwoordpositie staat.
Bij onscheidbare samengestelde werkwoorden blijven de delen altijd aan elkaar vastzitten, ongeacht de zinsvorm. Deze werkwoorden herken je vaak aan voorvoegsels zoals be-, ge-, her-, ont- en ver-.
Enkele voorbeelden:
Let op: als je een onscheidbaar werkwoord toch zou splitsen, verandert de betekenis van de zin compleet of wordt de zin onbegrijpelijk.
Voor de spelling van samengestelde werkwoorden als persoonsvorm gelden dezelfde regels als voor gewone werkwoorden. Het verschil zit in hoe je omgaat met het voorvoegsel.
Bij scheidbare werkwoorden schrijf je in een zin het werkwoorddeel zonder het voorvoegsel, omdat dat voorvoegsel ergens anders in de zin staat. Je past de normale werkwoordspellingregels toe op alleen het werkwoorddeel.
Bijvoorbeeld:
Bij onscheidbare werkwoorden schrijf je het hele woord aan elkaar, zoals altijd. Je past de werkwoordspellingregels toe op het volledige werkwoord.
Bijvoorbeeld:
Om samengestelde werkwoorden correct te spellen, kun je het schema voor werkwoordspelling in de tegenwoordige of verleden tijd gebruiken:
Voor meer uitleg over werkwoordspelling kun je ook de video over werkwoordspelling d/t bekijken, waar de basisregels uitgebreid worden toegelicht.
Wil je kind oefenen met samengestelde werkwoorden? In de video zie je precies hoe je deze werkwoorden herkent en correct spelt als persoonsvorm. Voor extra oefening kun je het oefenpakket met videobijles en opdrachten bekijken.
Om je kind te helpen met samengestelde werkwoorden, kun je deze tips gebruiken: