Download nu de GRATIS Oefenbladen Rekenen
Toegang

Page content

Werkwoordspelling: d of dt?

article content

Werkwoordspelling: d of dt?

Heel veel kinderen worstelen met de vraag: wanneer schrijf ik aan het eind van een werkwoord waarvan de ik-vorm eindigt op een d nu een d en wanneer dt? Niets om je voor te schamen!

(Deze vraag gaat altijd over het werkwoord dat de persoonsvorm is, over een enkelvoudig onderwerp en over de tegenwoordig tijd. Maar dit mag je even vergeten 😉 )

Ik-vorm

Het is best makkelijk! 🙂
Als het gaat om de ik-vorm schrijf je het werkwoord altijd alleen met een d.
Ik word
Ik bied
Ik vind

Hij-/zij- of het-vorm

Als het gaat om de hij-/zij- of het-vorm schrijf je dt.
(Let op: er komt nooit dt achter een werkwoord, alleen een t. De d staat er al omdat het werkwoord eindigt op een d. Er komt dus alleen een t achter de d die er al staat.)
Hij wordt
Hij biedt
Hij vindt

Een ik-vorm die eindigt op dt bestaat niet!
Fout: Ik wordt
Fout: Ik biedt
Fout: Ik vindt

Ik-vorm/ aangepaste stam

De ik-vorm, ook wel aangepaste stam genoemd, vind je door van het hele werkwoord –en af te halen (de stam) en, als dat nodig is, de stam nog een beetje aan te passen aan de ik-vorm.

Hele werkwoord: worden
De stam: worden – en → word
De ik-vorm/aangepaste stam: ik word

Het hele werkwoord: bieden
De stam: bieden – en → bied
De ik-vorm/aangepaste stam: ik bied

Het hele werkwoord: vinden
De stam: vinden – en → vind
De ik-vorm/aangepaste stam: ik vind

Bij deze voorbeelden is er geen verschil tussen de stam en de ik-vorm en hoeft de stam dus niet aangepast te worden. Dit is anders bij woorden zoals: beloven en kiezen.

Het hele werkwoord: beloven
De stam: beloven – en → belov
Belov ziet er raar uit. Dit moet nog een beetje aangepast worden.
De ik-vorm/aangepaste stam: ik beloof

En bij het woord kiezen:
Het hele werkwoord: kiezen
De stam: kiezen – en → kiez
De ik-vorm/aangepaste stam: ik kies

Als de stam niet eindigt op een d, hoor je direct op welke letter de ik-vorm wel eindigt.

Hele werkwoord: wandelen
De stam: wandelen – en → wandel
Ik-vorm/aangepaste stam: ik wandel

Hele werkwoord: fietsen
De stam: fietsen –en → fiets
Ik-vorm/aangepaste stam: ik fiets

Hele werkwoord: kopen
De stam: kopen –en → kop
De ik-vorm/aangepaste stam: ik koop

Bij de woorden wandelen en fietsen hoeft de stam niet aangepast te worden en schrijf je de stam hetzelfde als de ik-vorm/aangepaste stam. Bij het woord kopen moet de stam wel aangepast worden, omdat ‘ik kop’ niet hetzelfde betekent als ‘ik koop’.

Als de stam van het werkwoord wel eindigt op een d, zoek je het onderwerp. Is het onderwerp ‘ik’? Dan schrijf je aan het eind van het werkwoord alleen een d.

Goed: Ik vind deze schoenen erg mooi.
Fout: Ik vindt deze schoenen erg mooi.

Je of jij

Als er je of jij achter het werkwoord staat, schrijf je ook alleen de d.

Goed: Vind je dit broodje lekker?
Fout: Vindt je dit broodje lekker?

Goed: Mam, vind je het goed als ik naar buiten ga?
Fout: Mam, vindt je het goed als ik naar buiten ga?

Let op: ‘je’ moet je kunnen vervangen door ‘jij’.

Goed: Vind jij dit broodje lekker?
Fout: Vind je vader dit broodje lekker?
hier kun je ‘je’ niet vervangen door ‘jij’: Jij vader bestaat niet.

Je vader is een ‘hij’. Dus:
Vindt je vader dit broodje lekker?

Hij-/zij- of het-vorm + t

Als je de hij-/zij- of het-vorm gebruikt, komt er altijd een t achter de ik-vorm/aangepaste stam. Net zoals bij de werkwoorden die niet eindigen op een d.

Hele werkwoord: klimmen
De stam: klimmen – en → klimm
Ik-vorm/aangepaste stam: ik klim
Dus: hij klim+t → hij klimt

Hele werkwoord: lopen
De stam: lopen – en → lop
Ik-vorm/aangepaste stam: ik loop
Dus: hij loop+t → hij loopt

Hele werkwoord: ontvangen
De stam: ontvangen – en → ontvang
Ik-vorm/aangepast stam: ik ontvang
Dus: hij ontvang+t → hij ontvangt

Hele werkwoord: braden
De stam: braden – en → brad
Ik-vorm/aangepaste stam: ik braad
Dus: hij braad+t → hij braadt

Hele werkwoord: begeleiden
De stam: begeleiden – en → begeleid
Ik-vorm/aangepaste stam: ik begeleid
Dus: hij begeleid+t → hij begeleidt

Hele werkwoord: beantwoorden
De stam: beantwoord
Ik-vorm/aangepaste stam: ik beantwoord
Dus: hij beantwoord+t → hij beantwoordt

In plaats van hij of zij kan er ook een naam of een zelfstandig naamwoord in de zin staan. Ook dan zet je een t achter de ik-vorm/aangepaste stam.

Goed: Isa wordt morgen elf.
Fout: Isa word morgen elf.

Goed: De tuinstoel wordt nat door de regen.
Fout: De tuinstoel word nat door de regen.

Je ervoor

Als ‘je’ voor het werkwoord staat, schrijf je altijd een t achter de ik-vorm/aangepaste stam.

Goed: Je vindt dit vast geen goed idee.
Fout: Je vind dit vast geen goed idee.

Gebiedende wijs

Geef je iemand een bevel of een opdracht? Dan gebruik je de gebiedende wijs. Bij zinnen in de gebiedende wijs schrijf je nooit een t achter de ik-vorm/aangepaste stam.

Goed: Verroer je niet!
Fout: Verroert je niet!

Goed: Kom hier!
Fout: Komt hier!

Goed: Blijf daar van af!
Fout: Blijft daar van af!

Goed: Beantwoord mijn vraag!
Fout: Beantwoordt mijn vraag!

Tot slot een ezelsbruggetje

Vind je het lastig om het onderwerp te vinden? Vervang het werkwoord dan even door een werkwoord dat niet eindigt op een d. Bijvoorbeeld ‘lopen’.

Jan verbiedt het me!        Jan ‘loopt’ het me!        loopt dus ook verbiedt
Mijn zus houdt van haar man.
Mijn zus ‘loopt’ haar man. loopt dus ook houdt
Hij vindt me lief.
Hij ‘loopt’ me lief. loopt dus ook vindt

Laat me in een reactie even weten (gebiedende wijs 😉 ) of je iets aan dit artikel gehad hebt!
Heb je nog een vraag? Stel hem ook hieronder!

Comment Section

28 reacties op “Werkwoordspelling: d of dt?


Door Wim van Vorsselen op 23 februari 2016

Prima artikel, bedankt!


Door Ron Willems op 25 februari 2016

Beste Marijke, er zijn natuurlijk ook enkele werkwoorden, waarvan je de ik-vorm met een -t schrijft. Dan zijn dan weliswaar geen werkwoorden waarvan de infinitief een -d heeft maar ik wil je er toch even op wijzen. Praten > Ik praat Haten> Ik haat Laten>Ik laat.
Dus de opmerking dat je de ik-vorm altijd met een -d schrijft is niet helemaal juist.
Maar ik begrijp wel dat het in jouw artikel alleen over de werkwoorden met een -d in de infinitief gaat.


Door Maaike de Boer op 25 februari 2016

Beste Ron,
Aan het begin van dit artikel is aangegeven dat het gaat over de vraag: “Wanneer schrijf ik aan het eind van een werkwoord waarvan de ik-vorm eindigt op een d nu een d en wanneer dt?” Dan is het logisch dat er geen werkwoorden waarvan de ik-vorm eindigt op een t worden behandeld. Bovendien klopt de opmerking wel degelijk voor wat betreft de werkwoorden waarvan de ik-vorm eindigt op een d. Hartelijke groet, Maaike (niet Marijke ;-))


Door Henriette op 26 februari 2016

Prima artikel en helder uitgelegd


Door Germaine op 21 maart 2016

Ik pas de ‘zwem’ regel toe, ivm de ‘loop’regel 🙂


Door Nancy Vierling op 21 juni 2016

Goeie uitleg Maaike, zou het in de toekomst ook mogelijk zijn om voor taal meer aandacht te kunnen geven?
Mijn zoontje van zeven heeft daar namelijk ook nogal wat moeite mee.
Sinds de reken boeken gaat Het steeds beter op school
Nancy


Door Maaike de Boer op 21 juni 2016

Hi Nancy,
Leuk om te horen dat de oefenboeken rekenen goed geholpen hebben. We zijn druk bezig met het ontwikkelen van materiaal en informatie over taal. Hartelijke groet, Maaike



Door Nan op 21 september 2016

Wordt blij van dit. Niet als gebiedende vorm maar meer gericht aan iemand. Moet dit dan met of zonder t, ik zou er denkbeeldig jij voor willen plaatsen en denk dan aan een t.


Door Maaike de Boer op 21 september 2016

Als je met de zin bedoelt dat andere mensen ergens blij van moeten worden dan is het gebiedende wijs en zonder t. Het is dan een bevel of gebod. Je kunt ook nog lezen ‘ik word blij van dit’. Ook dan is het zonder t.


Door Mascha op 27 september 2016

Er is toch ook een soort stroomschema, wat ik me van vroeger kan herinneren. In 1 oogopslag zag je hoe het moest. In tegenwoordige en verleden tijd (met dubbel d of niet). Ik zou die graag nog eens terug willen zien.


Door Paul Scholte op 27 september 2016

Er staan handige tips in. Echter, de opmerking: “Als er je voor een werkwoord staat, schrijf je altijd dt” klopt niet. Dit moet zijn: “…..schrijf je altijd stam+t”


Door Corine op 27 september 2016

En: ik lust geen T(hee)


Door Nancy Schuurmans op 28 september 2016

Ik gebruik als ezelsbruggetje altijd het werkwoord lopen, je maakt dezelfde zin met het woord lopen en je hoort meteen of er wel of niet een t achter het betreffende werkwoord komt. Bv ik loop, jij loopt, loop jij enz


Door Janyce Rog op 31 januari 2017

Prima Maaike, dank u.


Door Bianca op 31 januari 2017

Ik vraag me af of de je/jij regel ook geldt bij u, als er u achter een werkwoord staat? Vervalt dan ook de -t bijv.: u vindt , vind u?


Door Maaike de Boer op 31 januari 2017

Hi Bianca, Als het onderwerp van de zin u is, komt er in de tegenwoordige tijd altijd een t achter de stam van het werkwoord. Om dit goed te horen kun je het werkwoord ‘vinden’ vervangen door bijvoorbeeld het werkwoord ‘werken’. “Werkt u bij een bank?”


Door Bianca Hofland op 1 februari 2017

Oke hartstikke duidelijk, bedankt voor uw reactie!
Groetjes Bianca


Door Caat op 31 januari 2017

Er komt niet altijd een t achter de stam bij de hij of zij vorm
Uitzonderingen zijn bijvoorbeeld willen en kunnen.


Door Mad op 31 januari 2017

De ik-vorm, ook wel stam genoemd? Daaaar gaat het dus mis. De stam is niet hetzelfde als de ik-vorm! Dit is wat de verwarring veroorzaakt en ik keer op keer opnieuw moet uitleggen, want je gebruikt de laatste letter van de stam voor ’t ex-kofschip en dat is dus juist NIET de ik-vorm.


Door Ton Doorman op 31 januari 2017

Super handig !! Gebruik ik zeker !!


Door Hildi op 31 januari 2017

En nu nog het voltooid deelwoord en alles dat daarmee samenhangt. Dat wordt het meest fout gedaan.


Door Esther op 9 februari 2017

Hoihoi,

Wat wij vroeger op school leerde, was:”Alles krijgt stam plus t, behalve ik ervoor of je of jij erachter”. Dat is erin gestampt en ben ik nooit meer vergeten!


Door Hiltje op 9 februari 2017

Ik ben remedial teacher en werk heel graag met de boeken van ‘Meester Klaas’. Als je die gebruikt, tesamen met deze tips, scoren de kinderen al heel snel 1 tot 2 niveau’s hoger!


Door S.Ghannou op 9 februari 2017

Beste Maaike,
Vriendelijke bedankt voor de tips.
Mijn dochter kan dit zeker goed gebruiken, want ze heeft haar M8 toets, werkwoordspelling niet goed gemaakt omdat ze de d en de dt niet goed toegepast heeft.


Door Bea op 9 februari 2017

Ik gebruik met de kinderen in de klas het ww. “smurfen” . Dat vinden ze leuker dan “lopen”. En je kan alles “smurfen”, nietwaar?


Door Lucy op 10 februari 2017

Hallo Maaike,
Wanneer de gebiedende wijs meervoud is, bijv. gericht aan een groep kids, is het dan niet:
Loopt allen weg!
Gaat water halen!
Nee zeker, hè?


Door Angelique op 28 maart 2017

Door te zeggen dat het bij hij/zij/ het uitgang -dat is maakt het erg verwarrend voor kinderen. Bij hij /zij/het is het altijd stam +t

Plaats een reactie


*